Home Overzicht Nalatenschap Herman Brood jarenlang herdacht in Q-Factory

Nalatenschap Herman Brood jarenlang herdacht in Q-Factory

Op 11 juli 2001 sprong Herman Brood van het Hilton

0

Op 11 juli 2001 sprong Herman Brood van het Amsterdamse Hilton Hotel. Nederland schrok, hoewel niemand echt verbaasd leek. Brood leefde al jarenlang balancerend op de afgrond. Zijn leven was een openbare voorstelling geworden, een mengeling van rock-’n-roll, zelfdestructie, humor en improvisatie. De verrassing was niet zozeer dat het misging, maar dat het zo lang goed was gegaan.

Hester Aalberts

Vijfentwintig jaar later loopt hij nog altijd rond. In cafés, op muren, in musea, in verhalen. Er zijn verrassend veel mensen die zeggen dat ze Herman Brood hebben gekend. Ze zaten ooit naast hem aan de bar. Kregen een tekening toegeschoven op een bierviltje. Werden uitgescholden, omhelsd of genegeerd. Dat is misschien wel zijn grootste nalatenschap. Herman Brood bestaat nog steeds uit duizenden persoonlijke verhalen.

Q-Factory groeide uit tot een soort thuisbasis voor Wild Romance en voor evenementen rond de nalatenschap van Herman Brood. In november 2017 organiseerde Q-Factory bijvoorbeeld een grote avond rond de 71e verjaardag van Herman Brood. Daarbij traden oud-Wild Romance-leden op, werden bijzondere filmbeelden vertoond en stond de avond volledig in het teken van Broods muzikale erfenis.

Met Wild Romance maakte hij rock-’n-roll die rechtstreeks uit Amerikaanse jukeboxen rolde. Saturday Night werd een hit aan beide kanten van de oceaan. Voor Nederlandse begrippen was dat destijds bijna sciencefiction. Na Broods dood in 2001 stopte de oorspronkelijke band. Maar tien jaar later keerden oud-leden terug onder verschillende namen. In 2026 kondigde de laatste versie van de band haar definitieve afscheid aan.

Wie aan Herman denkt, denkt aan een personage. De zonnebril. De stropdas. De speed. De onnavolgbare interviews. De wilde verhalen die steeds groter werden. Zijn persona overschaduwde vaak de muzikant:

Zijn zwakke plekken waren minstens zo zichtbaar. Brood kon slordig zijn, zichzelf herhalen en zijn eigen mythe soms belangrijker vinden dan de muziek. Lang niet ieder album was een voltreffer.

Intussen groeide de mythe rond zijn persoon gestaag door. Zijn chaos lag open en bloot op tafel. Verslavingen, mislukkingen en schulden waren te vaak centrale onderwerp. Waar veel artiesten zorgvuldig een imago bouwen, leek Brood dit juist te willen afbreken.

Ook als schilder bleef hij werken vanuit diezelfde eerlijkheid. Zijn vaak in haast gemaakte doeken waren onmiddellijk herkenbaar. Brood hoefde nooit een handtekening onder zijn werk te zetten. Je zag direct van wie het was.

Nederland heeft veel goede muzikanten voortgebracht. Veel betere zangers ook. Technisch sterkere pianisten. Betere componisten. Maar vrijwel niemand wist kunst, leven, zelfdestructie, humor en publiciteit zo te vermengen als Herman Brood. Hij maakte van zichzelf zijn grootste creatie. Vijfentwintig jaar na zijn dood hangt dat kunstwerk nog altijd overal aan de muur.