Home Gemist Oostenburg opent z’n deuren naar de stad

Oostenburg opent z’n deuren naar de stad

Het Borneo Architectuur Centrum vervolgt zijn serie artikelen over de relatie van het Oostelijk Havengebied met de wijken er omheen. Dit keer: Oostenburg, met zijn rijke industriële verleden en zijn toekomst als woon- en werkbuurt. Architect Laura Álvarez verheugt zich op het moment dat het hier klaar zal zijn.

Laura Álvarez | | kaartje Paul Ouwerkerk | IJopener

Oostenburgereiland is sinds kort een van de grootste bouwplaatsen van Amsterdam. Het eiland, grenzend aan het Oostelijk Havengebied, wordt de komende jaren massaal getransformeerd. Van een vrijwel leeggehaald industrieterrein, waarin een beperkt aantal monumentale gebouwen overbleef, zal het een buurt worden met meer dan 1500 woningen, kantoren en hotels. De buurt krijgt een grote bouwdichtheid, met lage, hoge en zeer hoge gebouwen die een prachtig uitzicht over Amsterdam bieden. Nu is daar nog niets van te zien, te bevoelen of te betasten. Het enige dat we hebben is de verwachting dat Oostenburg een goede balans krijgt tussen industrieel erfgoed en nieuwbouw. Daarom is er voor mij geen betere manier om dit artikel te beginnen dan met een historische schets. Daarna belicht ik mijn persoonlijke relatie met Oostenburg en geef ik een reflectie op de toekomst.

Scheepswerven VOC
Oostenburg vormt samen met Kattenburg en Wittenburg de Oostelijke Eilanden. De aanleg ervan gebeurde tussen 1652 en 1660. Ze werden ingericht als havengebieden met scheepswerven voor de Admiraliteit – de organisatie die de oorlogsvloot aanstuurde – en de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Ten noorden van de nieuwe landontwikkeling was alleen water. Van de drie grote eilanden heeft Oostenburg het functioneelste ontwerp. Het was vanaf 1665 tot 1795 in gebruik door de VOC en bestond in feite uit vijf afzonderlijke werfeilanden. Van dit verleden is op het Oostenburgereiland nu nog het Admiraliteitsgebouw te zien, tegenwoordig het museum van Werkspoor.

De oude entree tot Oostenburg met de Van Gendthallen en verderop het INIT-gebouw.

De Oostelijke Eilanden, met name Oostenburg, zijn in de tweede helft van de negentiende eeuw doorontwikkeld voor de industriële revolutie die ook Amsterdam in die tijd meemaakte. Het terrein van de failliete VOC werd nieuw leven ingeblazen door ondernemers als Paul van Vlissingen. Zijn bedrijf, de ‘Koninklijke Fabriek ter vervaardiging en herstelling van stoom- en andere ijzer- en kolenwerktuigen’, opgericht in 1826, begon als reparatiewerf. Het groeide uit tot een van Nederlands belangrijkste industriële bedrijven. Uiteindelijk zou N.V. Werkspoor eruit voortkomen, fabrikant van machines en spoorwegmaterieel. Na de bouw van een directiepand aan de Oostenburgergracht (nu een short stay-accommodatie) volgde uitbreiding naar de voormalige VOC-gebouwen. Hierdoor veranderde de eilandstructuur: de vijf afzonderlijke eilanden werden samengevoegd en verbonden met het spoor. De Oostenburgervaart werd aldus ‘gedegradeerd’ tot binnenwater en de band tussen bebouwing en water ging op veel plekken verloren.

Oostenburg heeft in het noorddeel in grote lijn de structuur van zijn Werkspoorverleden behouden. Daar zijn nog steeds de lange Van Gendthallen te zien, genoemd naar architect A.L. Van Gendt, en ook het voormalige Koudgasgebouw van Werkspoor, waar restaurant Roest zit. Het zuiddeel van Oostenburg is een mengeling van industrieel verleden en sociale woningbouw uit de negentiende en twintigste eeuw.

Oostenburg was een net verlaten industriegebied

Heden (of kort geleden)
In 2006 bezocht ik voor het eerst de Oostelijke Eilanden. Ik woonde in de Indische Buurt en ging regelmatig hardlopen. Als mens ben ik nieuwsgierig en als hardloper avontuurlijk. In die tijd waren de Piet Heinkade en het Funenpark nog niet aangelegd. De Czaar Peterstraat was, mild gezegd, lang niet zo aantrekkelijk als nu. Het Marineterrein was een ontoegankelijk gebied; een mysterieuze ruimte achter de Kattenburgerstraatmuur. De Oostelijke Eilanden voelden als het einde van de stad. De eerste keer dat ik rond de eilanden hardliep, heb ik acht kilometer gerend in plaats van mijn gebruikelijke vijf. Verdwalen in die tijd zonder GPS was niks bijzonders.

Ik liep langs brouwerij Het IJ richting Borneo-Sporenburg. In plaats van de Panamalaan nam ik de Czaar Peterstraat als startpunt. Daar vonden toen grote sloopwerkzaamheden plaats. Onder andere van de zogeheten Dubbeltjespanden, nu wooncomplex De Keyzer, ontworpen door Tom Frantzen. Er was veel leegstand en er waren weinig winkels. Het was zeker geen uitnodigende straat om te gaan hardlopen. Zodra ik de Czaar Peter inging, begon ik me te haasten. Toen ik bij het spoor was, besloot ik linksaf te slaan in plaats van verder te lopen, onder het spoor door richting de Rietlanden.

Onder het spoor door loop je vanzelf het Oosterburgereiland op.

Waar je nu op Oostenburg door café-restaurant Rosa en Rita wordt verwelkomd, was toen een mooi gebouw dat symbool stond voor die bijzondere leegstand die ik er later zou ervaren. Oostenburg was een net verlaten industriegebied met alleen het bekende INIT als hoofdkantoor van Parool, Trouw en Volkskrant. Ook zaten de Stadsdeelwerf en de Theater Fabriek er, waar ik later genoot van de prachtige optredens ’s nachts. (Curieus genoeg bouwen wij nu een woonblok precies naast de voormalige Theater Fabriek).

Meer activiteiten waren er niet, maar het hele terrein stond toen nog wel vol. Dat skelet van industriële geschiedenis nodigde uit om het te verkennen: enorme hallen, bijzondere stalen structuren, kranen, lege werkruimtes en vooral rust. Ik vond eindelijk een plek waar ik mezelf kon terugtrekken. Na die liefde op het eerste gezicht volgden veel bezoeken aan Oostenburg, Wittenburg en Kattenburg. Drie jaar later woonde ik zelf op Kattenburg.

Reflectie op de toekomst
Oostenburgereiland zal straks een levendige buurt zijn met een rijke geschiedenis. Een nieuw ensemble. Een selectie van oude hallen zal het ‘arbeidskarakter’ uit het verleden weergeven. De Van Gendthallen, die in de loop der jaren Mediamatic huisvestten en waarin nu het atelier van modeontwerper Hans Ubbink zit, zullen waarschijnlijk hun werkfunctie behouden, maar dan meer gerelateerd aan de creatieve sector. Het grote INIT-gebouw blijft kantoor en gemeentewerf. De prachtige Werkplaats 3 (een van de twee hallen) blijft staan en zal worden omgevormd tot een overdekt buitenplein voor evenementen en tentoonstellingen.

Deze grote, stoere ‘massa’s’ scheppen een interessant contrast met de kleine en diverse ‘korrels’ die bedacht zijn voor de nieuwe bebouwingen. De tegenstelling tussen wonen en werken, en tussen groot en klein, wordt doorgevoerd in weldoordachte verkavelingsregels. Die zullen je het gevoel van een ‘spontane stad’ geven. Ons bureau, Laura Alvarez Architecture, heeft met Bureau Fraai en Architectuur Maken meegedaan aan de verkaveling van kavel 2. De voorgestelde regels gaven genoeg vrijheid voor diversiteit in hoogtes, materialen en uitstraling in het ontwerp.

Eilandidentiteit terug
Waar Roest in 2011 zijn deuren opende, met z’n strand en muziek, zal de nieuwe VOC-kade komen; een stadskade met publieke functies en de Werkspoorhal als grootste attractie. Het uitdagendste van het masterplan voor Oostenburg is volgens mij het basisbeginsel om de eilandidentiteit terug te brengen. Door de transformatie van Oostenburg tot 19e-eeuws industrieterrein werd de eilandstructuur aangetast. De Dijksgracht en een deel van de Oostenburgervaart werden gedempt om een betere verbinding met het spoor te krijgen. De nieuwe entrees zullen samen met de herinrichting van de VOC-kade een belangrijke rol spelen in het terugbrengen van het eilandgevoel.

De nieuwe hoofdingang vanuit noordoostelijke zijde zal naar een fantastische wandelroute leiden. Vanuit de Rietlanden onder het spoor door word je verwelkomd door het eerder genoemde Rosa en Rita. Daarna ga je op in een wereld van oud en nieuw waar werfhallen en hoogbouw elkaar afwisselen in samenspel met het water. De oude, historische entree benadrukt het verlaten van Oostenburg, maar laat tegelijk zien hoe het eiland zijn deuren naar de stad opent. Ik verheug me op het moment dat Oostenburgereiland klaar is. Deze nieuwe, rijke mengelmoes van oud en nieuw zal velen verrassen en vormt een uitnodiging om erin te verdwalen, precies zoals mij ruim tien jaar geleden overkwam.

Laura Álvarez is als architect betrokken bij kavel 2 van het Oostenburgereiland. Ze woonde tot 2018 op Kattenburg en heeft haar kantoor elders in Amsterdam.

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here