Daar loopt ze weer haar ronde. Wijkagent Nienke toont Dwars wat er is veranderd in het Oosterpark maar bekent tegelijkertijd dat veel helaas nog hetzelfde is: dealers, junks en vernielingen. Wel hebben leerlingen van het Metis Montessori lyceum een dankbare klus voor haar.
Carolien Gevers | Foto Frank Schoevaart
We lopen naar het park en Nienke vertelt dat ze vaker dan vroeger contact heeft met de school aan de Mauritskade. Vlak voor de kerstvakantie gaf ze er nog voorlichting aan drie havoklassen. Dit keer over vuurwerk. Over wat wel en niet mocht, met welke consequenties van een strafblad, halttaak of ontzegging van een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) bij bepaald werk in de toekomst. “Maar ook over snitchen, om maar even in jongerenjargon te blijven. Ik probeer het altijd interactief te doen. Bijvoorbeeld ‘Wat doe je als iemand iets verkeerds doet, waar jij niet achter staat, maar wel bij betrokken bent? Wanneer vind jij iemand een snitcher?’ Er volgt dan vaak een levendige uitwisseling. Ik vind dit een vrolijk en zinvol onderdeel van mijn werk. Je houdt de verbinding met de jeugd en zij begrijpen hopelijk meer van ons, waar we voor staan en nog belangrijker hoe ze, als ze daartoe neigen, uit het criminele circuit kunnen blijven. We gaan ze straks spreken. Kijk die lui daar bij die bomen, die lopen nu hard weg omdat ze mij gezien hebben.”
Kwaadbewust en onschuldig
Het struikgewas is enorm gesnoeid en bijna overal zijn lantaarns en camera’s geplaatst. “Dat helpt met ons speurwerk maar helaas zien de dealers ons nu ook beter. Kijk hoe het groen is afgetrapt.” Een man op een bankje spreekt wartaal. Nienke: ‘Hallo meneer …, hoe gaat het? Stopte je net iets weg dat ik niet mag zien?” – Ontkenning -. “Ga zo maar snel naar de inloopbus. Die is net weer open.” Verderop een boze wandelaar die hardop klaagt dat die teringlijders zoveel troep maken. Nienke blijft geduldig en wijst hem op de handhavers. Dan stuiten we op twee jonge mannen die opvallend onderzoekend bij een paar struiken staan. Nienke op ze af, om daarna hartelijk te lachen. “Het zijn biologiestudenten die de struik aan het ontleden zijn met foto en al, echte natuurfreaks. Zo zie je de een is zich kwaadbewust en deze zijn aandoenlijk onschuldig. Gelukkig is dat er ook nog in ons park. Laten we naar de inloopbus gaan.” De bus blijkt een gebruikersbus van de Regenboogstichting die met goedkeuring van de driehoek (politie, OM, burgemeester) al een paar maanden aan het ’s-Gravesandeplein staat.
Ben jij nou getrouwd?
Dagelijks kunnen verslaafden er tussen elf en zes uur hun dope gebruiken zodat dit buiten het zicht blijft van anderen, ze minder overlast bezorgen, humaan worden bejegend en extra aandacht krijgen. Nienke: “Veel verslaafden uit mijn wijk komen hier dagelijks. Je mag wel even binnenkijken, ze zijn nog net niet open.” Binnen een indrukwekkend efficiënte inrichting met negen simpele stoeltjes en tafeltjes, cleane afvalbakken en een whiteboard met huisregels. Zo moet elke gebruiker na toediening zijn afval zelf verantwoord dumpen en mag iedereen hooguit één uur binnenblijven. Dit alles wordt begeleid door medewerkers van de Regenboogstichting. Het is er warm en bijna gezellig. We spreken Fabian, de trekker van dit project. Deze vertelt dat er inmiddels een vrij vaste groep is van ongeveer dertig mensen. Ze kennen iedereen bij naam. Buiten is een terrasje gemaakt waar al een aantal mensen zijn aangeschoven. Iedereen kent Nienke. “Ben je nou getrouwd? Je hebt een ring!” mompelt een stuntelende man. Nienke: “Wat goed dat je dat ziet, dat klopt!” “Alleen ben ik niet uitgenodigd”, grapt hij. Dit tekent de vreedzame sfeer die hier vaak heerst. “Maar vergis je niet, helaas zijn er ook soms vervelende uitwassen en daarom ben ik blij met Nienke,” reageert Fabian.
Kort lijntje
Sinds de bus er staat zijn veel verslaafden rustiger. Wel klagen enkele bewoners van het ‘s-Gravesandeplein over meer insluipers, slapers in portieken en soms ‘s avonds geluidsoverlast met geruzie. Fabian: “Ook overdag hebben wij soms mensen hier die toch agressief worden, bijvoorbeeld als ze moeten wachten en dan fysiek worden… Laatst belde ik 112 maar die vonden het geen crisis. Wat moet ik dan doen? Jou, Nienke, kan ik altijd bellen maar je had geen dienst. Kan jij niet eens bespreken of we een korter lijntje met jullie kunnen krijgen en altijd rechtstreeks iemand kunnen bellen en niet dat algemene nummer? Nienke belooft dit intern aan te kaarten. “Maar bel wel 112 als er mensen met een mes of zo rondlopen.” Inmiddels loopt een voor iedereen bekende excentriek uitziende vrouw stampvoetend op Nienke af: “Ik ben zo boos, vannacht hebben de handhavers alle spullen van die dakloze man meegenomen, die daar altijd bij het Muiderpoortstation rondbanjert. Ik had hem net een warme deken gebracht en een nieuwe rugzak gegeven met eten erin. Hij doet geen hond kwaad en is niet verslaafd.” Nienke kent hem wel en is geschokt. “Dat kan absoluut niet, maar ik denk dat dat geen handhavers waren want die werken niet ’s nachts.” De vrouw toont een foto van hen. Nienke belooft het uit te zoeken. “Never a dull moment hier hè,” (knipoogje naar Dwars). Verderop niemand thuis als we aanbellen bij iemand die een melding over een insluiper had gedaan. Nienke: “Ik bel ze straks weer.”
Pandverbod
In de Andreas Bonnstraat toont Nienke een portiek. Hier woont al jaren een hoog bejaarde vrouw, die tegenwoordig ’s avonds niet meer haar huis in durft door daklozen die hier liggen. “Gelukkig komt de eigenaar van het café op de hoek haar dan te hulp.”
Het chique hotel Pillows aan de Mauritskade ervaart hetzelfde. Binnen vertelt de manager dat een sneue vrouw met rolstoel telkens voor overlast zorgt en naar binnenglipt. Nienke: “Oh… mevrouw S… Ik zal jullie straks een mail sturen. Jullie kunnen haar met steun van de politie een pandverbod uitreiking geven. Zie dat niet alleen als straf voor haar. Het geeft haar misschien juist een duwtje om toch gebruik te maken van de hulpinstantie waar ze client bij is. Ik denk dat ik weet waar ze nu ligt. We gaan erheen.” En… verderop ligt ze, diep weggedoken in haar slaapzak. Nienke aait haar en maant haar naar haar eigen hulpopvang te gaan en niet meer bij Pillows te komen.
Altijd aan staan
Het interview van Nienke met de Metis leerlingen gaat over het mentale welzijn van de politie. Nienke: “Goed onderwerp voor jullie profielwerkstuk zeg! Wat mijn zwaarste incident was? Vorig jaar nog een reanimatie in het park van een man die neerviel… Maar ook een tragisch ongeluk in West waar een man onder een bus raakte en ik enkel zijn arm nog zag uitsteken. Ja, dan heb je thuis wel een korter lontje en word je er mee wakker. Wel hebben we tegenwoordig meer nazorg via ons Team Collegiale Ondersteuning. Maar we moeten als collega’s, nog meer dan we doen, goed op elkaar letten. Gelukkig krijgen we tegenwoordig signaleringsgesprekken met psychologen.” Raakt ze soms niet uitgeput van het alsmaar ‘aanstaan’? Nienke: “Nee ons vak is vaak ook dankbaar, en kijk jullie nu, dat vind ik zo mooi!”






