Home IJopener Zwemsteiger Borneo blijft voor gedoe zorgen

Zwemsteiger Borneo blijft voor gedoe zorgen

0

De recreatiesteiger aan de Borneokade is wederom inzet van controverse. De IJopener analyseert de problemen en mogelijke oplossingen. Intussen groeide de overlast op meer zwemplekken.

Joost van der Vaart | Beeld Björn Martens

Eind 2019 schreef de IJopener over overlast bij de recreatiesteiger op Borneo-eiland. Het was een hete zomer geweest en hoewel je daar formeel niet mag zwemmen hadden de mensen dat toch gedaan. Sommigen hadden overlast veroorzaakt. Omwonenden waren, niet voor het eerst, naar de rechter gestapt om een eind te maken aan ‘de onleefbare overlast van een illegaal openluchtzwembad’, zoals ze het noemden.

Jantien de Laaf en Wieger van Aalderen, eigenaars van de woonboot pal naast de steiger, stapten naar de rechter. Die deed geen uitspraak, maar gemeente en bewoners troffen wel een schikking. De gemeente voerde de in de schikking afgesproken maatregelen weliswaar uit, maar daarmee was het probleem nog niet opgelost. Toen de zomer voorbij was ging een werkgroep van buurtgenoten ondersteund door het stadsdeel op zoek naar een compromis. De werkgroep kwam met een voorstel aan het stadsdeelbestuur van acht punten om de overlast tegen te gaan én de mogelijkheid van zwemmen te bieden: 1) spreid zwemmen en recreëren over de buurt; 2) verleg de steiger oostwaarts en kort hem in; 3) verzoek media en gemeente om de buurtsteiger niet te propageren als goede zwemplek; 4) handhaaf strikt de gebruikerstijden met meer handhavers/straatcoaches; 5) stel overleg in om de vinger aan de pols te houden; 6) laat helder en goed zichtbaar weten wat wel en niet kan op de steiger; 7) pak de overlast op het water aan en 8) leg daar meer (zwem)boeien neer.

Het stadsdeel plaatste meerdere malen nieuwe borden – die steeds weer werden weggehaald. Het verzoek aan de media om de locatie niet als zwemplek te propageren had geen effect. En het leggen van zwemboeien werd afgewezen, omdat de steiger aan de Borneokade geen officiële zwemlocatie is. Het plaatsen van een ballenlijn past in deze situatie niet, aldus het stadsdeelbestuur. Over inkorting en verplaatsing van de steiger dadelijk meer.

Besluit dagelijks bestuur

Een aantal maanden later, we zijn inmiddels een hete corona-zomer verder, komt de gemeente met een eigen onderzoek. Conclusies: bijna alle omwonenden gebruiken de recreatiemogelijkheden aan de Borneokade; negen van de tien vinden de drukte bij de steiger meestal gezellig; een op de drie respondenten ervaart (soms) overlast bij mooi weer; vijftien procent vindt de mate van overlast bij mooi weer ernstig; rondhangende jongeren zorgen het vaakst voor overlast; twee derde vindt de getroffen maatregelen (een beetje) effectief; veel omwonenden verwachten een negatief effect van inkorting of verplaatsing van de steiger.

En dan volgt na een aantal andere brieven een mededeling van het stadsdeelbestuur, gedateerd 3 december 2020 en ondertekend door portefeuillehouder Openbare Ruimte Rick Vermin. Hij keurt inkorting en verplaatsing van de steiger vooralsnog af omdat daarmee ‘de overlast wordt verplaatst’. Over de overlastbestrijding schrijft hij dat ‘met bepaalde maatregelen geprobeerd wordt om het leefbaar te houden voor omwonenden. Afgelopen recreatieseizoen is dat niet altijd gelukt. In 2021 willen we de aanpak [van overlast] optimaliseren aan de hand van de bevindingen uit de evaluatie van het voorbije jaar’.

Over het heikele punt van inkorting en verplaatsing schrijft de portefeuillehouder dat er op dit moment onvoldoende draagvlak is voor het nemen van deze maatregel. Ook is er volgens hem onvoldoende onderbouwing of deze ingreep de oplossing van het probleem is. Op basis van bevindingen in het afgelopen jaar is het stadsdeelbestuur van plan om voor mei aanstaande te besluiten of de steiger wordt ingekort en/of verschoven.

De respons van de gemeente is verkeerd gevallen bij woonbootbewoners De Laaf en Van Aalderen. Ze zijn er niet gerust op dat hun klachten serieus worden genomen en hebben besloten opnieuw naar de rechter te stappen. De dagvaarding is de deur uit, laten ze desgevraagd aan de IJopener weten. ‘We eisen dat er een eind aan de overlast komt. We voelen ons uiterst kwetsbaar in de huidige situatie, maar zijn vastbesloten niet te accepteren dat we op deze manier door moeten leven. We zijn niet tegen zwemmen of plezier, maar wel als dat op deze enorme schaal gebeurt.’ Overigens is op dit moment (begin maart 2021) de dagvaarding nog niet binnen bij het stadsdeel.

Niet meer alleen

Van Aalderen en De Laaf lijken misschien zeurpieten, maar ze hebben als minderheid een punt. Ook met hun belangen dient rekening te worden gehouden. Hetgeen meermaals door de rechter is bevestigd. De bootbewoners staan niet meer alleen. Ze krijgen steun van andere omwonenden. Bovendien: het deels afgewezen buurtcompromis werd breed gedragen. En wie goed luistert, kan horen dat op meer plaatsen in het Oostelijk Havengebied bewoners zich roeren. Velen hebben genoeg van de mensenmassa’s die op warme dagen hun leefomgeving binnendringen en van wie sommigen zich misdragen. Ook op de kleine recreatiesteiger aan het begin van de Borneokade wordt overlast geconstateerd. Hetzelfde geldt voor de steiger aan de Levantkade. En problemen met de openbare orde bij de zwemplek in de Bogortuin op Java-eiland dwongen de gemeente ertoe om hekken te plaatsen, mede na bewonersprotest.

Hekken zijn echter geen structurele oplossing. Terwijl de onderliggende vraagstukken juist wel structureel zijn. Wetenschappers constateren dat de zomers heter worden. De gemeente zou zich moeten realiseren dat in samenhang met de opwarming het gebruik van het publieke domein verandert. Stadskenner en publicist Bas Kok wees er in De Brug op dat de corona-zomer ‘een fenomeen zichtbaar maakte dat in de toekomst vaker zal plaatsvinden: overlast en conflictsituaties in de openbare ruimte. Oorzaak: de veranderende stadsmens in combinatie met het op hol geslagen klimaat.’

Volgens Kok is de oude scheiding tussen werken, winkelen, sporten en uitgaan op verschillende daarvoor aangewezen plekken verleden tijd. ‘De assertieve stedeling [van nu] streept klassieke grenzen weg, al zijn ze in het bestemmingsplan nog ouderwets gescheiden.’ Amsterdam moet tijdig mee veranderen. Want: ‘nu behandelen we de stad van 2020 alsof het 2000 is.’

Dat zijn kwesties waar we portefeuillehouder Vermin niet over horen. Zijn gedeeltelijke afwijzing van het buurtcompromis en de vooralsnog vage toezegging om de aanpak van overlast te ‘optimaliseren’ doen vrezen dat er voor de zomer geen afdoende oplossing is.

Informele aanpak

Geen wonder dat De Laaf en Van Aalderen dan weer naar de rechter willen stappen. Waarmee een interessante paradox aan het licht komt. Het stadsdeel wil met een informele, pragmatische en wellicht dichtbij de burger veronderstelde aanpak de moeilijkheden oplossen. Op z’n Hollands: pappen en nathouden. Maar de direct getroffenen vinden dat die methode heeft gefaald. Echte handhaving is er niet bij en eindeloos overleg leverde niets op. Wat voor hen overblijft zijn formeel-juridische procedures. Ze hebben het recht om met rust te worden gelaten en hopen dat bij de rechter af te dwingen. Rechtstheoreticus Lukas van den Berge duidde het in een interview zo: ‘De gemeente wil niet handhaven want veel mensen genieten van dat zwemmen.’ Maar, voegde hij eraan toe, ‘recht is meer dan alleen pragmatisme of sociale onderhandelingen. Maak je een belangenafweging, dan zal de zwemplek openblijven terwijl formeel gezien de woonbooteigenaar in zijn recht staat.’

Waar brengt ons dit? In ieder geval bij de constatering dat het stadsdeel bezig is met onderzoek. Over enkele maanden is het zomer. Er zullen hete dagen zijn – maar of er dan verstandig beleid is? Wonen en zwemmen gaan het beste samen als dat kleinschalig gebeurt. Met duidelijke afspraken die goed worden gehandhaafd.