De expositieruimte op NS Station RAI is leeggehaald. Daarmee zet Polderlicht na vijfentwintig jaar een punt achter Polderlicht. Daarmee eindigt een lange reeks van exposities en kunstmanifestaties, vaak op onconventionele plekken zoals parken, stations, winkels en huiskamers. Voor de mensen achter Polderlicht John Prop en Loes Diephuis is het geen makkelijk besluit. ‘Polderlicht heeft gedurende vijfentwintig jaar voor een flink deel ons leven bepaald.’
‘Toen we aan het begin van 2001 begonnen met de voorbereidingen van onze eerste lichtkunst-wandelroute in Oost hadden we nooit kunnen vermoeden dat Polderlicht een kwart eeuw zou blijven bestaan’, laat John Prop weten. ‘Al was de laatste twee jaar de rek er wel wat uit. Stoppen heeft deels met leeftijd en gezondheid te maken, maar ook met de al langer knagende vraag hoe relevant onze activiteiten nog zijn na zo veel tijd.’
Het begon in het Polderweggebied dat na 2001 zou worden gesaneerd. Dat was een rafelrand tussen, wat stadsdeel Oost was en de Watergraafsmeer. Met lichtkunst werd het verlaten gebied door kunstenaars in het licht gezet. Daarna werden onconventionele plekken als (metro)stations, winkelruimtes, woonkamers en stadsparken de plek voor de presentaties. Door de jaren heen konden John en Loes steeds vaker aan de slag in ‘echte’ expositieruimtes en uiteindelijk zelfs als curator in een heus museum. Daarmee werd ook het ‘werkgebied’ groter, tot in het Duitse Ruhrgebied aan toe.
‘Soms bleken we pionierswerk te hebben verricht. Zo was onze lichtkunst-wandelroute in het Polderweggebied de eerste in zijn soort in Nederland. Andere keren was het wat conventioneler. Soms kwamen er een paar duizend mensen op een project af, soms bleef het bij een paar tientallen. Er waren projecten bij die vroegen om maandenlange voorbereiding, anderen ontstonden vrij spontaan. Er gingen natuurlijk wel eens dingen fout, maar het meeste ging gelukkig goed. We hebben er ontzettend veel van geleerd en er waardevolle contacten en dierbare vriendschappen aan overgehouden.’







