Ik ben geen held in het inleveren van statiegeldflessen. Vaak pot ik de flessen en blikjes op. Maar als het de spuigaten uitloopt, dan lever ik ze in. Deze ochtend was het echt nodig. Het inleverapparaat blijkt echter bezet. Een verzorgde jongeman voedt het apparaat met een goedgevulde vuilniszak het ene na het andere blikje. Mijn eigen tas kan niet tippen aan die van hem. Even aarzel ik, maar dan bied ik in volle overtuiging mijn tas aan: ‘Heb je hier misschien iets aan?’ ‘O, dank u wel meneer’, is zijn sympathieke antwoord. Even voel ik me een goed mens.










