In het Oosterpark stonden vandaag drie studenten van de Universiteit van Amsterdam met een bakfiets vol vragen. Het zijn geen standaard-onderzoekers, maar Mees, Isa en Lisette volgen de studie Interdisciplinaire Sociale Wetenschap (ISW) en werken aan het vak placemaking. Hun opdracht: kijk naar het park, luister naar de mensen en ontdek wat deze plek voor bewoners en bezoekers betekent.

Arie Martijn Schenk

Binnen ISW geldt placemaking als een praktische methode. Studenten trekken de stad in en zetten gebruikers centraal. Niet alleen theorie, maar direct toepassen in de praktijk. Het doel ligt helder: een fysieke ruimte laten uitgroeien tot een plek waar mensen zich thuis voelen en elkaar ontmoeten.

Het drietal koos het Oosterpark als onderzoeksgebied. De afgelopen weken voerden ze gesprekken met onder meer de ondernemers rond het Oosterpark, de Vrienden van het Oosterpark, omwonenden en bezoekers. ‘We trokken ook al het park in om meningen op te halen’, zegt Mees. ‘Vandaag startten we op de Dappermarkt, waar voorbijgangers hun beeld van het park deelden.’

Bij de bakfiets in het park ontstaan makkelijk gesprekken. Bezoekers schrijven hun ideeën op gekleurde post-its en plakken die op. Vragen als ‘wat vind je leuk aan het park?’, ‘wat kan beter?’ en ‘welke activiteiten mis je?’ leveren een stroom aan reacties op.

Een bezoeker blijft staan en mengt zich in het gesprek. ‘Het kan nog gezelliger in het park’, zegt ze. Even later voegt ze toe dat ze af en toe afval opruimt. Luide muziek spreekt haar minder aan. ‘Ik ben een natuurliefhebber en vogelaar.’

De meningen lopen uiteen. Op de Dappermarkt klinkt ook kritiek. Sommige buurtbewoners mijden het park, terwijl anderen het juist een fijne plek vinden, zeker met zonnig weer. ‘Over allerlei onderwerpen praten we’, vertelt Mees. ‘Heel interessant en leerzaam om te doen.’

Volgens Isa speelt het weer een rol in hoe mensen het park ervaren. ‘Het humeur verandert mee als de zon begint te schijnen.’  Lisette ziet patronen ontstaan in de reacties. ‘We proberen alles te clusteren. Sommige dingen horen we vaak terug. Denk aan overlast van daklozen, maar ook aan waardering voor het park als buurtplek. En het grappige: de één wil meer evenementen, de ander juist minder. Dat geldt ook voor sportplekken.’

Naast de studenten kijkt Jesse, eigenaar van de bakfiets, toe hoe gesprekken vanzelf op gang komen. De drempel blijft laag, de input groeit snel. Eén conclusie tekent zich al af voor de studenten: het park leeft. In gesprekken klinkt verbondenheid, soms kritiek, vaak betrokkenheid. Precies die mix vormt voor de studenten het vertrekpunt voor de volgende stap.

Het vak placemaking duurt twee maanden. In die periode verzamelen de studenten inzichten en keren ze later terug met een eigen interventie in het park. Samen met gebruikers willen ze iets organiseren dat aansluit bij wat leeft in de buurt.