Na een eerdere ronde vol gesprekken en ideeën stonden de studenten van de Universiteit van Amsterdam opnieuw in het Oosterpark. Dit keer trokken ze met z’n zessen het park in, opnieuw met de bekende bakfiets als mobiele ontmoetingsplek.

Arie Martijn Schenk

Mees, Isa, Liset en hun medestudenten volgen de studie Interdisciplinaire Sociale Wetenschap en werken binnen het vak placemaking aan onderzoek naar het Oosterpark. Tijdens een eerdere sessie haalden ze wensen en meningen op bij bezoekers. Eén van de opvallende uitkomsten: meer leuke activiteiten in het park.

‘Een van de uitkomsten van onze vorige sessie was meer leuke dingen in het park’, vertelt Isa. Met dat idee in gedachten namen de studenten deze middag spellen mee. Onder een stralende zon lag het grasveld vol buurtbewoners, gezinnen en andere Amsterdammers die genoten van het weer. Het park trok veel publiek en overal hing een ontspannen sfeer. Toch bleef deelname aan de activiteiten nog wat achter.

‘Meedoen valt nog wat tegen’, zegt Liset terwijl ze het veld overziet. Dat zien de studenten niet direct als teleurstelling. Integendeel: ook dit levert waardevolle informatie op. De bezoekers lijken zich prima te vermaken zonder extra aanbod. Voor het onderzoek vormt dat juist een interessant inzicht.

De studenten blijven positief en energiek. Volgens hen laat deze middag zien dat het Oosterpark op zonnige dagen al sterk functioneert als ontmoetingsplek. Mensen zoeken elkaar op, ontspannen op het gras en vullen hun middag op eigen manier in. Misschien ligt er dus minder behoefte aan spellen of georganiseerde activiteiten dan eerder gedacht. Ook dat hoort bij placemaking: niet alleen ideeën uitvoeren, maar ook toetsen wat echt aansluit bij de gebruikers van een plek.

Het onderzoek loopt door. In juni volgt de eindpresentatie, waarin de studenten hun bevindingen en voorstellen delen. Tot die tijd blijft het Oosterpark hun levende laboratorium.