Home Carolien van Welij Thuiskomen in het Sciencepark

Thuiskomen in het Sciencepark

0

SCPRK. De letters op de rode sluisdeur langs de Ringdijk wijzen me de weg naar beneden, het Sciencepark. Ik bots tegen een muur van wind in dit wetenschapspark. Hoewel, park? Er zijn wat bomen, er groeit gras en er is kunst. Maar ik zie vooral glanzende gebouwen, hekken, slagbomen en afkortingen. ARCNL, AMOLF, AUC.

Wat gebeurt er achter die muren? Er bestaat natuurlijk een open dag – maar zo’n open dag is altijd geweest of die moet nog komen. In de verte wapperen gekleurde vlaggen rondom het UvA-gebouw. Rijdend langs die ene overgebleven boerderij wordt het UvA-bouwwerk alleen nog maar groter: een onneembaar fort in deze vlakte die ooit een polder was. Op het dak staan twee torens. Op de ene prijkt ‘SCIENCE’, op het andere ‘904’. Als ik iets van dit gebied wil begrijpen, moet ik hier zijn – de bètafaculteit van de Universiteit van Amsterdam, het hart van het Sciencepark. Mag ik hier wel naar binnen?

Ik loop mee met een stoet studenten. Opeens bedenk ik dat ik een UvA-alumnuspasje heb. Af en toe gebruik ik dat om een onverkrijgbaar filosofieboek te lenen. Bordjes wijzen me de weg naar de bibliotheek. Op de planken staat een overdaad aan kennis over onderwerpen waar ik niets van weet: Van quantum tot quark, Thuiskomen in het Sciencepark Poisonous Plants, Das junge Universum. Oeuvres complètes de Laplace, boeken over Johann Kepler en Marie Curie – de straatnamen uit de buurt beginnen te leven. Is hier ook een plankje filosofie?

Ik loop terug en zie ze staan in de eerste kast bij binnenkomst: rijen filosofen. Gottlob Frege, Alfred Tarski – op de ruggen van de boeken staan de namen van oude bekenden uit een ver verleden. Opeens zit ik weer in mijn eigen collegezaal met logicapuzzels, waarheidstabellen, symbolen en variabelen. Al die formules die ik toen kon lezen, waarmee ik kon redeneren en die betekenis voor me hadden.

Een knalgeel boek trekt mijn aandacht. Op het omslag staat in roze letters: Wat we niet kunnen weten. Al die jaren beweeg ik langs de randen van het Sciencepark zonder enig idee van wat hier gebeurt. Een plek waar mensen duwen en trekken aan de randen van de kennis, randen die zichtbaar maken hoeveel we nog niet weten. Met het boek in mijn tas loop ik de trap af en kijk om me heen. Hierbinnen is alles warm, zacht, stijlvol en levendig. Is dit datzelfde kale, grijze intimiderende gebouw waar ik net niet naar binnen durfde?