Aan de Amstel is werk te zien het Congolees kunstcollectief CATPC. Leerzaam en indrukwekkend, pijnlijk en soms ook vermakelijk. Opdat eenieder die ’s morgens vlokken of hagelslag op zijn of haar boterham strooit, zich afvraagt wat er achter dit schijnbaar onschuldig en typisch Nederlandse broodbeleg zit.
Anne-Mariken Raukema
Wie kent niet, alleen al van naam, de multinational Unilever? Van Andrelon tot Zwitsal, food en non-food. Groot geworden door het samen gaan van een Nederlands bedrijf (Margarine Unie) en het Britse Lever Brothers in 1930. Net als voorgangers tweeënhalve eeuw eerder, maar op een nog veel grotere schaal, putte het bedrijf door de intensieve teelt van palmolie, suiker en cacao hele gebieden in Congo uit. Arbeiders verdienden nog geen euro per dag; op de plantages in Nederlands-Indië werd het zesvoudige verdiend.
CATPC
Die afkorting staat voor Cercle d’Art des Travailleurs de Plantation Congolaise. Twee jaar geleden verwierf deze groep kunstenaars bekendheid omdat zijn Nederland vertegenwoordigden op de Biënnale van Venetië. Een aantal werken die daar te zien was, is nu in Amsterdam, aangevuld met ander werk en een duidelijk educatief programma voor jong en oud. Omdat het museum daar sterk in is, viel de keuze al snel op H’ART. Iris van der Werff van Human Activities bedacht de titel van de expositie.
Eetbaar, of niet?
Bijzonder van de beelden is dat ze uit chocolade in Lusanga (Congo) zijn gemaakt. Maar een stukje afbreken om dat vervolgens in je mond te stoppen heeft weinig zin. Om het stevig te maken – twee beelden staan zelfs in de binnentuin in weer en wind – zijn de sculpturen gemaakt met meer palmolie dan consumptiechocolade. De sculpturen zijn in miniformaat in de museumwinkel verkrijgbaar en die smaakt wel! De opbrengsten komen ten goede aan het collectief en de uitwerking van hun ideeën.

Renzo Martens (Terneuzen, 1973), beeldend kunstenaar, cureerde de Biënnale in 2024 samen met curator de Congolese Hicham Khalidi. Omdat hij en H’ART Museum toen al met elkaar in gesprek waren, staat deze tentoonstelling nu hier. Eerder, kort na de Biënnale, waren werken van het collectief te zien in het Van Abbe Museum in Eindhoven. En ze zijn bezig met exposities in het najaar in Londen en Parijs.
Van Abbe en Stedelijk
Ik spreek Renzo Martens, nadat ik op de zeven kleine beeldschermen aan de muur toch duidelijk zag dat zowel het Van Abbe als ons Stedelijk Museum duidelijk bloed aan hun vingers hebben. Beide zijn opgericht met geld verdiend op de plantages in de koloniën. Martens: ‘Door het maken van kunst en deze werken te verkopen is inmiddels vierhonderd hectare plantagegrond op biologische wijze teruggebracht.’
Renzo Martens licht toe dat het Van Abbe Museum een van de eerste musea ter wereld was die – weliswaar op papier – zijn begonnen met het onderzoeken waar het geld vandaan kwam om destijds het museum te kunnen oprichten. Van Abbe was een welgesteld sigarenfabrikant en kunstverzamelaar. ‘Omdat we met meer mensen zijn dan ooit en ook meer consumeren dan zijn er veel meer plantages in Congo dan eerder. De kunstenaars van CAPTC willen deze gezonder maken en biologisch en vooral bevrijden van de monoculturen.’
Driedimensionaal
De originele beelden zijn op de plantages gemaakt. Vervolgens zijn die in 3D gescand en van een oneetbare chocolade gegoten. Net als thuis slaat oude chocolade wit uit. Dat gebeurt ook met de beelden, die genummerd op een rij staat in de grote zaal van het museum. In een belendend zaaltje worden continue documentaire films getoond die achtergrondinformatie geven.
Portretten en sculpturen
Aan de ene lange wand hangt een serie geborduurde portretten, op jute, van zakken waarin de cacaobonen werden en nog steeds worden verscheept. Het zijn gezichten van verzetsstrijders, plantagearbeiders en kunstenaars uit onder meer Haïti, Suriname, Indonesië, Ghana en Congo. Hun gedeelde strijd tegen koloniale uitbuiting en economische systemen staat centraal.
Achterin de zaal staat een kamerscherm, en dat staat er niet voor niets. Erachter drie sculpturen van verkrachtingsscènes: Amour Forcé. Maker Irène Kanga verbeeldt haar persoonlijke ervaring met een historische gebeurtenis: de verkrachting van de Pende-vrouw Kafutshi door een Belgische koloniaal agent in 1931. Tussen de dertig beelden verderop een sculptuur van de Kruisiging van een Kunstverzamelaar. Het toont een kruis met daarop ‘monocultures’, wat ten grave gedragen moet worden.
Zevenstappenplan
Martens vertelt ook over het zevenstappenplan dat de kunstenaars in oktober 2025 hebben ontwikkeld voor musea om nu plantages daar te helpen bevrijden van de monoculturen. Niet zonder trots zegt hij: ‘Rein Wolfs van het Stedelijk Museum is als eerste hiermee begonnen. En dat is heel goed. Wie weet dat Amsterdam de grootste cacao-overslaghaven van de wereld heeft?’
Hij meldt ook dat de beeldjes die in de workshops worden gemaakt uitgestald worden op de nog lege sokkels in de grote zaal. ‘Uiteindelijk gaan die naar Congo om daar te worden geëxposeerd in de vervolgexpositie in de White Cube, het museum van CATPC in Lusanga.’
Het Land van Hagelslag. Samen bouwen aan een nieuwe wereld is tot en met 8 november te zien in H’ART Museum aan de Amstel.
Check hartmuseum.nl








