Het afgelasten van Music On Festival in het Meerpark blijft vragen oproepen in de stadsdeelcommissie Oost. Tijdens de vergadering van dinsdagavond draaide het debat niet om de vraag of veiligheid voorop stond. Daarover klonk brede overeenstemming. De discussie ging vooral over de route ernaartoe: de timing van adviezen, de rol van stadsdeel Oost en het moment waarop bestuurlijke opschaling plaatsvond.
Arie Martijn Schenk
D66-commissielid Noor Jaarsma constateerde dat Oost opgelucht mag zijn dat het goed ging. Tegelijk noemde zij de gang van zaken ‘een hele stressvolle route’, met schade voor organisator Loveland en voor toeleveranciers in de evenementenbranche. Ook wees zij op de uitspraak van burgemeester Femke Halsema, die zich naar eigen zeggen met haar rug tegen de muur gezet voelde.
Volgens Jaarsma zorgt dat voor onrust bij festivalorganisatoren. ‘De signalen die ons bereiken vanuit festivalondernemers zijn dat iedereen flink zenuwachtig is over toekomstige evenementen in ons stadsdeel’, zei zij. ‘Men vraagt zich af: kan dit straks ons ook overkomen?’
Beantwoording aan gemeenteraad
Kort voor de vergadering verschenen ook antwoorden van burgemeester Halsema op schriftelijke vragen uit de gemeenteraad. Daarin staat dat de vergunning voor Music On op 16 maart 2026 was verleend voor de oorspronkelijke Saharatent. Een dag later vroeg de organisator om wijziging naar de Gallery Dome. Volgens de beantwoording kwam dat verzoek laat in het vergunningentraject, terwijl zulke wijzigingen normaal vóór vergunningverlening aangeleverd moeten zijn.
De gemeentelijke afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving, kortweg VTH, vroeg op 25 maart advies aan de Omgevingsdienst over de gewijzigde tentconstructie. Daarna volgden volgens de beantwoording vier rappels, zonder inhoudelijke reactie. De stukken kwamen terecht op een al afgesloten zaak in het systeem van de Omgevingsdienst en raakten daardoor niet tijdig in behandeling. Pas op 1 mei kwam via een andere afdeling alsnog contact tot stand. Op 5 mei liet de Omgevingsdienst weten naar verwachting geen positief advies te kunnen afgeven.
De kern van het negatieve advies lag volgens de gemeente bij ontbrekende constructieberekeningen en technische onderbouwingen. Daardoor kon de Omgevingsdienst niet vaststellen of de constructie voldeed aan de veiligheidsnormen. De organisator ging er volgens de beantwoording vanuit dat de tent al eerder was beoordeeld, omdat een vergelijkbare tent bij de viering van 750 jaar Amsterdam op het Museumplein was gebruikt. Later bleek dat het bij Music On om een andere uitvoering ging, die niet eerder op deze manier was vergund.
Ook aanvullende maatregelen namen de onzekerheid niet weg. Daarbij ging het onder meer om extra ballast, het sluiten van wanddoeken bij lagere windkracht en het eerder ontruimen van de tent bij oplopende windbelasting. Volgens de gemeente konden zulke maatregelen risico’s mogelijk beperken, maar zij vervingen geen ontbrekende constructieve onderbouwing.
Een minder vergaande maatregel bleek volgens de beantwoording niet reëel. De tent vormde het hoofdpodium en was bedoeld voor circa 9000 van de maximaal 15.000 bezoekers. Afbreken kon niet meer op tijd, terwijl doorgaan zonder hoofdpodium nieuwe veiligheids- en beheersrisico’s zou opleveren. Daarom koos de burgemeester voor intrekking van de volledige vergunning.
Deze versie neemt dus subtiel mee: de vier rappels, de afgesloten zaak, de verwarring rond Amsterdam 750, de eerdere beoordeling die toch niet hetzelfde bleek, en de betonblokken/extra ballast zonder Het Parool-verhaal letterlijk over te nemen.
Vragen in stadsdeelcommissie over tijdlijn en regie
Jaarsma (D66) vroeg het dagelijks bestuur hoe Stadsdeel Oost betrokken is bij het aangekondigde onderzoek naar de gang van zaken. Ook wilde zij weten of de doorlooptijden binnen het stadsdeel zelf in beeld komen. De wijziging van de tentconstructie was volgens haar op 18 maart bekend bij het stadsdeel, terwijl de Omgevingsdienst deze wijziging volgens berichtgeving pas later in het systeem zag staan.
Daarnaast vroeg zij wat er gebeurt in de periode tot eventuele verbeteringen bij de Omgevingsdienst klaar zijn. In de beantwoording aan de gemeenteraad staat dat de Omgevingsdienst werkt aan een ICT-oplossing om te voorkomen dat stukken aan afgesloten zaken kunnen worden toegevoegd zonder signalering. Tot die tijd wilde Jaarsma weten hoe de komende zomerevenementen in Oost door het proces gaan.
Ook de inhoudelijke kant van de veiligheidsbeoordeling kwam aan bod. De Omgevingsdienst gaf geen positief advies, omdat de juiste berekeningen voor de tentconstructie ontbraken. Jaarsma vroeg waarom daarna toch nog aanvullende veiligheidsmaatregelen, zoals ballast en windscenario’s, in beeld kwamen. Haar vraag: was de gedachte dat een ontbrekende constructieve onderbouwing met extra maatregelen alsnog beheersbaar viel te maken?
‘Veiligheid staat voorop’
Jesse Beek van PRO sloot zich aan bij de vragen. Hij vroeg of de context rond Music On uniek was. Volgens hem ligt daar een belangrijke les: komen zulke late wijzigingsverzoeken vaker voor, of ging het hier om een uitzonderlijke situatie?
Voor PRO staat veiligheid voorop, benadrukte Beek. Tegelijk vroeg hij aandacht voor de samenwerking tussen gemeentelijke Vergunningen, Toezicht en Handhaving en de Omgevingsdienst. Uit de stukken bleek dat meerdere mails zonder reactie bleven. Beek vroeg of er niet eerder telefonisch contact mogelijk was. ‘Kunnen we elkaar misschien eerder bellen als ambtenaren? Kunnen we een bakkie pleur doen?’
Ook de VVD stelde vragen over de communicatie. Marie-José Kleene noemde het besluit van de burgemeester rationeel en rechtmatig vanuit veiligheidsperspectief. Wel vroeg zij of er op andere manieren contact gezocht was toen reacties en documenten uitbleven. Ook vroeg zij of het onderwerp niet eerder op het hoogste bestuurlijke niveau besproken had moeten zijn.
Stadsdeelvoorzitter: veel gebeurt in ‘meewerkstand’
Stadsdeelvoorzitter Carolien de Heer gaf aan dat tussentijdse wijzigingen bij evenementen vaker voorkomen. Dat kan al tijdens de vergunningprocedure, maar soms zelfs in de opbouwfase. Volgens De Heer zijn medewerkers van Vergunningen, Toezicht en Handhaving gewend om mee te denken, juist omdat intrekken van een vergunning in een late fase grote gevolgen kent.
Die houding speelde volgens haar ook bij Music On. ‘We proberen natuurlijk altijd mee te werken’, zei De Heer. ‘Om te kijken hoe we kunnen zorgen dat het evenement kan doorgaan.’
Volgens De Heer dachten betrokken medewerkers lang dat een oplossing nog mogelijk was. Pas vrijdagmiddag aan het einde van de middag kwam volgens haar duidelijker in beeld dat het negatieve advies van de Omgevingsdienst overeind bleef. Ook daarna leefde nog de gedachte dat mitigerende maatregelen of maatwerk misschien voldoende ruimte boden.
Achteraf ziet De Heer daar een belangrijk punt. Volgens haar is niet scherp genoeg ingeschat wat een negatief advies van de Omgevingsdienst in dit geval betekende. Ook zij dacht aanvankelijk dat maatregelen mogelijk alsnog tot doorgang konden leiden. Uiteindelijk bleef de Omgevingsdienst negatief en besloot de burgemeester het risico niet te nemen.
Late opschaling naar burgemeester
De stadsdeelvoorzitter vertelde dat zij op vrijdagmiddag al gebeld was, maar toen nog niet duidelijk was dat het negatieve advies definitief stand zou houden. Zaterdagochtend om kwart voor acht kreeg zij opnieuw telefoon en moest zij snel advies uitbrengen aan de burgemeester.
Samenwerking tussen diensten moet sneller en directer
Volgens De Heer kwam het onderwerp ook voor haar laat bestuurlijk in beeld. Normaal spreekt zij geregeld met vergunningverleners over evenementen in Oost. Meestal luidt de terugkoppeling dat er geen problemen zijn en dat zaken ambtelijk opgelost raken. In dit geval bleek opschaling uiteindelijk wel nodig, maar die kwam laat. ‘Dat zij zich met de rug tegen de muur gezet voelde, dat snap ik wel’, zei De Heer over burgemeester Halsema. ‘Want dat was natuurlijk eigenlijk ook zo.’
Evaluatie komt terug naar de commissie
De bredere evaluatie van de gang van zaken gaat naar de stadsdeelcommissie zodra die klaar is. Die toezegging deed De Heer tijdens de vergadering. Ook gaf zij aan dat zij de komende periode dichter op de evenementen in Oost zit. Concreet betekent dat volgens haar dat zij wekelijks vraagt naar de stand van zaken rond evenementen en doorvraagt op de adviezen van betrokken diensten.
In de beantwoording aan de gemeenteraad kondigt de burgemeester ook bredere maatregelen aan. Het vergunningverleningsproces krijgt een evaluatie, met extra aandacht voor wijzigingen na vergunningverlening, het rappelleren richting adviespartners en het moment waarop geconcludeerd moet worden dat een wijziging niet meer tijdig en zorgvuldig beoordeeld kan worden. Ook het escalatiemodel krijgt uitbreiding voor situaties die na vergunningverlening ontstaan.
Beek vroeg of de evaluatie ook kijkt naar de balans tussen de ‘meewerkstand’ van de gemeente en de behoefte van ondernemers aan duidelijkheid. Soms kan een vroeg en helder nee voor een organisator beter zijn dan lange onzekerheid, stelde hij.
Jaarsma vroeg in tweede termijn nogmaals naar de vraag wanneer opschaling naar de burgemeester gebruikelijk is. Volgens haar is dat geen technische kwestie, maar een politiek-bestuurlijke vraag. De Heer gaf aan dat zij sommige vervolgvragen liever schriftelijk beantwoordt, omdat de technische details rond de constructieve beoordeling ingewikkeld zijn en zij geen onjuiste uitspraken wil doen.
Wel bleef de bestuurlijke les aan het einde van het debat overeind: de samenwerking tussen diensten moet sneller en directer. Of, zoals Beek het eerder die avond samenvatte: soms begint betere regie gewoon met eerder bellen.






