Meer dan honderd jaar geleden bracht woningopzichteres Clasien Meursing bewoners van het Van der Pek-blok bij elkaar met clubs, lezingen, uitstapjes en een bibliotheek. Nu duikt in hetzelfde woonblok een nieuwe Klazina op. In de Klazien-o-theek aan de Molukkenstraat kunnen buurtbewoners ideeën, verhalen en creativiteit met elkaar delen.
Redactie
Het kunstproject grijpt terug op een bijzonder stukje sociale geschiedenis van de Indische Buurt, maar stelt tegelijkertijd een actuele vraag: wat betekent gemeenschap eigenlijk nog in een veranderende stad?
Wie tegenwoordig door de Molukkenstraat loopt, ziet bij nummer 68-70 twee kleine gebouwtjes die bekendstaan als De Poorthuisjes. Ooit waren ze onderdeel van het sociale leven rond het Van der Pek-blok. Dit jaar vormen ze het decor voor Ode aan de Gemeenschap, een kunstproject waarin kunstenaars en buurtbewoners samen onderzoeken wat een gemeenschap vormt.
Een van de onderdelen is de Klazien-o-theek, een initiatief van kunstenaar Marieke van Rooy. De gastvrouw heet Klazina. Dat is geen toevallig gekozen naam. Het personage is geïnspireerd op Clasien Meursing, de vrouw die van 1919 tot 1946 woningopzichteres was van het Van der Pek-blok.
Veel meer dan de huur ophalen
Het beroep van woningopzichteres is inmiddels verdwenen, maar in de eerste helft van de twintigste eeuw vervulden deze vrouwen een belangrijke rol binnen de sociale woningbouw. Meursing hield toezicht op de woningen en haalde wekelijks de huur op, maar haar werk ging veel verder.
Ze kende de bewoners en hun gezinnen, bemiddelde bij problemen en hielp mensen die financieel of sociaal in de knel kwamen. In hedendaagse termen zou een deel van haar werk ergens tussen dat van maatschappelijk werker, gezinscoach en schuldhulpverlener liggen.
Historicus Mirjam Prenger deed onderzoek naar Meursing en ontdekte in het archief van het Amsterdams Bouwfonds haar aantekenschriftjes. Daarin noteerde de woningopzichteres wat er in de jaren twintig, dertig en veertig in het woonblok gebeurde. De schriftjes geven daarmee niet alleen een beeld van haar werk, maar ook van het dagelijkse leven van gewone Amsterdammers in de Indische Buurt.
Meursing selecteerde bewoners, hield zich bezig met het onderhoud van de woningen en beheerde de bibliotheek van het blok. Daarnaast organiseerde ze culturele clubs, lezingen, voordrachten, excursies en vakanties. Ze was daarmee een belangrijke spil in het sociale leven van het woonblok.
Een woonblok als gemeenschap
Het Van der Pek-blok was in die tijd meer dan een verzameling woningen. Bewoners kwamen samen in clubs en tijdens feesten en muziekuitvoeringen in de gezamenlijke binnentuin. Kinderen en volwassenen deden mee aan activiteiten en bewoners kenden elkaar.
Dat sociale karakter paste bij ideeën die aan het begin van de twintigste eeuw leefden over volkshuisvesting. Goede arbeiderswoningen moesten niet alleen betere woonomstandigheden bieden; aandacht voor scholing, cultuur en gemeenschapsvorming hoorde daar volgens sociale hervormers eveneens bij.
Het Van der Pek-blok, tussen de Balistraat en Eerste Atjehstraat, dateert uit 1911 en werd ontworpen door architect Jan Ernst van der Pek. De woningen rond de gezamenlijke binnentuin boden een omgeving waarin het gemeenschapsleven zich kon ontwikkelen. Clasien Meursing werd een van de mensen die daar in de praktijk vorm aan gaf.
Klazina keert terug
Ruim een eeuw later is de samenleving veranderd. De Indische Buurt is veranderd, Oost is veranderd en Amsterdam is veranderd. En ook de manier waarop mensen met hun buren omgaan is niet meer dezelfde.
Juist daarom grijpt Ode aan de Gemeenschap terug op het verhaal van Meursing. Het jaarprogramma in De Poorthuisjes brengt kunstenaars en buurtbewoners bij elkaar tijdens vier artist-in-residencies. Danser en choreograaf Roberta Maimone, het Indonesische kunstenaarscollectief Jatiwangi Art Factory, componist Kate Moore en kunstenaarsduo Mangano & Van Rooy bekijken ieder vanuit een andere invalshoek wat een gemeenschap kan zijn.
De Klazien-o-theek loopt als een verbindende lijn door het project.
Geen traditionele bibliotheek dus, maar een plek waar ideeën kunnen worden ingebracht en uitgewisseld. Buurtbewoners kunnen er deelnemen aan creatieve activiteiten en met anderen onderzoeken wat er in de buurt leeft. De organisatie omschrijft de Klazien-o-theek als een plek waar creatieve ideeën in relatie tot de lokale gemeenschap worden uitgewisseld en gerealiseerd.
Daarmee krijgt het historische werk van Clasien Meursing een hedendaagse vertaling. Waar Meursing ooit clubs organiseerde voor bewoners van haar woonblok, probeert Klazina mensen opnieuw rond gezamenlijke activiteiten bijeen te brengen.
Inspiratie uit Indonesië
In september krijgt dat experiment een internationale dimensie. Arie Syarifuddin van Jatiwangi Art Factory (JAF) verblijft zes weken in De Poorthuisjes. Het kunstenaarscollectief uit het Indonesische Jatiwangi werkt al jaren op het snijvlak van kunst en het dagelijkse leven. Bewoners zijn daarbij niet alleen publiek, maar worden onderdeel van projecten.
Syarifuddin onderzoekt in Amsterdam onder meer de betekenis van suiker. Dat alledaagse product vormt een ingang naar grotere verhalen over productie, kolonialisme en de historische banden tussen Indonesië en Nederland.
Tijdens zijn verblijf laat ook Klazina zich inspireren door de manier waarop Jatiwangi Art Factory met lokale gemeenschappen werkt. Daarmee ontstaat een opmerkelijke verbinding: ideeën over gemeenschapsvorming uit het vroegtwintigste-eeuwse Amsterdam komen in gesprek met hedendaagse werkwijzen uit Indonesië.
Van bibliotheek naar Klazien-o-theek
De naam Klazien-o-theek krijgt tegen die historische achtergrond nog een extra betekenis. Clasien Meursing beheerde destijds daadwerkelijk de bibliotheek van het woonblok. De nieuwe Klazien-o-theek bewaart echter niet alleen boeken. De ‘collectie’ bestaat eerder uit ideeën, ervaringen, vaardigheden en verhalen van mensen. De vraag is vervolgens wat daarmee gebeurt.
Kan een tijdelijke kunstplek ervoor zorgen dat buurtbewoners elkaar vinden? Kan een gezamenlijk project verbinding tot stand brengen tussen mensen die elkaar anders misschien nooit zouden ontmoeten? En blijft er iets bestaan wanneer de kunstenaars weer vertrekken? Dat zijn vragen die binnen Ode aan de Gemeenschap bewust niet vooraf worden beantwoord.
Oude vraag, nieuwe stad
Het maakt de keuze voor juist deze plek betekenisvol. In het Van der Pek-blok werd ruim honderd jaar geleden al nagedacht over wonen als iets wat verder gaat dan een voordeur en vier muren. De woningopzichteres kende haar bewoners, er waren clubs en bijeenkomsten en de binnentuin was een plek voor gezamenlijke activiteiten.
Die wereld kan niet simpelweg worden teruggebracht. De huidige Indische Buurt is veel groter, diverser en individualistischer dan de gemeenschap waarin Meursing werkte.
Toch is de onderliggende vraag opvallend actueel. Wie brengt mensen bij elkaar wanneer steeds meer voorzieningen verdwijnen of veranderen? Waar ontmoeten buurtbewoners elkaar nog? En wat is er nodig om van mensen die toevallig naast elkaar wonen daadwerkelijk buren te maken?
De Klazien-o-theek probeert daar geen theoretisch antwoord op te geven. Het antwoord moet juist ontstaan door mensen iets samen te laten doen.
Klazien-o-theek in september
Tijdens de residency van Jatiwangi Art Factory zijn er op 19 en 26 september van 16.00 tot 17.00 uur bijeenkomsten van de Klazien-o-theek. Voor kinderen zijn er op 16 en 23 september van 15.00 tot 17.00 uur speciale clubs.
Op zondag 27 september om 15.00 uur wordt de residency afgesloten met een Amsterdamse editie van Forum 27an. Dat is een door Jatiwangi Art Factory ontwikkeld gespreksmodel waarbij mensen met verschillende achtergronden bijeenkomen om ervaringen uit te wisselen en over onderwerpen uit het dagelijkse leven te praten. Tijdens de bijeenkomst wordt ook nagedacht over de toekomst van de Klazien-o-theek.
Daarmee komt uiteindelijk dezelfde vraag op tafel die Clasien Meursing honderd jaar geleden waarschijnlijk vooral praktisch benaderde: hoe zorg je ervoor dat een verzameling bewoners een gemeenschap wordt?
Misschien begint het antwoord nog altijd verrassend eenvoudig: door de deur open te zetten en mensen uit te nodigen binnen te komen.

