Amsterdam wil de uitstootvrije zone in 2030 uitbreiden naar alle Amsterdamse binnenwateren. Plezierbootjes mogen dan niet meer op fossiele brandstof varen. Omdat ombouwen naar elektrisch varen duur is, doen veel booteigenaren hun bootje van de hand. Diverse jachthavens in Oost zien dit terug in meer lege steigers.
Steven van Galen
Oost kent vele jachthavens en watersportverenigingen: de Vioolsleutel, IJburg, Pampus, de Watergeuzen, Jachthaven Bovendiep, Port Entrepot, Peek en Het Nieuwe Diep, om er maar enkele te noemen. Bij verschillende daarvan is er sprake van toenemende leegstand. Petra Herdriks, mede-eigenaar van jachthaven De Vioolsleutel, is bezorgd over de toekomst van haar bedrijf.
‘Het ombouwen naar elektrisch is voor veel mensen veel te duur’, zegt ze, ‘Het plezier is er gauw van af als je een bootje van vijfduizend euro voor tienduizend euro moet laten ombouwen. Varen is ook een sociaal gebeuren. Maar op deze manier is dat straks alleen nog weggelegd voor vermogenden,’ vertelt ze. ‘Ik schat dat 50 procent van de mensen die hier liggen erover denken om hun boot te verkopen. Met alle gevolgen van dien voor onze bedrijfsvoering,’ voegt ze daaraan toe, ‘Want ook de winterstalling valt straks weg. Elektrische boten mogen immers niet binnen worden gestald vanwege het brandgevaar.’
Havenmeester David Radder van jachthaven Port Entrepot herkent het beeld dat Petra Hendriks schetst. ‘We hebben meer leegstand dan voorgaande jaren. Ik merk dat we in een transitie zitten naar elektrisch varen. Ombouwen naar een elektrische motor is veel te duur, zeker voor mensen die driehoog-achter wonen en die hun bootje voornamelijk gebruiken om ’s avonds of in het weekeinde te recreëren. Of de huidige hogere leegstand structureel is, durft hij niet te zeggen. ‘We hebben natuurlijk ook nieuwe instroom, veelal van elektrische boten,’ zegt hij, ‘en door de onze ligging, vlakbij het Amsterdam-Rijnkanaal kunnen ook niet-elektrische boten ook na 2030 hier blijven uitvaren. Ondanks alle onzekerheden heb ik vertrouwen in de toekomst omdat al onze ligplaatsen voorzien zijn van een eigen walstroompunt,’ voegt hij daaraan toe.
De havenmeester van het Bovendiep heeft amper tijd om vragen te beantwoorden vanwege de drukte, ‘De bootjes moeten in deze tijd het water in,’ legt hij gehaast uit. Maar in het korte telefoongesprekje beaamt hij volmondig dat heel veel mensen bezig zijn hun boot te verkopen. ‘Zeker vijfentwintig procent van onze klanten’, schat hij.
Geen eenduidig beeld
Dit beeld is echter niet bij alle watersportverenigingen hetzelfde. Peter Zagt, havenmeester van jachthaven de Oostvaarders merkt nog niets van toenemende leegstand bij zijn steigers. Ook bij jachthaven Peek is er volgens de woordvoerder nog weinig te merken van leegloop. ‘Ik hoor wel geluiden van omliggende watersportverenigingen,’ aldus de woordvoerder, ‘Het gebeurt wel dat mensen hun boot verkopen vanwege de omschakeling naar elektrisch, maar wij zijn voorbereid doordat we elektrische aansluitingen hebben voor elektrische boten.’
Ook Jur Visser, havenmeester van watersportvereniging Het Nieuwe Diep merkt nog niets van toenemende leegstand. ‘We liggen altijd vol en dat is al jaren zo.’ De eigenaar van jachthaven Pampus wil niet veel kwijt over de gevolgen voor zijn bedrijf van de naderende elektrificatie van de pleziervaart, ‘Er zijn wel minder bootjes dan voorgaande jaren, hoeveel procent ga ik u niet vertellen,’ aldus de eigenaar. ‘Het gaat de laatste tijd weer wat beter, we mogen nog niet klagen en,’ besluit hij welgemoed, ‘Het komt vast wel weer goed.’
Trend Al met al een wisselend beeld bij de verschillende watersportverenigingen waar toch een trend waarneembaar lijkt: veel botenbezitters met een smalle beurs doen met het oog op 2030 hun pleziervaartuig van de hand. Naarmate 2030 nadert zal die trend niet minder worden. Voor veel eigenaren van pleziervaartuigen, niet alleen in Oost, is dat een weinig plezierig vooruitzicht.






