De stadsdeelcommissie Oost heeft dinsdagavond een reeks aanvullende adviezen vastgesteld bij het concept-beleidskader voor kunst in de openbare ruimte. Het gaat om een stedelijk beleidskader, waarvoor het college advies vroeg aan de stadsdelen.

Arie Martijn Schenk

De commissie steunt de inzet op meer representatie en inclusie, maar wil op meerdere punten extra accenten leggen. Zo vroegen commissieleden onder meer aandacht voor sociaal-economische verschillen, ruimte voor autodidacte makers en een expliciete plek voor flora en fauna.

Sociaal-economische verschillen op de agenda
Rada Ruijter (SP) pleitte namens meerdere indieners voor meer aandacht voor sociaal-economische klasse in het beleidskader. Volgens haar zit daar een blinde vlek. ‘Sociaal-economische klasse is enorm bepalend voor hoe je leven loopt. Het bepaald welk netwerk je hebt, met wie je omgaat, en hoeveel vrijheid je voelt en hebt om kunst te maken’, zei zij.

In een stad met veel inwoners die in armoede leven, ligt het volgens haar voor de hand dat ook die werkelijkheid zichtbaar terugkomt in kunst in de stad. Het advies vraagt daarom om sociaal-economische klasse toe te voegen aan het rijtje kenmerken waar nadrukkelijk naar gekeken wordt, en ook de toegang voor makers uit minder kansrijke posities te verbeteren. Stadsdeelbestuurder Jan Bert Vroege gaf op dit punt weliswaar een negatief pre-advies, maar dat hield de commissie niet tegen: het advies kreeg alsnog steun.

Meer helderheid over proces en verantwoordelijkheden
BIJ1 legde daarnaast een breder voorstel op tafel over het omgaan met omstreden kunst in de publieke ruimte. Dat advies vroeg onder meer om een duidelijkere definitie van ‘omstreden’, een heldere procesbeschrijving en meer duidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden.

Tijdens de bespreking werd het voorstel aangepast: het expliciet definiëren van ‘omstreden’ werd losgelaten. Daarmee ontstond bredere steun binnen de commissie.

Donau benadrukte dat het voorstel de discussie niet verder wil politiseren, maar juist het gesprek wil beleggen bij mensen met kennis van zaken en bij groepen die zich geraakt voelen door een kunstwerk.

Vroege waarschuwde op zijn beurt dat de politiek niet vooraf moet vastleggen wat omstreden is en welke route altijd voorrang krijgt. Volgens hem vraagt elk kunstwerk om een eigen afweging in gesprek met de stad. Als voorbeeld noemde hij het beeld van Anton de Kom in Zuidoost, waar activisten kritiek uiten op het kunstwerk, terwijl de familie er juist anders naar kijkt.

Na de aanpassing sprak ook het dagelijks bestuur steun uit voor het voorstel, waarna de commissie het advies aannam.

Breder kijken dan de kunstacademie
Meer overeenstemming ontstond bij een voorstel van Pieterse, Van Maastrigt en Ruijter over de instroom van nieuwe kunstenaars. Dat advies wil voorkomen dat vernieuwing alleen wordt gezocht onder recent afgestudeerden van formele kunstopleidingen.

Pieterse (PRO) stelde dat een inclusieve openbare ruimte ook vraagt om een inclusieve selectie van makers. Daarom moet er ook ruimte komen voor mensen die hun vaardigheden buiten het formele onderwijs opdeden. Ook de zoektocht naar jong talent zou breder moeten dan alleen onderwijsinstellingen. Vroege liet weten daar geen bezwaar tegen te zien. Volgens hem telt in de praktijk het werk van een kunstenaar, niet het diploma.

‘Elke Amsterdammer bewandelt een eigen route, zo ook in de kunsten. Het advies is een belangrijke toevoeging op het beleidskader, omdat het van groot belang is dat de diversiteit van  Oost terug te vinden is in de groep makers, vertelt Josja Pieterse van PRO. ‘Dit voorstel draagt daaraan bij: we geven ruimte aan mensen die niet de formele route hebben doorlopen en hierdoor blijven we er scherp op dat meedoen niet afhangt van het wel of niet hebben van een diploma.’

‘Dat dit het eerste voorstel in de nieuwe stadsdeelcommissie is dat brede steun kreeg en unaniem werd aangenomen, daar ben ik heel blij mee’, voegt Pieterse nog toe.

Ook flora en fauna in beeld
Ook flora en fauna kregen een plek in de beraadslaging. Marten van Maastrigt (Partij voor de Dieren) vroeg samen met Ruijter aandacht voor dieren en natuur als terugkerend onderwerp in kunst in de openbare ruimte. Met het advies willen de indieners borgen dat flora en fauna ook in de toekomst expliciet in beeld blijven bij nieuwe plannen.

Vroege vond dat niet nodig. Volgens hem krijgt natuur al veel aandacht in kunst en cultuur, ook in Oost, en gaat het dus niet om een onderbelicht thema. Hij wees onder meer op bestaande en nieuwe kunstwerken met dieren en natuur als inspiratiebron. Toch koos de commissie ook hier voor een ander accent en nam het advies aan.

Advies gaat naar het college
De vergadering liet daarmee een duidelijk patroon zien. Het dagelijks bestuur steunt de hoofdlijn van het beleidskader, maar keek kritisch naar een deel van de aanvullingen uit de commissie. De stadsdeelcommissie koos er vervolgens voor om op meerdere punten toch verder te gaan en het advies vanuit Oost nadrukkelijk aan te scherpen.

De adviezen gaan nu terug naar het college van burgemeester en wethouders, dat het uiteindelijke beleidskader voor de hele stad vaststelt. Het college kan de adviezen overnemen, maar is daar niet toe verplicht.