De plaatsing van dertien Stolpersteine was het sluitstuk van een intensieve speurtocht naar de levensgeschiedenissen van door de nazi’s vermoorde Joden die in twee panden aan de Middenweg woonden. Vijftig stenen lagen er al. ‘De bewoners zijn weer bij elkaar.’
Tekst: Jaap Stam | Foto Frank Schoevaart
Wie langs Middenweg 195 en 201 loopt, kan het niet ontgaan: 63 Stolpersteine liggen in de stoep. Een herinnering aan de gruwelijke geschiedenis van de twee panden waar in 1943 de nazi’s binnenvielen. Op 195 runde Margaretha de Groot (vermoord op 16 juli 1943 in Sobibor) een Joods ‘tehuis voor rust- en hulpbehoevenden’. Haar zus Fijtje Kischneider-De Groot (Sobibor, 2 juli 1943) dreef op 201 een Joods pension en woonde er met haar echtgenoot. De zussen waren verpleegster van beroep.
Op Middenweg 195 woonden ook mensen met een rugzakje, zoals we dat nu noemen, zegt Eveline van Emmerik, de huidige bewoonster. De GGD nam er poolshoogte om te controleren of het gemeenschapsgeld goed werd besteed. ‘De verzorging bij Zr. De Groot is goed’ en ‘Het Tehuis, dat een keurigen, prettigen indruk maakt, is berekend op +20 patiënten,’ noteerde een controleur.
De dossiers van een aantal bewoners liggen in het Stadsarchief. ‘Huis leeggehaald. Afrekening doorgestuurd.’ Ze waren bij de razzia van 5 februari 1943 opgepakt en weggevoerd. Hun uitkering werd maandelijks betaald; de Sociale Dienst vorderde 23 dagen terug. Van Emmerik: ‘Leeggehaald… ik krijg kippenvel als ik dat lees. Administratief is het juist, maar met de wetenschap dat ze door de Duitsers zijn weggehaald, gedeporteerd en vermoord, is het heel koud.’
‘Huis leeggehaald. Afrekening doorgestuurd.’
36 Stolpersteine liggen voor Middenweg 201. Voor nummer 195 liggen er 27. Ze getuigen van zestig moorden. Hoe griezelig efficiënt de moordmachine van de nazi’s werkte, blijkt uit de korte tijd tussen de razzia’s, de deportatie uit Westerbork en de datum van overlijden. Vaak niet meer dan luttele dagen. Twee stenen zijn voor de naamgeving van de tehuizen, een voor Julius Vischjager (1937 – 2020), pianist, journalist en uitgever van de handgeschreven The Daily Invisible, die als kind woonde op 201. Achterop de fiets van een verzetsstrijdster is hij buiten Amsterdam in veiligheid gebracht. Van Emmerik: ‘De stenen zijn voor mensen die vervolgd zijn in de oorlog. De oorlog heeft Julius voor de rest van zijn leven getekend.’
Eind april 2011 had Het Parool een bijlage met adressen waar Joodse gezinnen woonden voordat ze werden gedeporteerd. Middenweg 195 en 201 stonden erin. De bewoners wisten van niks.
Eveline van Emmerik: ‘Mijn oudste dochter zei: wat is hier in godsnaam gebeurd?’
Kees Schakel (die tot vorig jaar op Middenweg 201 woonde): ‘Het kwam behoorlijk binnen. We woonden in een monument zonder dat we het beseften.’
Onafhankelijk van elkaar gingen ze op onderzoek uit. In het Stadsarchief stuitte Schakel op lijsten van bewoners van zijn huis. Lijsten met namen, bladzijdenlang, met de hand geschreven. Wanneer iemand in het huis was komen wonen, wanneer iemand was verhuisd en waarheen. Duitschland stond bij veel namen. Het duizelde Schakel. Zijn huis is bewoond geweest door tientallen, zo niet honderden mensen.
Veel tijd heeft Van Emmerik gestoken in het zoeken van nabestaanden en het uitpluizen van de levensgeschiedenissen van de bewoners. Het Stadsarchief, politierapporten, het Digitaal Joods Monument, het Niod, de zoekmachine Delpher van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag – niets liet zij onbenut. De kleinste details als bewijs van het leven van de Joodse bewoners heeft ze opgedoken. Zoals de aangifte van de diefstal van een herenrijwiel van 20 gulden.
Ondanks intensief speurwerk heeft ze geen foto’s gevonden van de zussen De Groot. Van Emmerik blijft zoeken. ‘Het zou heel bijzonder zijn als foto’s van die twee en ook van andere bewoners boven water komen. Een gezicht hebben bij de namen versterkt het gevoel van kennismaking, dat zou het beeld van het leven hier in huis nog meer invulling geven.’ Bovendien wil ze een boekje maken over het leven in Joodse rusthuizen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. ‘Ik heb zoveel materiaal verzameld. Als ik daar niets mee doe dan verwaait het.’
‘Als ik daar niets mee doe dan verwaait het’
In januari 2024 hebben Van Emmerik en Schakel de Stolpersteine aangevraagd. De laatste zeven van de 27 stenen bij Middenweg 195 zijn 19 juni geplaatst. Drie weken later volgden de laatste dertien van de 36 stenen bij Middenweg 201. Gadegeslagen door ruim vijftig zwijgende belangstellenden, onder wie veel nabestaanden van vermoorde Joden, plaatsten twee medewerkers van de gemeente de in de zon schitterende stenen. De stilte werd onderbroken door de doffe tikken van de rubberen hamer waarmee de Stolpersteine in het gelid werden gelegd en het (vanwege de vakantie spaarzame) verkeer op de Middenweg.
Schakel: ‘De woningen zijn geen officiële monumenten, mogen ze monumenten in ons hart zijn ter nagedachtenis van de vermoorde bewoners.’
Van Emmerik: ‘Ze zijn weer bij elkaar. We zullen ze nooit vergeten en hun verhalen vertellen.’
Aan het slot van de ceremonie werd Al kol elle (Dit alles) van de dichter Naomi Shemer gezongen. Een deel van een terugkerende strofe luidt vertaald:
Ruk wat geplant is niet uit
en vergeet de hoop niet,
breng me terug.
Bijna 4.500 Stolpersteine
Stolpersteine (struikelstenen) zijn bedacht door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Het zijn kleine messing plaatjes in het trottoir voor woningen van mensen die door de nazi’s zijn vervolgd. De eerste steen werd in 1992 geplaatst in Keulen. De eerste Stolpersteine in Amsterdam werden gelegd op 4 mei 2009 voor sportverslaggever Han Hollander en zijn vrouw. Er liggen een kleine 4.500 stenen in de stad, het hoogste aantal in Nederland en het derde van Europa na Berlijn en Hamburg.
‘Demnig wilde de slachtoffers een naam en plek teruggeven, precies daar waar ze leefden,’ zegt An Huitzing. Van honderden slachtoffers heeft zij nabestaanden gezocht. ‘Het is voor hen belangrijk om erbij betrokken te zijn, het zoekproces en de plaatsing werken helend. Niet iedereen kan zoeken; het is fijn als je hen daarbij kunt helpen.’
Ze was ook betrokken bij het reconstrueren van de levens van de bewoners van Middenweg 195 en 201. Samen met Eveline van Emmerik las ze de verhalen voor van de dertien bewoners voor wie afgelopen zomer een steen werd geplaatst op de stoep voor Middenweg 201.
Huitzing schat dat ze bij een kleine tweeduizend Stolpersteine in Amsterdam betrokken is geweest. ‘Al die familietakken zie je eindigen in Auschwitz, Sobibor of een ander vernietigingskamp. Elke steen is een klein monument en een begin van een gesprek.’





