Is een volle wasmachine werkelijk beter voor het milieu dan een halflege? Dat is een van de vragen die de Universiteit van Amsterdam stelt bij hun onderzoek naar microplastics uit kleding. En het mooie is: bewoners van Oost kunnen zelf meehelpen aan dat onderzoek.

Tekst Anita Boelsums l Foto Frank Schoevaart

Wie denkt aan de grote bronnen van microplastics, denkt misschien aan plastic verpakkingen of wegwerpbekers. Maar de werkelijkheid is verrassender. Volgens cijfers van de International Union for Conservation of Nature is maar liefst 35 procent van alle microplastics in de oceanen afkomstig van synthetisch textiel. Daarmee is kleding wereldwijd de grootste bron van microplasticvervuiling in zee.

Toch weten onderzoekers nog niet precies wat er in de wasmachine gebeurt. Welke factoren zorgen ervoor dat kleding meer of juist minder microplastics loslaat? En hoe kunnen consumenten hun uitstoot beperken zonder hun hele leven om te gooien?

Dat onderzoekt een team van de Universiteit van Amsterdam op het Science Park. Een van de gezichten van het project is Allison Moll (30), onderzoeks- en communitymanager van de burgerwetenschapsprojecten.

Burgerwetenschap
Moll groeide op in Diemen en woont tegenwoordig in Oost, vlak bij de Jaap Edenbaan. Al jong wilde ze weten hoe dingen werken. Na een studie Bio-Farmaceutische Wetenschappen aan de Universiteit van Leiden ontdekte ze dat haar hart niet zozeer lag bij onderzoek in een laboratorium, maar bij het uitleggen van wetenschap. Ze werkte jarenlang aan educatieve projecten voor scholieren en kwam in 2024 terecht bij de Universiteit van Amsterdam. Daar begeleidt ze zogenoemde burgerwetenschapsprojecten, onderzoeken waarbij gewone mensen actief meedoen aan het verzamelen van gegevens. ‘Er zit vaak een grote afstand tussen wetenschappelijk onderzoek en de samenleving,’ vertelt ze. ‘Met burgerwetenschap kun je mensen laten zien hoe onderzoek werkt én tegelijk waardevolle gegevens verzamelen.’

Synthetisch textiel
Het onderzoek draait om kleding van synthetische materialen zoals polyester en nylon, plastics. Bij elke wasbeurt slijten er kleine vezeltjes van de stof af. Die komen via het afvalwater in het riool terecht. Nederlandse waterzuiveringsinstallaties halen het grootste deel daarvan uit het water, maar niet alles. Wereldwijd belanden daardoor enorme hoeveelheden microplastics in het milieu.

Veel mensen realiseren zich volgens Moll niet dat hun kleding deels uit plastic bestaat. ‘Een polyester sportshirt voelt misschien als stof, maar het is eigenlijk een groot stuk plastic. Tijdens het wassen breken daar kleine vezeltjes vanaf. Dat zijn microplastics.’

Wat die microplastics precies doen in het menselijk lichaam, wordt nog onderzocht. Wel worden ze inmiddels overal aangetroffen: in rivieren, oceanen, vissen en zelfs in mensen.

Vollere trommel
De grote vraag is welke factoren bepalen hoeveel vezels vrijkomen tijdens het wassen. Maakt de temperatuur verschil? Is een eco-programma beter? Helpt een bepaald type wasmiddel? Heeft de centrifugeersnelheid invloed? Of gaat het vooral om de hoeveelheid kleding in de trommel?

Om daarachter te komen, verzamelt het onderzoeksteam enorme hoeveelheden gegevens. En daarbij kwam al een opvallend patroon naar voren.

‘Wat ons tot nu toe het meest opvalt, is dat een vollere trommel minder vezels lijkt uit te stoten,’ zegt Moll. De verklaring is waarschijnlijk eenvoudig. Als een wasmachine goed gevuld is, hebben kledingstukken minder ruimte om tegen elkaar aan te schuren. Minder wrijving betekent minder loskomende vezels.

Het is nog te vroeg om er definitieve conclusies aan te verbinden. Daarvoor zijn veel meer meetgegevens nodig. Maar het is precies het soort praktische kennis waar de onderzoekers naar zoeken: simpele aanpassingen die iedereen kan toepassen.

Oost helpt mee
Het bijzondere aan dit onderzoek is dat bewoners niet alleen onderwerp van onderzoek zijn, maar ook meedoen. Op het Science Park staat een speciale wasmachine met een microplasticfilter. Dat filter vangt de vezels op die tijdens het wassen vrijkomen. Deelnemers kunnen een tijdslot reserveren, hun was meenemen en die laten draaien in de onderzoekswasmachine. Terwijl de machine draait, verzamelen onderzoekers gegevens over de lading, het programma en het gebruikte wasmiddel. Na afloop worden de opgevangen vezels onderzocht in het laboratorium. Inmiddels zijn al meer dan tweehonderd wasbeurten geregistreerd.

Daarnaast loopt een uitgebreider project waarbij deelnemers thuis een microplasticfilter op hun eigen wasmachine installeren. Gedurende zes maanden verzamelen zij gegevens over hun wasgedrag en sturen ze de opgevangen vezels op naar de universiteit. Die gegevens helpen onderzoekers om patronen te ontdekken die in een laboratorium moeilijk zichtbaar zijn.

Kledinggebruik
Volgens Moll levert deelname meer op dan alleen wetenschappelijke kennis. Veel deelnemers worden zich bewuster van hun kledinggebruik. Niet alleen van wassen, maar ook van kopen. Zelf merkt ze dat ook. Ze koopt zoveel mogelijk tweedehands kleding, laat kapotte kleding repareren en doet mee aan The Clothing Loop, een initiatief waarbij buurtbewoners kleding met elkaar delen.

‘De grootste impact zit waarschijnlijk niet eens in het wassen,’ zegt ze. ‘Maar in minder kleding kopen en langer doen met wat je al hebt.’

Dat sluit aan bij een bredere discussie over fast fashion. Kleding wordt goedkoper, collecties wisselen sneller en de hoeveelheid textiel die we produceren blijft groeien. Onderzoekers zoeken naar technische oplossingen, zoals betere recycling en duurzamere materialen. Maar minstens zo belangrijk is de vraag hoe we met kleding omgaan.

Achter de schermen
Voor bewoners van Oost heeft het project nog een extra dimensie. Het onderzoek vindt letterlijk om de hoek plaats. Wie meedoet, levert niet alleen een bijdrage aan wetenschappelijk onderzoek, maar krijgt ook een kijkje achter de schermen van de universiteit. Hoe verzamelen onderzoekers gegevens? Hoe trek je conclusies uit honderden wasbeurten? En hoeveel werk gaat er schuil achter een simpele uitspraak als: ‘Een volle trommel is beter’? Moll vindt juist dat aspect belangrijk. ‘Onderzoek gebeurt vaak achter gesloten deuren. Met burgerwetenschap kun je laten zien dat wetenschap iets is waar iedereen aan kan bijdragen.’

En misschien levert dat uiteindelijk wel de belangrijkste opbrengst op: niet alleen minder microplastics, maar ook meer betrokkenheid bij de wetenschap.

Wassen op de campus
Breng een was naar de onderzoekswasmachine van de Universiteit van Amsterdam op het Science Park. Onderzoekers verzamelen de microplastics en analyseren de resultaten. Aanmelden en info via meta-citizenscience.uva.nl

Wassen voor de wetenschap
Installeer thuis een microplasticfilter op je wasmachine en help zes maanden lang mee met het verzamelen van gegevens. Deelnemers krijgen inzicht in hun eigen impact, houden het filter na afloop en ontvangen als eersten de onderzoeksresultaten. Aanmelden en info via meta-citizenscience.uva.nl