Home (T)Huis Wonen: meer dan een dak boven je hoofd

Wonen: meer dan een dak boven je hoofd

0

Dit jaar pakt de regering scheefwonen stevig aan. Mensen met een midden- of hoger inkomen moeten per 1 juli 50,- tot 100,- per maand meer betalen. Deze bedragen staan los van de kwaliteit van de woning.

Rose Bartholomé | Foto Frank Schoevaart

Mensen uit deze inkomensgroep moeten zichzelf zien te redden op een krappe woningmarkt. Toch was in 2018 slechts 16% van de sociale huurders een zogenaamde scheefwoner, nog geen 2% had een hoger inkomen.

Geworteld

De forse huurverhoging treft vooral de langer zittende huurder. Zo ook Gerard Visch. Hij woont al ruim 30 jaar in de Oosterparkbuurt. ‘Ik had een tijdje in het buitenland gewerkt. Eenmaal terug kon ik snel een woning krijgen, omdat ik al jaren lid was van een woningbouwvereniging. Ik verdiende toen niet veel en de woning lag in een buurt waar bijna niemand wilde wonen. Het huis verkeerde in een slechte staat en ik moest veel opknappen. Na een paar jaar werd dat huis gesloopt. Ik was inmiddels geworteld in deze buurt. Ik voelde me helemaal thuis en wilde dus graag blijven. Ik kreeg een woning aan de overkant, maar die moest ik ook weer flink opknappen, dat kon alleen omdat ik handig ben en vooral omdat de huur betaalbaar was.’

Scheefwoonmythe

Toen Visch zijn sociale huurwoning betrok was er nog sprake van volkshuisvesting. Sociale huurwoningen waren er in principe voor iedereen. Ook was er sprake van woonzekerheid. Dat betekende dat het voor Visch loonde om zelf zijn woning op te knappen.

Vanaf de tachtiger jaren is het overheidsbeleid erop gericht om sociaal wonen alleen te bestemmen voor ‘de armen en zwakken’ in onze samenleving. Het beleid gaat er in toenemende mate vanuit dat sociaal wonen een tijdelijke voorziening is. Het houdt geen rekening met het grondwettelijk recht op een thuis.

Visch: ‘Ik ben in de loop der jaren meer gaan verdienen, maar als je met een middeninkomen toch in de sociale huur blijft wonen word je bestempeld als asociaal. Door jou zouden mensen die het echt nodig hebben geen woning kunnen krijgen. De overheid speelt groepen burgers tegen elkaar uit. Deze extreme huurverhoging is om mensen uit hun woning te pesten. Maar ik woon hier met plezier, dit is mijn buurt.’

Niet te koop

Het tekort aan sociale huurwoningen is niet het gevolg van een slechte doorstroming, maar van de liberalisering van de woningmarkt. De woningcorporaties verkopen in de stad de beste sociale huurwoningen en bouwen daar onvoldoende voor terug. Dat zijn meestal kleine woningen, aan de rand van de stad, vaak met tijdelijke huurcontracten.

Tegen deze praktijken demonstreert iedere zaterdagmiddag om 15.00 uur de actiegroep ‘Niet te Koop’ bij een te koop staande begane grond woning. Aan woningen om bij te demonstreren is geen gebrek.

Visch heeft inmiddels een ongeneeslijke spierziekte en kan niet meer werken. Hij heeft een traplift aangevraagd via de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). ‘Dat is afgewezen. Ik moet zelf een andere woning op de begane grond zoeken, of een met een lift. Dat zijn nu juist de woningen die er niet meer zijn. En kopen is met mijn leeftijd én de huidige prijzen geen optie.’

De woningbouwvereniging  gaat de huurverhoging niet in rekening brengen bij Visch. Op grond van zijn ziekte heeft hij bezwaar aangetekend en dat is na het nodige schriftelijke getouwtrek gehonoreerd. Voor de traplift moet hij een nieuwe aanvraag indienen. Visch: ‘Het is enorm rot dat je je bezig moet houden met allerlei bureaucratische procedures als je ziek bent, je hebt alle energie nodig hebt om te overleven. Ik mis die ambtenaar die naast mij staat en helpt met alles regelen.’

Meer informatie Niet te Koop