Onder een strakblauwe lucht trok het Havenfestival op het Java-eiland dit weekend veel bezoekers. Langs de Javakade keken Amsterdammers naar bijzondere schepen, demonstraties en activiteiten op en rond het water. De Zeehavendagen Amsterdam willen de haven dichter bij de stad brengen. Want hoewel Amsterdam van oudsher een havenstad is, voelt dat niet altijd zo.
Arie Martijn Schenk
Op het festival werd zichtbaar hoeveel er achter de kades en terminals schuilgaat. Bezoekers zagen grote schepen op het IJ, kinderen konden meedoen aan activiteiten en op de kade was volop aandacht voor techniek, logistiek en de toekomst van de haven. Voor veel bezoekers blijft vooral de omvang indruk maken. “Machtig om te zien”, zei een bezoeker over de schepen.
Trots op de haven
De Zeehavendagen draaien niet alleen om kijken naar schepen. Ze gaan ook over de vraag welke plek de haven inneemt in Amsterdam. De haven beslaat een groot deel van het Amsterdamse grondgebied, maar krijgt in het stadsgevoel minder aandacht dan de havens van bijvoorbeeld Rotterdam of Antwerpen.
Juist daarom klinkt tijdens het weekend de oproep om trotser te zijn op de Amsterdamse haven. De haven is een economische motor voor de regio, een plek van werkgelegenheid, industrie, logistiek en energie. Tegelijk staat het gebied onder druk door woningbouwplannen, de energietransitie en discussie over de toekomst van onder meer de cruisevaart.
Havendebat in het Bimhuis
Die grotere vragen kwamen vrijdag 19 juni ook aan bod tijdens het Havendebat Amsterdam 2026 in het Bimhuis. Het debat was een initiatief van Nieuwsblad Transport, ORAM en Port of Amsterdam en vond plaats tijdens de Havenweek Amsterdam. Bestuurders, politici en professionals spraken daar over de toekomst van de Amsterdamse haven.
De haven staat voor ingrijpende keuzes. De energietransitie, de druk op ruimte, veranderende geopolitieke verhoudingen en de vraag naar duurzame logistiek vragen om richting en samenwerking. Tijdens het debat ging het onder meer over de rol van de haven als economische motor, de toekomst van industrie en infrastructuur, bereikbaarheid, concurrentiekracht en de verbinding met leefomgeving en duurzaamheid.
Een van de deelnemers was Rogier Havelaar van het CDA. Hij benadrukte dat Amsterdam een havenstad is en blijft, en dat de stad daar volgens hem trotser op mag zijn. Ook pleitte hij voor een pragmatische koers in de energietransitie. De Amsterdamse haven moet volgens hem niet te snel voorsorteren op één energiebron, maar ruimte blijven bieden aan verschillende vormen van energie, zoals biobrandstof, waterstof en diesel, zolang die rol spelen in de internationale transitie.
Ook de toekomst van de zeecruise kwam aan bod. Havelaar noemde het onverstandig als Amsterdam de Passenger Terminal Amsterdam zou afbouwen zonder goede afstemming met Rijk en provincie. Volgens hem kan Amsterdam juist een rol spelen in het verduurzamen van de cruisesector en de maritieme industrie.
Samenwerking nodig
De discussie raakt aan een bredere vraag: wie bepaalt de toekomst van de Amsterdamse haven? Havelaar opperde dat het Rijk of de provincie een belang zou kunnen nemen in de haven, zodat toekomstplannen samen met Amsterdam worden vormgegeven.
Daarmee werd het Havendebat een inhoudelijke aanvulling op het publieksfestival op de kade. Terwijl bezoekers op het Java-eiland zagen hoe levendig en veelzijdig de haven is, ging het in het Bimhuis over de keuzes die nodig zijn om die haven ook in de toekomst sterk te houden.
De Zeehavendagen maakten daarmee zichtbaar dat de Amsterdamse haven niet alleen een wereld achter hekken en terminals is, maar ook een deel van de stad. Een deel dat om ruimte, samenwerking en realisme vraagt.







