Ik had me kunnen voorbereiden. Een paar uur voordat ik de deur uitging kreeg ik een foto van Patrick toegestuurd. Hij was zijn tuinhuisje winterklaar aan het maken en had net zijn tuindeuren geopend. Ik herkende het schouwspel. 

Ton Zijp | Fotografie: Patrick Schrama

Zo vlak voor de kou zich daadwerkelijk zal laten voelen, trekken al die lieveheersbeestjes liefst door voor mensen onherkenbare kieren, de huizen in. Het zou een bijzondere dag worden deze 5 november, had ik toen al moeten beseffen. 

Een heftig spartelende lieveheersbeest op z’n rug

Tik 

De bank die ik op het oog had zou nog lang in de zon baden en toen ik ‘m in de verte zag naderen haalde ik opgelucht adem: hij was nog vrij, ondanks dit weer. De twee banken die ik vervolgens passeerde waren volledig bezet. Geen ruimte ook om je fiets binnen handbereik te parkeren. Ik ken mijn bankjes: hun voor- en nadelen, hun populariteit, al dan niet terecht. Maar daar zal ik niet over uitweiden, want dan ben ik mijn favoriete leesplekken het komend seizoen kwijt. 

Ik zette m’n bakfiets op z’n standaard, ging verder met het uitpakritueel. Het zitkussen kon uit de vuilniszak, de bank was inmiddels wel droog. Een blikje bier ernaast klaargezet, nog even een paar grote slokken water uit mijn ijskoude dopper, een eerste hap cracker traag vermalend in mijn mond. Twee boeken naast het kussen. Oja, bril. Alsof die vergeten uit de rugzak te halen ook een traditie is. En ondertussen zei de bak van de fiets af en toe ‘tik’. 

In groten getale 

Ik had nog niet zo goed opgelet, was immers bezig met mijn uitpakroutine. Bang dat na het uiteindelijk zitten gaan er toch iets in de bak was blijven zitten wat onmisbaar was tijdens mijn leessessie. Ik ben net te lichtelijk verstrooid dat het daadwerkelijk ‘routine’ mag gaan heten. Ook dit keer dus. En richting de bak word ik me wat bewuster van weer zo’n ‘tik’. Vooral omdat ik snel iets uit mijn nek moet vegen en daarnaast de tik verandert in een hopeloze landing boven op het deksel van de bak. 

Aziatische lieveheersbeestjes. Als ik goed om me heen keek, kon ik ze tegen de horizon overal zien vliegen. En hoofd omhoog kropen ze in groten getale in de els. 

Onhandige vliegers 

Door een herfstexcursie tien jaar geleden in het Amstelpark, zelfde weersomstandigheden, wist ik dat ze kunnen bijten. Als ze bijvoorbeeld in het nauw komen tussen nek en kraag van je jas. Ik ging evengoed zitten, nam mijn boek ter hand, werd echter na enkele minuten allereerst volgens verwachting in m’n nek, daarna in m’n reet gebeten. Ik sprong op, keek om, en ja: een heftig spartelende lieveheersbeest op z’n rug waar mijn bips net nog zat. 

Mijn blik bier was al open en ik heb mijn bak als bar ingericht. Gaf mezelf toestemming om daar ook de cracker te eten en mocht van de geïmproviseerde barman zelfs de kruimels laten liggen. De leessessie kon ik echter wel vergeten. Die beesten zijn zulke onhandige vliegers dat alle lichaamsdelen als noodlandingsplek dienst kon doen. Deze 5e november zou ik nog jaren blijven herhalen.