Wat is mooier dan een dromerige dichtregel? Tien dromerige dichtregels! Ze staan in heldere witte cursieve letters op twee zwartgesausde muren aan het eind van de Sumatrakade. Steeds dezelfde regel, echter in tien talen.

Frans van Lier | Fotografie: GraciaKhouw

‘Nooit aanschouw je mij daar, waar ik jou zie’, staat er, en wel in het Nederlands, Frans, Indonesisch, Engels, Russisch, Turks, Arabisch, Duits, Spaans en Noors. Zo heeft kunstenares Claudia Kölgen (1957) ze laten aanbrengen in een monumentale installatie in twee doorgangen van een woonblok op het Java-eiland, doorgangen van de kade aan de voorzijde naar de plantsoenachtige binnenplaats achter de gebouwen. 

Kijken is nogal een onderwerp in mijn werk

Droomachtige visioenen 

Claudia Kölgen (woont in Nobelwegbuurt) is een zeer veelzijdig kunstenares, die in 1983 haar geboorteplaats Koblenz verruilde voor Amsterdam om hier aan de Rijksacademie te gaan studeren. Ze is hier gebleven en liet zich successievelijk zien als grafisch ontwerpster, tekenares, fotografe, filmmaakster en schepper van monumentale kunstvormen. Google haar naam en zie de talloze gedaanten van verstilde droomachtige visoenen. 

Wat bedoelt ze met de intrigerende tekstregel in al die talen? Is het een regel van haarzelf? ‘Nee’, erkent ze, ‘ik heb die ergens gevonden en vond hem van toepassing op dit project.’ Een zweempje van een accent verraadt haar Duitse herkomst. 

Begin jaren 90 heeft ze van de gemeente de opdracht gekregen tot een artistieke verrijking van wat toen ging worden gebouwd op het eiland dat nog woest en ledig was als het hele voormalige Oostelijk havengebied. Architect Sjoerd Soeters ontwierp de bebouwing en de éénprocentsregeling voorzag in bijbehorende openbare kunst. In 1999 was de installatie voltooid. 

Vluchtige ontmoetingen 

Ooit vertrokken stoomboten van hier naar ‘de Oost’ en kwamen terug met ‘koloniale waren’. Het thema ‘beweging’, vertrek en aankomst, heeft de kunstenares geleid bij het maken van de installatie in de doorgangen: smalle verticale lichtkasten met daarop gezandstraalde fragmenten van archieffoto’s over komen en gaan. Veel is er echter niet meer van te zien. De lichtkasten, zegt Kölgen, zouden worden aangesloten op de straatverlichting maar dat is er niet van gekomen. Ook de bijgeplaatste verrekijkers, die ‘verten’ moeten suggereren, functioneren niet meer. 

Komen en gaan, zoals weleer in de haven, speelt ook in de doorgangen in de woonblokken. ‘Nooit aanschouw je mij daar, waar ik jou zie’ duidt op vluchtige ontmoetingen, het terloopse kijken naar elkaar. De tien talen verwijzen naar de mêlée van de scheepspassagiers van weleer en ook van de bewoners van nu. 

‘Kijken’, zegt Claudia Kölgen, ‘is nogal een onderwerp in mijn werk. Is kijken hetzelfde als zien? Hoe vul je zelf in wat je ziet? Ik heb een boekje gemaakt met opzettelijk heel vaag afgedrukte oude familiefoto’s, zodat de kijker zelf mag invullen wat hij denkt te zien. Sehversuche noem ik het: pogingen om iets te zien.’ Vervreemding, lichte weemoed aan de kade van het oude havengebied.