Commissielid Noor Jaarsma van D66 zette het onderwerp Music on afgelopen week op de agenda van de stadsdeelcommissie Oost. Niet om de veiligheidskeuze van burgemeester Femke Halsema ter discussie te stellen, benadrukte zij, maar om helder te krijgen waarom de besluitvorming pas vlak voor de start van het festival tot een verbod leidde.
Arie Martijn Schenk
Het festival, georganiseerd door Loveland, zou op zaterdag 9 en zondag 10 mei plaatsvinden in het Meerpark. Er zouden 20.000 bezoekers op af komen. Kort voor de opening trok de gemeente de vergunning in na een negatief advies van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied over de tentconstructie. De rechter liet dat besluit later in stand. Volgens de gemeente kon de veiligheid van bezoekers, medewerkers en artiesten niet voldoende zeker gesteld.
‘Veiligheid staat uiteraard voorop’
Jaarsma noemde de afgelasting een gebeurtenis met grote impact voor bezoekers, medewerkers, artiesten en organisator Loveland. De organisatie draait al dertig jaar mee in de Amsterdamse evenementenwereld. Volgens Jaarsma betekent zo’n annulering “een grote financiële tegenvaller en enorme reputatieschade”.
‘Veiligheid staat uiteraard voorop’, zei Jaarsma. ‘Maar de totstandkoming van het besluit roept heel veel vragen op over de zorgvuldigheid van het proces en de enorme impact van het late ingrijpen.’
De wijziging van de tentconstructie kwam volgens Jaarsma al op 17 maart in beeld. Op 5 mei stuurde de Omgevingsdienst een negatief advies naar de gemeente. Jaarsma vroeg wanneer het dagelijks bestuur de eerste signalen ontving, of die direct met de organisator en de veiligheidsdriehoek gedeeld zijn en welke concrete veiligheidsrisico’s aan het negatieve advies ten grondslag lagen.
Ook vroeg zij hoe het toezicht tijdens de opbouwfase verliep. Volgens Loveland vonden in de week voor het festival meerdere controles plaats en trof de organisatie aanvullende maatregelen. Jaarsma wees erop dat tijdens een schouw op vrijdag, minder dan 24 uur voor de start, volgens de organisatie nog niet klonk dat intrekking van de vergunning dreigde.
Stadsdeel of burgemeester?
Stadsdeelvoorzitter de Heer schetste eerst de bestuurlijke verhoudingen. Een evenementenvergunning valt juridisch onder de burgemeester, vanwege openbare orde en veiligheid. Stadsdeelvoorzitters handelen zulke vergunningen in Amsterdam namens de burgemeester af. Bij acute veiligheidsrisico’s of politieke gevoeligheid komt de burgemeester aan zet.
‘Uiteindelijk heeft de burgemeester besloten en niet ik’, zei De Heer. ‘Maar tot aan dat moment ligt de verantwoordelijkheid bij mij.’
Volgens De Heer ontving de afdeling vergunningen op dinsdag 5 mei bericht van de Omgevingsdienst dat die geen positief advies kon geven over de tentconstructie. Op woensdag 6 mei volgde contact met de organisator. Daarna keek de gemeente of de constructie alsnog aan de eisen kon voldoen.
‘Dat is op zich helemaal geen gekke procedure’, zei de stadsdeelvoorzitter. ‘Het is vaker zo dat bij evenementen op het laatste moment nog dingen veranderen. Eigenlijk lukt dat bijna altijd wel. Hier ging het om een uitzonderlijke situatie.’
Geen berekening voor nieuwe situatie
Volgens De Heer draaide het negatieve advies om een technische wijziging aan de tent. De organisatie wilde tentplaten gebruiken zonder een van de twee verstevigende rondingen. Voor die aangepaste situatie lag volgens de Omgevingsdienst geen constructieberekening klaar. Daardoor kon de dienst de constructie, en daarmee de veiligheid, niet beoordelen.
De Omgevingsdienst liet eerder weten dat er onvoldoende gegevens beschikbaar waren om vast te stellen dat de tent aan alle eisen voldeed. In zo’n geval kan de dienst alleen positief of negatief adviseren.
De Heer maakte daarnaast onderscheid tussen de controle tijdens de opbouw en het veiligheidsadvies over de constructie. Een inspecteur kijkt vlak voor een festival of alles staat zoals in de vergunningaanvraag. De Omgevingsdienst beoordeelt of de constructie veilig genoeg is. Dat zijn volgens De Heer twee verschillende stappen.
Daarmee reageerde zij op de vraag hoe gemeentelijke vertegenwoordigers kort voor het festival konden zeggen dat aanvullende veiligheidsmaatregelen volgens afspraak waren getroffen. Volgens De Heer ging die opmerking over de opbouw volgens de vergunning, niet over het eindoordeel over de constructieve veiligheid.
Niet dezelfde tent als bij Amsterdam 750
Jaarsma vroeg ook naar de vergelijking met Amsterdam 750. Uit rechtbankstukken en mediaberichten kwam naar voren dat een vergelijkbare tentconstructie eerder op het Museumplein stond. Volgens De Heer ging het niet om dezelfde tent.
‘Het was eenzelfde soort tent, maar niet dezelfde tent’, zei zij. ‘De tentconstructie is belangrijk, maar ook de uitvoering en de omstandigheden. De Omgevingsdienst beoordeelt elke situatie apart. Dat is altijd maatwerk.’
Positief advies wringt
Toch blijft er iets wringen. Uit rechtbankstukken, aangehaald in landelijke berichtgeving, blijkt dat de burgemeester in de ochtend voor het festival aan ambtenaren schreef dat zij zich ‘met haar rug tegen de muur gezet’ voelde. In dezelfde stukken komt naar voren dat naast het Stedelijk Evenementenbureau ook stadsdeel Oost en een adviseur van de burgemeester positief adviseerden, mede omdat Loveland met dertig jaar ervaring ‘een betrouwbare partner is gebleken’ en ‘goede maatregelen’ nam.
Juist dat maakt de discussie in Oost gevoelig. Eerder lag er dus vanuit het stadsdeel een positief advies richting de burgemeester. Tijdens de vergadering verdedigde De Heer vervolgens de lijn dat de burgemeester, bij onzekerheid over de veiligheid, geen ander risico kon nemen. Die combinatie roept vragen op over de omslag in het proces en over de vraag wie op welk moment verantwoordelijkheid droeg.
De Heer erkende dat de timing pijnlijk was. ‘Dat het kort van tevoren was, was natuurlijk heel erg vervelend. Dat hadden we natuurlijk ook liever anders gezien.’ Waarom het tot het laatste moment duurde, moet uit de evaluatie blijken.
Wachten op feiten
Niet alle commissieleden wilden al inhoudelijk oordelen. Jesse Beek van PRO wees erop dat in de gemeenteraad al meer dan twintig vragen over Music On zijn gesteld. Volgens hem overlappen die voor een groot deel met de vragen van Jaarsma. Hij pleitte ervoor eerst de antwoorden en het feitenrelaas af te wachten.
‘Laten we nou eerst met z’n allen kijken wat de echte situatie is’, zei Beek. ‘En laten we ook een beetje uitkijken dat wij hier geen reputatieschade doen door allemaal dingen te gaan noemen die misschien helemaal niet waar zijn.’
Ook de VVD vroeg om zorgvuldigheid. Volgens commissielid Van der Sangen kent de situatie ‘alleen maar verliezers’: bezoekers, medewerkers, de organisator en de stad Amsterdam.
Evaluatie volgt
Jaarsma hield als enige lid van de commissie vast aan de noodzaak om het onderwerp snel te bespreken. Bij een actualiteit liggen nog niet alle feiten vast, en de kwestie raakt bezoekers, ondernemers, handhaving en de reputatie van Amsterdam als evenementenstad.
De stadsdeelvoorzitter temperde de conclusies. Zij vond dat Jaarsma te snel sprak over steken die de gemeente zou hebben laten vallen. ‘Dat weten we helemaal niet’, zei zij. ‘We moeten echt nog wachten op de precieze feiten: wat er is gebeurd, op welk moment en wie waarvoor verantwoordelijk is.’ Er volgt een evaluatie. Daaruit moet blijken hoe de tijdlijn precies liep, waar het proces anders kon. Jaarsma wees nog op de lessen die te leren zijn voor de zomerevenementen die nog op de agenda staan.






