Home BoekvandeWeek Boek van de Week | ‘Instemming’ van Vanessa Springora

Boek van de Week | ‘Instemming’ van Vanessa Springora

0

Boek van Week 10

Literatuur is niet alleen het werkterrein van zogenaamde rechtschapen geesten en welwillende scheppers. Literatuur is ook het terrein van blinde narcisten, dwazen en ijdele criminelen. Vanessa Springora heeft dat laatste zelf op de meest gruwelijke wijze ondervonden, als slachtoffer van een bejubelde schrijver-crimineel, wiens literaire reputatie hem afschermde voor de gevolgen van zijn daden.

Dit boek, Instemming, oorspronkelijk in 2020 in het Frans verschenen, nu ook in het Nederlands, is het relaas van hoe Springora op haar dertiende onder de invloed komt van een zekere G., een schrijver, Gabriel Matzneff, vijftig jaar oud, die er, zowel in zijn boeken als in zijn publieke leven, geen geheim van maakt dat hij relaties en seks met minderjarigen najaagt.

Verslag doen van die ‘relaties’ was de basis van zijn literaire werk, waar Springora ook in de mangel van belandt, zelfs wanneer ze zich als jonge volwassen uit de grip van de pedofiel heeft kunnen losmaken. Instemming kan je zien als haar openbare, literaire manier om op de jeugd die haar ontnomen is grip te krijgen en weerwoord te bieden aan de leugenachtige maar machthebbende fantasie van Matzneff. Ook is het een aanklacht tegen de Parijse literaire cultuur eromheen die dit alles jarenlang gedoogde, want Springora was niet zijn enige slachtoffer, de man kon jarenlang te werk gaan.

In zes korte hoofdstukken: ‘kind’, ‘prooi’, ‘gevangen’, ‘vrij’, ‘stempel’ en ‘schrijven’ brengt Springora verslag uit van de hele geschiedenis, beginnend met een portret van haar vader, een bourgeois-bohème, een charmant en chique type voor de buitenwereld, maar agressief en autoritair naar zijn dochter en vrouw toe, die de jonge Vanessa en haar moeder verlaat. De jonge Vanessa blijft kwetsbaar achter, zoals ze zelf stelt: ‘een vader die het laat afweten, die een onpeilbare leegte heeft achtergelaten. Een uitgesproken voorliefde voor lezen. Een zekere seksuele vroegrijpheid. En, bovenal, een enorme behoefte om te worden gezien. Aan alle voorwaarden is nu voldaan.’ (p. 24)

Helder toont Springora stap voor stap hoe G., als literaire kennis van haar moeder, zich aan haar opdringt en aan haar bindt. Hij voelt dat ze kwetsbaar is en buit dat uit. (‘Dankzij hem ben ik niet langer dat kleine meisje dat in haar eentje op papa zit te wachten in het restaurant. Dankzij hem besta ik eindelijk.’ (61)). Mensen rondom de jonge Springora merken wel op dat er iets niet klopt, maar echt ingegrepen wordt er niet. Iemand schrijft anonieme brieven aan haar moeder over de ongewenste affaire, de politie komt zelfs Matzneff bezoeken na klachten, maar altijd lijkt Matzneff er onderuit te komen, altijd praat iemand het goed, altijd springen hoge figuren in de bres om in zijn onderhoud en onderdak te voorzien. Hij houdt zelfs een lovende tekst van president Mitterand op zak, als een soort stempel van zijn onkwetsbaarheid.

Haarfijn toont Springora aan wat voor een zielige figuur Matzneff eigenlijk is, een man die zelfs nooit verder dan zijn eigen emotionele adolescentie is geraakt, en daarom telkens met geweld beslag legt op die anderen, herhaaldelijk, obsessief. Ook terwijl hij Springora ziet, ‘bedriegt’ hij haar al met andere jonge meisjes, en zijn werk volgt hetzelfde obsessieve zelfbevlekkende patroon. Steeds dezelfde soort boeken over gelijkaardige feiten, gelijkaardige meisjes. Wat de Parijse culturele goegemeente lijkt te vieren als taboedoorbrekende libertijnse thematiek, toont zich als trotse criminele obsessie.

Mettertijd, met het einde van haar adolescentie, maakt Springora zich van Matzneff los. Maar dat is moeizaam, ook omdat hij telkens opnieuw beslag op haar legt, door persoonlijk contact te zoeken via brieven aan haar moeder, haar werkgever, maar ook door de boeken die hij blijft publiceren, waarbij hij hun ‘relatie’ als onderwerp neemt en naar zijn behoeven vervormt: ‘Met G. ondervind ik dat boeken een val kunnen zijn waarin je degenen opsluit die je beweert lief te hebben, een verraad met de meest botte bijl. Alsof zijn verschijning in mijn leven nog niet verwoestend genoeg was geweest, moet hij zijn wandaden ook nog documenteren, verdraaien en optekenen, voor de eeuwigheid boekstaven. (121)’

Toen Instemming in 2020 in Frankrijk verscheen bleef dat niet zonder gevolgen. Er ontstond een nationale discussie en een ander slachtoffer van Matzneff, Francesca Gee, kwam met haar getuigenis naar buiten. 15 jaar eerder had zij evenzeer een poging gedaan een boek over Matzneff te publiceren. Toen kwam ze echter meermaals voor een gesloten deur te staan, zijn invloed in de Parijse wereld bleek nog te groot, zijn vrienden en medestanders talrijk. Het boek van Springora landde anders. Zijn uitgevers lieten de pedofiele schrijver vallen, hij vluchtte naar Italië, er ontstond nationaal en internationaal ophef en discussie.

Springora bewijst dat de val van de literatuur ook altijd ontmanteld en herbouwd kan worden. ‘Tot op de dag dat de oplossing zich eindelijk presenteerde, recht voor mijn neus, als compleet vanzelfsprekend: ik moet de jager vangen in zijn eigen val, hem opsluiten in een boek’. Het woord is niet van de daders alleen, Springora bewijst dat met dit heldere immer urgente werk.

_____

Instemming is geschreven door Vanessa Springora
Vertaald door Sanne van der Meij

Verschenen bij Leesmagazijn
Benjamin de Roover is boekverkoper bij Linnaeus Boekhandel, Middenweg 20