In een groot, oud schoolgebouw aan de rand van Betondorp, tegen de ringweg A10 aan, is het ’hoofdkantoor’ van Jonmar van Vlijmen en Ronald Boer gevestigd. Samen vormen ze collectief de Onkruidenier. In een hoog klaslokaal aan het einde van de gang op de eerste verdieping staan kasten met materialen en een makkelijke bank waarop jassen en twee mobiele telefoons liggen. In allerijl wordt een gesprekstafel georganiseerd en komt er thee en dadels op tafel.

Anne-Mariken Raukema

‘Zowel Johan Cruijff als de broers Van het Reve hebben hier op school gezeten.’ Een betere intro kun je iemand die meer van boeken dan van voetbal houdt niet geven. Omdat ze veel tijd kwijt zijn aan kunstprojecten in West hebben ze daar sinds enige tijd een bijkantoortje.

Jonmar van Vlijmen en Ronald Boer (beiden 45 jaar) zitten hier precies drie jaar. ‘Tot eind vorig jaar waren we met z’n drieën, toen was Rosanne van Wijk nog bij ons aangesloten, maar ze koos er vorige zomer voor zelfstandig door te gaan. Haar achtergrond was mode, echt een andere tak van sport’, aldus Van Vlijmen. ‘We leerden haar kennen tijdens ons verblijf aan de Van Eyck Academie in Maastricht in 2017.’

Landschapsopleiding
Zowel Boer als Van Vlijmen hebben de landschapsopleiding (Van Hall Larenstein) in Velp gedaan, na elkaar. Van Vlijmen zat er eerder. Daarna volgde hij de opleiding grafische vormgeving aan de kunstacademie in Arnhem en een jaar social design in Zurich. Die opleiding is erop gericht om creativiteit te ontwikkelen voor community’s, voor groepen. Ronald Boer volgde dezelfde opleiding in Velp, en daarna een master programma ‘Art, Space, Nature in Edinburgh. Vegetatiekunde was in Velp hun beider lievelingsvak en dat zou later van pas komen. Een bekende oud-student uit Velp is de landschapsarchitect Adriaan Geuze.

Klein blijven
Boer en Van Vlijmen kennen elkaar al twintig jaar en werken nu dertien jaar samen. En dat bevalt zo goed dat ze denken dat ze dat over tien jaar nog doen. Boer: ‘We willen als studio niet groter worden. Als we extra handen nodig hebben, huren we die op projectbasis in.’ Van Vlijmen voegt toe: ‘We werken veel samen in en met anderen in gelegenheidscollectieven, we kennen intussen heel veel mensen, maar als je groeit kom je niet meer tot echt werken, ben je alleen maar aan het delegeren en leidinggeven en dat willen we niet.’

Oma’s cadeau
Jonmar van Vlijmen kreeg op middelbare school van zijn oma Elseviers gids van wilde groenten, vruchten en kruiden. En dat boek zou letterlijk wortel schieten. Het viel in geestrijke grond. ‘Niet alleen waren het beschrijvingen en tekeningen van wilde eetbare planten, maar ook informatie over de culturele betekenis en rituelen en niet te vergeten ook toepassingen en recepten. Fantastisch!’, aldus Van Vlijmen.

Community-kunstprojecten
Na zijn terugkomst uit Edinburgh was Ronald Boer lid van kunstenaarscollectief Satellietgroep, een culturele instelling in Den Haag en was betrokken bij community-kunstprojecten in Amsterdam-Noord, zoals de Modestraat in Nieuwendam, de Buurtsuper in winkelcentrum Boven ‘T IJ en een project over de Waterlandse vloed. Jonmar had een eigen ontwerpbureau, maar zag zichzelf niet echt tot z’n pensioen hele dagen achter de computer zitten. In zijn tuin in de Staatsliedenbuurt begon hij te experimenteren met onkruiden die daar op kwamen. Hij maakte er bier van, maar ook shampoo en tandpasta, die z’n tante Joke van Vlijmen weer aan hem teruggaf. ‘Niet echt lekker’, zei ze… Op verzoek ging hij plukwandelingen organiseren en hapjes maken met onkruid. Het Rode Loper Festival was zijn debuut in Oost. Ronald werkte toen net met hem samen. Daar bakten ze pannenkoeken met onkruiden uit de tuinen van buurtbewoners.

Juiste tijd en plek
Vaker en vaker werden ze gevraagd om wat te komen doen, ze gingen rond. De catering bij een opening in het Glazen Huis in het Amstelpark met hapjes van groen wat groeide in een straal van 100 meter rond de expositieruimte. Dus veel met daslook, look-zonder-look, madeliefjes en paardenbloemen. Ze gingen posts maken op Facebook en moesten dus een naam hebben, daar werd ook van de buitenwacht om gevraagd. Uiteindelijk werd dat de Onkruidenier.

De lol verdween al gauw van het met tien tassen aan het stuur heen en weer fietsen, dus werd een veldwerkplaats gemaakt met zeven karren op wielen. De bal ging rollen, ze hadden de wind mee. Right place, right time. NRC, NOS en Trouw berichtten over de Onkruidenier. Ze werden uitgenodigd door de Dutch Design Week in Eindhoven.

Drie projecten geslaagd
Op een gegeven moment liepen er drie projectaanvragen: Oerol op Terschelling, in Groningen en in Maastricht. Van Vlijmen: ‘We zeiden tegen elkaar: ‘Als er eentje echt lukt, gaan we hiermee door’, en ze slaagden alle drie. Voor de festivalbezoekers van Oerol maakten ze met eetbare lokale (on)kruiden, (veen)bessen en lokale producten kleine ‘handschappen’ bij de festivalbezoekers op de hand met verhalen daarbij over lokale boeren, jutters, de ecoloog en eendenkooikers. Het eetbare ‘handschap’ ging als een lopend vuurtje het kleine eiland over.

De Jan van Eyck in Maastricht werd toen net geleid door Lex ter Braak, die beide mannen uitnodigde voor een rondleiding en een gesprek en zo belandden ze samen op één beurs ruim een jaar lang in het zuiden. Omdat hun werk erg vergankelijk is (planten rotten) en kwetsbaar, was het voor veel curatoren en museumdirecteuren echter weinig interessant. Maar Ter Braak steunde hen door dik en dun.

Overleggen en vergaderen
In Amsterdam kwamen ze via Kunstlokaal in Betondorp in contact met de gebiedsaanjager, Fred Scheepmaker. Intussen waren andere projecten opgestart zoals de Schaduwtuin in Zuid (Amstelpark), de Zaailingen van West in het Erasmuspark, Westerpark en het Bilderdijkplantsoen. Daar wordt met bewoners een bos aangelegd met zelf opgekweekte zaailingen van lokale bomen. ‘Aan gemeentelijke projecten zitten vaak veel voorwaarden’, licht Van Vlijmen toe. ‘Zo moeten we vijftig vrijwilligers zoeken, voor elke 15 m² een. ‘Ja, we zijn ongeveer de helft van de tijd bezig met overleggen en vergaderen,’ geeft Ronald Boer desgevraagd toe.

Planten van eeuwen geleden terug op Science Park
Onkruidenier is in de Carolina MacGallavrylaan geen onbekende. Daar zijn ze bezig om na een extern bodemonderzoek een plan te maken om planten die op deze plek eeuwen en eeuwen geleden groeiden terug te laten komen (oost-online.nl). ‘Die botanische tijdlijn is de kern van het project. Hier komen onze opleidingen en ervaringen samen, en we doen het met de buurt.’

Boek over zeespiegelstijging
Dat ze over tien jaar nog aan de Onderlangs zitten, met z’n tweeën, dat hebben ze al gezegd. Nieuw is het gegeven dat ze gevraagd zijn door uitgeverij NAI/010 om een boek te maken over de zeespiegelstijging. Nu al zijn ze foto’s en filmfragmenten aan het maken, notities en aantekeningen over de rol die de zee in ons dagelijks leven speelt. ‘Het past weer naadloos aan bij een eerder project: Sweet – Sweat. Zo is ook die cirkel weer rond.’

Check www.onkruidenier.nl