Zo’n twintig belangstellenden luisterden zaterdagmiddag op Tuinpark Nieuwe Levenskracht naar een lezing over tuinvogels en broedgedrag. Spreker Joris Buis deelde anderhalf uur lang kennis, praktijkvoorbeelden en verrassende feiten over vogels in Oost.

Arie Martijn Schenk

Buis werkt als docent en onderwijsontwikkelaar bij het Instituut voor Interdisciplinaire Studies van de Universiteit van Amsterdam. ‘Daar mag ik elke dag met vogels bezig zijn’, zegt Joris. Daarnaast zet hij zich in voor Anna’s Tuin en Ruigte op Science Park. De bijeenkomst trok liefhebbers met een volkstuin en andere belangstellenden. De locatie sloot goed aan op het onderwerp: Tuinpark Nieuwe Levenskracht geldt als groene oase tussen Sportpark De Meer en Science Park.

Joris Buis

41 vogelsoorten op het tuinpark
Volgens Buis telden leden van Nieuwe Levenskracht al eenenveertig vogelsoorten. Veel voorkomende soorten op het park zijn onder meer halsbandparkiet, houtduif, koolmees, merel, kauw, vink, winterkoninkje, kolgans, tjiftjaf, kraai, wilde eend, heggenmus, roodborst, ekster, pimpelmees,

Ook noemde Buis de verbinding met Anna’s Tuin en Ruigte aan de andere kant van het spoor. Vogels vliegen eenvoudig heen en weer tussen beide groengebieden. ‘De nachtegaal duiken ook op op het tuinpark, mits er voldoende bramenstruiken en riet aanwezig zijn.

Pimpelmees. Foto Edial Dekker.

Voortplanting, voedsel en veiligheid
De basis voor vogelleven vatte Buis samen in drie woorden: voortplanting, voedsel en veiligheid. Wie vogels in de tuin wil helpen, kan zorgen voor dichte struiken, nestgelegenheid en voedselrijke beplanting. Goede struiken zijn volgens hem onder meer meidoorn, liguster, coniferen en bessenstruiken.

Tijdens het broedseizoen ontstaat flinke concurrentie om nestkasten en holtes. Koolmezen staan daarbij bekend als fanatieke concurrenten. Nestkasten hangen het best richting noord of noordoost, zodat jonge vogels niet in oververhitte kastjes terechtkomen.

Mussen foto Leen Pauwels

Verrassende feiten
De lezing leverde ook opvallende weetjes op. Een winterkoninkje weegt ongeveer vijf gram, maar zingt met circa 90 decibel. Een gaai verstopt tot wel 5000 eikels en weet er heel veel terug te vinden. Een merel kan vier broedsels per jaar grootbrengen. Een ijsvogel bereikt soms een leeftijd van twintig jaar. Koolmezen zingen in de stad hoger dan buiten de stad door verkeers- en spoorgeluid.

Ook de huismus kwam aan bod. Die soort ging de laatste twintig jaar sterk achteruit. Moderne, goed geïsoleerde woningen bieden minder ruimte onder dakpannen, terwijl huismussen juist graag dicht bij elkaar nestelen. Op IJburg is bij de bouw rekening gehouden met de huismus en dat heeft gewerkt.

Koekoek met slimme tactiek
Tot slot vertelde Buis over de koekoek. Het vrouwtje legt razendsnel een ei in het nest van andere vogels, vaak binnen tien seconden. Daarna groeit het jong op met voedsel van pleegouders. ’30 tot 50 procent van de pogingen wordt opgemerkt door de vogels’, zegt Buis.

Tuinpark Nieuwe Levenskracht

Met de geslaagde middag liet Tuinpark Nieuwe Levenskracht opnieuw zien dat het park niet alleen ruimte biedt aan tuinders, maar ook aan natuur, kennis en ontmoeting.

Vogelatlas Amsterdam
Wie wil weten welke vogels in de eigen buurt broeden, kan terecht op de online Vogelatlas van Amsterdam via maps.amsterdam.nl/vogelatlas.