Jongeman uit Friesland ontmoet meisje in Griekenland. Ze vallen als een blok voor elkaar, brengen een paar dagen samen door en binnen zes maanden staan ze samen voor het altaar.
Henny Reubsaet
Het lijkt wel een script voor een romantische film. Zo’n film waarbij eerst een paar hobbels moeten worden genomen voordat het huwelijk kan plaatsvinden en die dan eindigt bij de huwelijksvoltrekking. Waarna ze uiteraard nog lang en gelukkig leven… Niet erg realistisch dus.
Toch is dat het begin van het levensverhaal dat Dora Karassavidou en Gatze Lettinga naar stadsdeelvoorzitter Carolien de Heer gestuurd hebben. Vanwege hun zestigjarig huwelijk op 1 december komt Carolien hen namens het stadsdeel een bos bloemen overhandigen. Ze vonden het handig om haar alvast wat informatie over hun leven te geven ‘want tijdens zo’n uurtje kan er vast veel niet ter sprake komen’, luidt hun toelichting tijdens het bezoek.
Kort verhaal van een 60-jarig huwelijk
Het verhaal dat ze schreven, vertelt verder over hun beroeps- en gezinsleven, en de plaatsen waar ze gewoond hebben. Dora is een 21-jarige studente Germanistiek op het moment van ontmoeting met Gatze. Die studie maakt ze na hun huwelijk in Thessaloniki af, waarna ze in Nederland verder gaat met een studie Russisch, haar tweede taal. Die voltooit ze nadat ze drie kinderen hebben gekregen, twee meisjes en een jongen.
Vanaf 1981 tot 2007 werkt ze als freelance tolk bij het Europese Parlement. Gatze is promovendus als hij Dora ontmoet, en na zijn promotie, vlak voor de geboorte van hun derde kind in 1970, krijgt hij een vaste aanstelling bij de Universiteit van Wageningen. Hij groeit uit tot een internationaal boegbeeld van zijn levenswerk ‘de ontwikkeling van het vakgebied van duurzame kringloopsluiting’, met contacten over de hele wereld.
Ze verhuizen verschillende keren, wonen achtereenvolgend in Rijswijk, Delft, Ede, Wageningen, Bennekom en Oudeschoot, bij Heerenveen. Maar ze besluiten in 2005 naar Amsterdam te komen, om in ieder geval wat dichter bij één van de kinderen en kleinkinderen (inmiddels zeven) te zijn. ‘En om anoniem onderdeel te worden van een grote stad. De Friezen in Heerenveen waren me wat te uitgesproken ‘Fries’ geworden’, legt mevrouw Lettinga half-grappend, half serieus uit tijdens het bezoek van Carolien. ‘We wonen inmiddels twintig jaar aan de Piet Heinkade en hebben geen moment spijt gehad van deze verhuizing.’
Carolien de Heer heeft ondanks haar drukke baan tijd gevonden om hun enkele pagina’s lange verhaal te lezen en is heel benieuwd naar het geheim van hun lange samenzijn. Vooral omdat ze elkaar nog maar zo kort kenden toen ze gingen trouwen. ‘Daar kan ik heel veel over schrijven, maar niet over vertellen.’ Ook meneer Lettinga bedoelt het half-grappend, half serieus, gezien zijn uitleg: ‘Laat ik maar zeggen dat het vooral een zaak is van goede wil tonen. Goede wil vanaf beide kanten, van beide echtgenoten. Niemand gedraagt zich altijd perfect, en ik zeker niet, dus zeker Dora heeft veel goede wil moeten hebben om met elkaar door te blijven gaan. Maar wij hebben het vanaf het begin heel goed samen kunnen vinden en dat is zo gebleven gelukkig. Ons hele leven hangt van unieke toevalligheden aan elkaar en die hebben wonderbaarlijk goed uitgepakt.’ ‘Ja’, beaamt mevrouw Lettinga, ‘het moest allemaal zo lopen blijkbaar, het heeft kennelijk zo in de sterren gestaan.’ Waarna ze beiden afwisselend het romantische verhaal van hun kennismaking en snelle huwelijk uitgebreid toelichten.
Een Fries in Griekenland
‘In 1964, toen ik twintig was, heb ik bij een vrijwilligersproject in Oostenrijk Doutje ontmoet, de zus van Gatze. We wilden graag contact houden en schreven elkaar brieven.’ vertelt Dora. ‘Doutje besloot me in juni 1965 op te zoeken en kon meeliften met Gatze die samen met een vriend naar Griekenland ging.’
Gatze vult aan: ’Ik had in 1961 stage gelopen in Griekenland en vond vanaf dat moment alles wat Grieks was uitzonderlijk. Die reis van mij in 1965 was bedoeld om Anna op te zoeken, een Grieks meisje dat ik in 1965 bij mijn stage had leren kennen. Ik zou mijn zus afzetten in Thessaloniki bij haar vriendin en dan doorrijden naar Athene. Maar ik raakte meteen erg onder de indruk van Dora en toen bleek dat Anna’s ouders een soort verlovingsfeestje op touw gezet hadden, wilde ik niets liever dan snel terug naar Thessaloniki.’
Dora: ‘Ik was meteen verliefd op hem. Hij was zo een mooie grote blonde man.’ ‘Was, was…? Nu niet meer?’ grapt meneer Lettinga. ‘Ik had wel in de gaten dat er bij haar sprake was van enige affectie voor mij, we vonden het beiden heerlijk dicht bij elkaar te zijn. We hebben toen in Griekenland een paar dagen samen doorgebracht, ook samen met haar zus, Nora, en mijn vriend natuurlijk. Toen ik hoorde dat ze in augustus voor haar studie naar Freiburg zou gaan, heb ik de stoute schoenen aangetrokken en haar geschreven dat ik haar daar wilde komen opzoeken. Alles ging per brief in die tijd natuurlijk.’
Dora: ‘In Freiburg had ik een kamer gehuurd bij een familie Toussaint, en ging hij braaf in een hotel. We hebben elkaar daar twee weekenden gezien en gevoeld, in het tweede weekend spraken we af al op 1 december in Thessaloniki proberen te trouwen. Toen ik dit aan mijn ouders schreef kreeg ik een telegram terug met maar één woord: ‘Oppassen!’
Hobbels op de weg, letterlijk
Gatze vertelt dat het voorgenomen huwelijk voor zijn ouders geen probleem was. ‘Ze hadden wel vertrouwen in me, en besloten de vijfentwintigste november samen met mij en Nel, de vrouw van mijn beste vriend, mee te rijden voor ons huwelijk in Thessaloniki. Ze waren nog nooit de grens over geweest, het werd een fascinerende bijzondere reis. Vanaf Arnhem tot bijna Belgrado waren alle wegen besneeuwd, er is daarna nooit meer zoveel sneeuw gevallen in november. Toen we na een overnachting in Salzburg uit ons hotel kwamen, hadden we moeite om de auto te vinden, die was helemaal ondergesneeuwd. Ik kon daarna gelukkig achter een auto aanrijden die grind strooide, want winterbanden hadden we niet. Anders waren we de passen nooit overgekomen. En ongelooflijk, toen we eenmaal boven op de pas stonden, brak de zon door. Dat was een onvergetelijk moment, ik heb er nog een foto van, we hebben daar pauze gehouden. Dora, kun je het boekje even zoeken met die foto? Op 29 november zijn we toen in Thessaloniki aangekomen.
Dopen
Het was nog onzeker of de Grieks-orthodoxe kerk me wel wilde laten trouwen met Dora. Ik moest namelijk aantonen dat ik christen was. Maar ik was niks. Ik heb nog geprobeerd om me te laten dopen, dacht dat dit bij de Protestantenbond gemakkelijk zou lukken, maar die trapten er niet in. Ik schreef een belijdenis voor de Doopsgezinde kerk, maar aangezien God en Jezus daarin niet werden genoemd was die niet te pruimen. Maar op de een of andere manier had Dora mijn paspoort gezien en daarin had ze de letters NH ontdekt, Nederlands Hervormd. Had ik nog nooit op gelet. Bleek dat mijn vader zich Nederlands Hervormd had laten dopen om zijn boerderij in Dongjum, mijn geboortedorp, te kunnen kopen.’
Dora vertelt. ‘De dag voor ons trouwen moesten we bij het episcopaat komen om duidelijk te maken wat NH betekent. Dat lukte, maar we moesten hem wel beloven dat onze kinderen orthodox gedoopt zouden worden. Voor mij was dat geen probleem, ik was mijn hele leven naar de kerk gegaan, dat was de cultuur van mijn ouders en van de hele lokale Russische gemeenschap om ons heen toen. Die belofte heb ik gehouden, ook al ben ik na mijn trouwen nooit meer naar de kerk gegaan. Ze zijn alle drie gedoopt in hetzelfde kerkje waar we getrouwd zijn. In afwezigheid van Gatze, dat wel.’
Dostojevski
‘Voor mij en mijn ouders was het een hele gekke week’, vervolgt Gatze weer, ‘alles was nieuw en vreemd. Zeker de hokus pokus in de kerk. Ik waande me af en toe in de wereld van Dostojevski, mijn favoriete schrijver. Dora nam me de avond voor ons trouwen mee naar een bejaard Russisch paar, die voor haar heel belangrijk waren, een soort peettante en oom. Ik kwam terecht in een armoedig huisje dat tegen de kerk aangebouwd was. De man die opendeed had maar één tand, was gekleed als een oude Rus, in kaplaarzen en een Russische pofbroek en werd vergezeld van een zeer weinig welriekende schurftige hond. Binnen zat een oud vrouwtje op bed met een sigaret tussen haar vingers. Er was een klein tafeltje, heel mooi gedekt, we werden getrakteerd op wodka en kaviaar en ik werd toegesproken in het Russisch. Ik was ontzettend verliefd en vond alles prachtig. Een scène uit Dostojevski.’
‘Die oudjes verdienden dat bezoek’, vult Dora aan, ‘maar ik had Gatze niet voorbereid wat hij zou aantreffen en hoe hij het zou ervaren want voor mij was die situatie heel gewoon. Maar Gatze heeft gelukkig de goeie eigenschap dat hij mensen die hij tegenkomt, accepteert zoals ze zijn.’
Het leven, een boek
Waarop er in het kort nog enkele wederwaardigheden van hun leven ter sprake komen, de toevalligheden op hun pad, de bijzondere achtergrond van Dora’s ouders, haar geboorte in een Duits werkkamp dat nu op Pools grondgebied ligt, hun 50-jarig huwelijksfeest dat ze in China gevierd hebben… Inderdaad veel te veel verhalen voor één bezoek. Na haar pensioen heeft Dora al deze verhalen en het verhaal van haar ouders dan ook tot een boek verwerkt: 1914-2015 Dubbel Levensverhaal in mijn vader’s eeuw. Een mooi blijvend aandenken voor hun kinderen en kleinkinderen, en mede door de vele foto’s een prachtig tijdsbeeld van duurzame liefde in een roerige eeuw.






