Dit is het laatste van een reeks verhalen af over het nieuwe evenementenbeleid in Oost. De afgelopen jaar trokken de inloopavonden veel bezoekers, spraken organisatoren en bewoners openhartig over hun zorgen en wensen, en stond vooral het Flevopark centraal in stevige discussies. Ook het sportpark Middenmeer en in mindere mate, het Oosterpark kregen aandacht. 

In dit slotgesprek blikken we met wethouder Touria Meliani (kunst en cultuur, evenementen, inclusie en anti-discriminatiebeleidt) terug op het proces én vooruit op wat Oost de komende jaren kan verwachten.

‘Bijna 70 locatieprofielen in één jaar. Dat was een enorme klus’
Volgens wethouder Meliani lag er het afgelopen jaar een grote opdracht. ‘Bijna zeventig locatieprofielen voor festivals zijn herzien. Daar is een uitgebreid participatietraject voor opgetuigd, met plenaire bijeenkomsten, gesprekken en focusgroepen tussen organisatoren en bewoners. Bij de meeste profielen is dat een goed verlopen proces geweest, maar bij een klein aantal locaties is een stevige discussie gevoerd.’

Veel van die discussies draaiden volgens de wethouder om iets dat eigenlijk niet meer ter discussie stond: of evenementen op die plek überhaupt mogelijk zouden zijn. ‘Daar had het college al een besluit over genomen in de visie op evenementen. Alle geschikte locaties moeten ruimte bieden aan een beperkt aantal – ten minste drie – dagen voor grote evenementen. Ondanks dat die uitgangspunten steeds duidelijk zijn gecommuniceerd, zagen we dat de gesprekken op sommige plekken toch hierover gingen. En minder over de voorwaarden waaronder evenementen plaatsvinden.’

Dat verklaart volgens Touria Meliani ook waarom sommige bewoners het gevoel kregen dat hun inbreng beperkt terugkwam: het deel van de discussie dat zich richtte op het al vastgelegde uitgangspunt bood simpelweg geen ruimte meer voor aanpassing. Toch kijkt ze met tevredenheid terug: ‘Ik ben tevreden over het proces, de gesprekken en de input die geleverd is, en zeker ook over de uitkomst en de nieuwe profielen.’

Participatie: breed draagvlakonderzoek én intensieve gesprekken
Op de vraag wat goed ging en wat in de toekomst anders kan, legt de wethouder uit dat er op verschillende manieren geprobeerd is om alle perspectieven mee te nemen. ‘Dat is gedaan via participatie, maar ook door actief op zoek te gaan naar bredere opvattingen. Dat gebeurde via een zeer omvangrijk draagvlakonderzoek onder Amsterdammers, waarin jongeren, ouderen, bezoekers en bewoners – zowel voor- als tegenstanders – hun mening konden geven. Die uitkomsten waren richtinggevend bij het opstellen van de visie en de uitwerking van het beleid.’

Daarnaast waren er gesprekken waarin vooral organisatoren en omwonenden aan het woord kwamen die tegen evenementen zijn. ‘Zij gaven nuttige inzichten, die op onderdelen tot significante aanpassingen in het beleid en de profielen hebben geleid.’

Oost dacht intensief mee: ‘Het laat zien hoe belangrijk deze plekken zijn’
In Oost was de betrokkenheid groot. De wethouder waardeerde dat, zegt ze. ‘Net als in het bredere traject probeerden we zo veel mogelijk perspectieven mee te nemen. Er is veel gesproken met bewoners, organisaties en andere betrokkenen. Dat heeft waardevolle inzichten opgeleverd.’

Toch zag ze ook in Oost dezelfde spanning als elders in de stad: gesprekken gingen soms over zaken die al waren vastgelegd in de visie, zoals de vraag of er überhaupt evenementen zouden moeten plaatsvinden. ‘Dat maakte de gesprekken soms intensief, maar het laat ook zien hoe belangrijk deze plekken zijn voor bewoners. Ondanks dat niet iedereen het eens was met de uiteindelijke keuzes, hebben de gesprekken wel geleid tot aanpassingen in de voorwaarden en profielen.’

Vooruitkijken: invoering, uitvoering en monitoring
Nu het beleid en de profielen vastgesteld zijn, ligt de focus op de invoering. ‘Er gaat veel veranderen en dat moet goed landen binnen de gemeente. Daarna moet het ook goed uitgevoerd worden. Dat vraagt tijd en aandacht. We monitoren of het nieuwe beleid doet wat het moet doen: evenementen veiliger maken, het aanbod breder en diverser maken, extra ondersteuning bieden voor gratis toegankelijke evenementen, enzovoort.’

De rol van bewoners, ‘vrienden van’, organisatoren en bezoekers blijft onverminderd groot. Meliani: ‘Zij zijn allemaal belangrijke gesprekspartners van de gemeente en blijven dat ook de komende tijd.’ Evaluatie blijft onderdeel van het proces. ‘We monitoren zorgvuldig of het beleid doet wat het moet doen. Evenementen worden geëvalueerd en de communicatie over het verloop van evenementen gaat verbeteren. Er komen dus genoeg momenten om te spreken over de uitvoering: is het gegaan volgens de regels, de vergunning, en zijn er geen gekke incidenten geweest?’

Persoonlijke noot: van Milkshake tot Roots
Op de vraag naar haar persoonlijke hoogtepunt van het afgelopen jaar hoeft de wethouder niet lang na te denken. ‘Het Milkshake Festival was echt een hoogtepunt. Het laat precies zien hoe divers en inclusief Amsterdam is. Iedereen was zichzelf, zonder oordelen. De sfeer, de optredens, de mix van mensen: het was een viering van alles wat Amsterdam zo uniek maakt.’

Een favoriet festival in Oost heeft ze ook: het Amsterdam Roots Festival. ‘Een evenement waar al veertig jaar mensen van alle leeftijden, achtergronden en leefstijlen samenkomen. Muziek, dans, theater en spoken word, allemaal over roots en identiteit. Het Oosterpark is daarvoor een prachtige locatie.’

Haar wens voor de toekomst van festivals in Amsterdam is helder: ‘Ik hoop dat het harde werk van de afgelopen jaren zijn vruchten afwerpt. Dat festivals nog meer bijdragen aan de diversiteit en inclusiviteit van onze stad, en dat we een balans blijven vinden waarin iedereen zich gehoord voelt en evenementen positief uitpakken voor zowel bewoners als bezoekers.’