Home Dwars nieuws ‘Eenvoud, kenmerk van het ware’

‘Eenvoud, kenmerk van het ware’

Geleerden en straatnamen rond het Oosterpark aflevering 3

0

Zo luidt de vertaling van Professor Boerhaaves motto ‘Simplex sigillum vere’. De verste reis die deze wereldberoemde arts en Leidenaar in een lang leven maakte, was een kort bezoek aan Harderwijk. Hij doceerde en publiceerde in het Latijn. In zijn boek ‘Aphorismi’, over het herkennen en genezen van ziekten, geeft hij medische vuistregels die lang stand gehouden hebben.

Robert van Andel | Beeld Henk Pouw

De nationalistische tijdgeest van de late 19de eeuw gaf de naam Boerhaave aan een flink aantal straten in de wijk bij het OLVG. Binnen enkele jaren echter werd dit teruggebracht tot de Eerste en de Tweede Boerhaavestraat ter weerszijden van de Wibautstraat en het Boerhaaveplein met daarop het Badhuistheater. De Derde en Vierde Boerhaavestraat werden Ruyschstraat en Blasiusstraat, vernoemingen naar Amsterdamse hoogleraren anatomie.

Theologie mijnenveld

Al eeuwenlang geldt Herman Boerhaave (1668-1738) als de grootste Nederlandse arts aller tijden. De modernisering van het geneeskundeonderwijs in Europa zette hij vanuit Leiden in gang door niet langer speculatieve ziektekundige concepten als uitgangspunt te nemen, maar de praktijk. Hij sloot daarmee aan op de nieuwe natuurfilosofie van Newtons ‘Principia Mathematica’. Alvorens geneeskunde te studeren genoot hij een brede universitaire opleiding in de filosofie en de theologie. Eerst promoveerde hij op een filosofische verhandeling over het onderscheid tussen lichaam en geest met een kritische kijk op Spinoza, Hobbes en anderen. Drie jaar later promoveerde hij opnieuw – nu op een medisch onderwierp – tijdens zijn korte verblijf te Harderwijk. Als jongeman speelde hij met de gedachte als arts en als predikant actief te zijn, maar de theologie bleek in de Republiek een mijnenveld waar hij snel buiten besloot te blijven.

Bezoek van Tsaar

Herman Boerhaaves roem bij leven berustte vooral op de didactische kwaliteit van het onderwijs dat hij gaf als hoogleraar geneeskunde, botanie / plantkunde (verantwoordelijk voor de Hortus Botanicus) en later ook in de chemie / scheikunde aan de Universiteit Leiden. Naast ‘Aphorismi’ vonden zijn leerboeken ‘Institutiones Medicinae’ (Geneeskundige Onderwijzingen) en ‘Elementa Chimiae’ (over scheikunde) hun weg door heel Europa. Zonder ooit op reis te gaan werd hij tot lid gekozen van de Academie Française te Parijs en iets later ook van de Royal Society te Londen. Tsaar Peter de Grote bezocht hem thuis. Hij toonde zich een grootmeester in het naar voren halen van de waardevolle elementen uit de leer van voorgangers vanaf de grote klassieke Griekse arts Hippocrates. Zijn inzichten ontleende hij meer aan zelfstudie van teksten dan aan zijn universitaire leermeesters; sommigen noemen hem daarom wel autodidact.

Natuurlijke oorzaken

Onderwijs aan het ziekbed zoals bepleit door Hippocrates propageerde hij met kracht. Hij benadrukte hiermee de praktijk als belangrijkste leerschool met ook een rol voor onderzoek van lijken na overlijden om het verband te kunnen leggen tussen de ziekteverschijnselen en de anatomische afwijkingen. Zijn aanpak leidde tot wat bekend is geworden als de ‘eclectische’ school (eclectisch betekent vanuit een aantal verschillende bronnen geïnspireerd). Boerhaaves leerlingen vergaarden zelf ook grote roem en zwierven uit over heel Europa. Carolus Linnaeus, als jonge arts en botanicus, maakte indruk op Boerhaave toen hij zich aan hem kwam voorstellen. Dit leidde tot een krachtige aanbeveling en tot zijn botanisch onderzoek op landgoed De Hartekamp te Heemstede.

Boerhaaves visie luidde dat een natuurlijke oorzaak ten grondslag ligt aan ziekten en dat dus ook de oorzaak gezocht moet worden in de natuur. Ideeën over metafysische krachten en machten van buiten de natuur verwierp hij. Hiermee toonde hij zich een moderne natuurwetenschappelijk georiënteerde arts; echter, de wetenschappelijke kennis was destijds, met de ogen van nu, nog  beperkt. Boerhaave heeft geen bijzondere aan hem toe te schrijven ontdekkingen op zijn naam, zijn alom erkende invloed op de Europese geneeskunde is zijn erfgoed.

Altijd Leiden

Boerhaave bleef Leidenaar. Hij kocht en bewoonde een aantal jaren het landgoed met kasteel Oud Poelgeest. Planten die de Hortus Botanicus niet kon huisvesten kregen daar een plaats; ook nu nog is daar een enkele zeer bijzondere boom te vinden. De laatste jaren van zijn leven woonde hij aan het Leidse Rapenburg; zijn indrukwekkende grafmonument staat in de Pieterskerk. In veel plaatsen in Nederland zijn niet alleen straten naar hem vernoemd, maar ook medische centra, basis- en voortgezet onderwijsscholen en zelfs een zwembad. De Leidse nascholingscursussen voor artsen dragen zijn naam en het prachtige ‘Wetenschapsmuseum Rijksmuseum Boerhaave’, ook te Leiden, is de absolute topper onder alle vernoemingen.

 Razzia’s in Tweede Boerhaavestraat

Bij een bezoek aan de Tweede Boerhaavestraat vallen twee tegenover elkaar gelegen schoolgebouwen op, beide met fraaie baksteendecoraties. Op nummer 22 huist de Openbare Basisschool Aldoende in een gebouw met Art Deco kenmerken en daartegenover staat een mooi gebouw in Amsterdamse school stijl met Hebreeuwse letters in het metselwerk. Een plaquette vermeldt: 1924 en Talmoed Toraschool A en ‘In 1943 na een grote razzia sloot de bezetter de school, alle leerlingen en leerkrachten waren verdwenen; de meesten werden gedood in het Oosten’.

Vlakbij aan de Mauritskade op nr. 24 huist Kunstcentrum MK24 in een monumentaal voormalig schoolgebouw met classicistische kenmerken. Een plaquette aldaar vermeldt: ‘gemeentelijke HBS vanaf 1941 voor joodse kinderen en leraren. Zij verdwenen met de razzia van 1943, de meesten werden gedood in concentratiekampen in het Oosten’.

Seksuele moraal

Stadsvernieuwing op de plaats van de vroegere Amstelbrouwerij tussen Mauritskade en Boerhaavestraat leidde rond 1990 tot een nieuw wijkje met straatnamen die enkele gezondheidszorgvernieuwers uit de 20ste eeuw eren: de Mary Zeldenruststraat en het voetgangersgebied van de Muntendamstraat en het Sajetplein, met daaraan het Pleintheater. Het is een aardige gedachte gezondheidszorgvernieuwing te zien als treden in de sporen van Boerhaave; deze vernoemingen krijgen zo extra betekenis.

De naam van Mary Zeldenrust-Noordanus (1928-1984) is voor een hele generatie Nederlanders gekoppeld aan de seksuele revolutie van de jaren zestig van de vorige eeuw. Zij vervulde als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming op institutioneel niveau de rol van gerespecteerd bestuurder, organisator en commentator op de maatschappelijke ontwikkeling die volgde op het beschikbaar komen van de anticonceptiepil. Inzake de veelvormigheid van seksualiteit was zij uitgesproken liberaal. De sfeer van Victoriaanse repressie en hypocrisie die destijds nog duidelijke sporen in de samenleving had, heeft zij mee omgebogen naar ruimte voor een persoonlijke seksuele moraal vanuit het besef dat de gezondheid van ieder mens – en dus de volksgezondheid daarmee gediend is. Mary Noordanus was geen arts, maar psycholoog-psychotherapeut. Na haar voorzitterschap publiceerde zij over de invloed van de psyche op kwaadaardige ziekten. Haar eigen ziektegeschiedenis en vroege overlijden gaf dit werk dramatische zeggingskracht.

Sociale geneeskunde

Piet Muntendam (1901-1986) en Ben Sajet (1887-1986) werden beiden eerst huisarts. Muntendam in arme streken in Drenthe en Sajet in de Amsterdamse Transvaalbuurt tijdens de Eerste Wereldoorlog. Met publicaties onthulden zij de negatieve invloed op de volksgezondheid van het samenvallen van slechte sociaal-economische omstandigheden met ziektes en oversterfte. In hun arbeidzame leven zetten zij zich met alle beschikbare middelen via onderzoek, commissies, politiek en bestuur in om de volksgezondheid te verbeteren. Sajet was een strijdbaar politicus voor SDAP en PvdA in de Amsterdamse gemeenteraad en de provincie Noord-Holland; Muntendam werd een gedreven inspecteur-generaal van de Volksgezondheid en later hoogleraar sociale geneeskunde te Leiden. Beiden gelden als grondleggers voor de sociale geneeskunde, in Nederland.

Sajet, van Joodse familie, was Engelandvaarder tijdens de Tweede Wereldoorlog en Muntendam nam deel aan het verzet.

Van links naar rechts: Muntendam, Zeldenrust en Sajet.