In 1995 ontstond het idee voor een nieuwe tennisvereniging: Tennisvereniging Tie-Breakers. Emilie Kuiper, oprichter van het eerste uur, kijkt terug: ‘De personeelsvereniging van Shell beschikte aan het eind van de Valentijnskade over een paar tennisbanen en wilde daar vanaf. Stadsdeel Oost zocht een tennisclub met toekomstplannen, en de samenwerking verliep vanaf dag één prettig. De doortastendheid van sportambtenaar Hugo Hilgers gaf alles vaart.’
Emilie trok samen met n de inmiddels overleden Eep Lagerweij het initiatief. Beiden traden later toe als eerste ereleden. ‘Maar we deden het natuurlijk niet alleen’, zegt Emilie. ‘We trokken vanaf het begin samen op met tientallen vrijwilligers.’
De start: een open veld, een keet en een droom
De oprichters speelden bij de vereniging NWTL: Niet Winnen Toch Lol, op het Amstelpark. Door de bouw van het nieuwe Abn Amro-hoofdkantoor viel hun oude speelplek weg. De overstap naar het Flevopark volgde snel.
Op het terrein lagen acht oude Shell-banen. Waar nu het terras ligt, lag destijds baan 1. Emilie herinnert zich de beginjaren levendig: ‘In november 1995 startten we met oprichten. We vergaderden in Sporthal Zeeburg. Alles ging in sneltreinvaart. Ruim dertig leden stapten over vanuit NWTL en via via stroomden nieuwe leden snel binnen. De eerste competitie startte direct. Binnen korte tijd hadden we al een wachtlijst.’
Van korfbal naar Shell-sportpark
Lang voor Tie-Breakers zich aan de Valentijnkade vestigde, speelde in de jaren dertig korfbalclub Blauw-Wit in het toenmalige Zuiderzeepark, het latere Flevopark. Na hun vertrek opende in 1939 het Shell-sportpark. Shell Sportvereniging — Spirit Houdt Elk Lichaam Lenig — trok naar een terrein met voetbalvelden, tribunes, een hockeyveld, een korfbalveld, tennisbanen en een boothuis. Later kwam daar ook honkbal bij.
Ambitie zat vanaf het begin diep in de cultuur: recreatief, prestatief, en vooral: voor en door leden. De groei liep organisch; spelers brachten nieuwe mensen mee, teams schoven door naar hogere klassen en de sfeer trok tennissers uit heel Oost en ver daar buiten.
Een club bouwen begint met handen uit de mouwen
In het begin stond er niets dat op een clubhuis leek. Sportambtenaar Hugo regelde een houten keet van een voetbalvereniging uit Noord. Vrijwilligers schilderden, richtten de ruimte in en timmerden zelf een bar. Bij regen tijdens een competitiedag paste niet iedereen binnen, maar de stemming bleef goed. Het oude meubilair van Amstelpark kreeg hier een tweede leven.
Die zelfwerkzaamheid zit nog altijd in het DNA. ‘Leden bouwden de bar in de keet. Dertig jaar later maakte een creatief lid opnieuw een bar in het nieuwe clubhuis. Die mentaliteit vormt echt het fundament’, zegt Emilie.

Het Open Toernooi liep vanaf dag één vol. ‘We namen het toernooi mee van NWTL, dus meteen in het eerste jaar stond er een volwaardig toernooi. Het toernooi is nog steeds een begrip in tennissend Amsterdam.’
De wens voor een hal leefde vanaf het begin. Na ongeveer tien jaar stond die hal er, samen met een stenen clubhuis. In 2024 kreeg het hele complex een complete vernieuwing.
Tiberias: de balkende ezel
Bij een van de eerste vergaderingen in het Badhuis ontstond spontaan de naam. ‘Tie-Breakers, mét streepje,’ zegt Emilie lachend. Het eerste logo toonde de balkende ezel Tiberias, een speelse knipoog naar Jeugdland, de buren met wie vanaf het begin een warme band ontstond.
Expertise uit de club zelf
De vereniging groeide niet alleen door enthousiasme, maar ook door de expertise in eigen gelederen. ‘Voor o.a. juridische kwesties of notariële stappen stond altijd iemand klaar. Dat gevoel van samen de club dragen leeft nog steeds’, zegt het oud-bestuurslid.
In de beginjaren ontmoette Emilie tijdens het vrijwilligerswerk zelfs haar partner Robbert Schmidt. ‘Robbert was ook een van die leden die gelijk enthousiast meehielp. Iedereen pakte iets op om de club vooruit te helpen.’
Om de financiële basis te versterken, introduceerde de club een levenslang lidmaatschap. Vijf leden sprongen direct in. De keet kreeg ondertussen bijna een mythische status. ‘Mensen hingen aan de balken, letterlijk. De sfeer was uniek.’
Iconen en competitie
De overleden groundsman Peter Blesgraaf leeft voort in veel herinneringen. Met liefde voor gravel en groen hield hij het park in topstaat. ‘Hij verzorgde niet alleen de banen, maar ook alle perken eromheen,’ zegt Emilie.
Vanaf het eerste jaar deden de leden mee aan de KNLTB-competities. Teams stonden de hele dag op het park in het weekend, van de eerste enkels in ochtend tot de laatste dubbelwedstrijden aan het eind van de dag. Aanmoedigingen klonken van alle kanten en in korte tijd ontstond een hechte gemeenschap die er nog steeds is.
Zoals Emilie het samenvat: ‘De basis is sterk. Echt clubliefde. Dat voel je zodra je het park oploopt, al dertig jaar lang.’






