In Sporthal Zeeburg speelt al langere tijd een discussie over de functie van de sportkantine. Waar de gemeente spreekt over exploitatie en gebruik, ervaren meerdere sportverenigingen het ontbreken van een volwaardige ontmoetingsplek. Een eerste reactie van stadsdeel Oost, aangevuld met ervaringen van drie verenigingen, laat zien waar het schuurt. En waar ruimte ligt voor verbetering.
Arie Martijn Schenk

Gemeente: ‘Kantine staat niet leeg’
De gemeente stelt dat de kantine in Sporthal Zeeburg niet leeg staat. Sinds mei 2025 exploiteert een stichting de ruimte. In de gemeentelijke lezing is sprake van gebruik, terwijl sportverenigingen aangeven dat de kantinefunctie in de praktijk ontbreekt. Begin januari 2026 volgt een evaluatie met verenigingen, exploitant en gemeente.
De gemeente benadrukt dat zij als verhuurder optreedt. De dagelijkse invulling, openingstijden, inrichting en het gebruik van de kantine vallen primair onder verantwoordelijkheid van de exploitant. Tegelijkertijd erkent stadsdeel Oost het grote belang van ontmoeting, sociale binding en clubcultuur voor vitale sportverenigingen. In het geplande overleg begin januari wil de gemeente dit belang nadrukkelijk onderstrepen en partijen oproepen om gezamenlijk tot afspraken te komen.
Netzo: Wij ervaren geen kantine
Voor volleybalvereniging Netzo voelt de situatie anders. Lid van de kantinecommissie Joram Grünfeld stelt dat de vereniging in de praktijk geen kantine ervaart. ‘De ruimte is verhuurd aan een stichting om een kantine te exploiteren. We werken goed samen met de badminton- en basketbalvereniging, maar de kantinefunctie ontbreekt’, zegt Grünfeld.
Volgens Netzo kaartten de verenigingen de problematiek al in januari 2024 aan omdat in de zomer 2024 de eerdere kantinebeheerder zou stoppen. Ondanks dat het moeilijk is een goede exploitant te vinden, startte de gemeente alsnog een aanbesteding. ‘De afspraak was dat er of een goede exploitant gevonden zou worden, of dat na een mislukte aanbesteding de gemeente met de sportverenigingen in gesprek zou gaan over zelfbeheer.’ De verwachting van de gemeente was namelijk dat er geen partij zou reageren. Op die manier zou er een oplossing komen die voor verenigingen zou werken’, aldus Grünfeld.
Uiteindelijk schreef een stichting in die volgens de drie verenigingen verwant is aan een kickboksschool. ‘De ruimte oogt niet als kantine. Tijdens onze trainingen blijft deze bijna altijd dicht. Alcoholverkoop vindt niet plaats. Dan vraag ik me af: draait het hier om kantinebeheer of vormt dit vooral een verlengstuk van de kickboksschool?’
Netzo maakt zich vooral zorgen over de lange termijn. ‘Het gemis aan een clubhuis merk je niet na één jaar. Dat werkt door. Je ziet losse groepjes leden ontstaan. Tegenstanders spreken elkaar niet meer na wedstrijden. Dat hoort juist bij sport.’ Ook praktische zaken spelen mee: leden komen van verder weg, horeca in de buurt ontbreekt en na 21.00 uur sluit de ruimte vrijwel altijd. ‘Het is feitelijk niet meer dan een frisdrankautomaat, maar zelfs daar kun je niet bij als hij niet open is.’
Badmintonvereniging Zeeburg: ‘Dit is geen kantine’
Ook Badmintonvereniging Zeeburg herkent dit beeld. Bestuurslid Han Riksten zegt dat de kantine volgens de formele lezing wel draait, maar dat de functie ontbreekt.
‘We huren een sporthal en daar hoort een kantine bij. Dat verwachten onze leden ook.’

Volgens Riksten loopt de communicatie traag en versnipperd. ‘We krijgen met veel gemeentelijke afdelingen te maken: stadsdeel, verhuur, beheer, sport en bos. Sinds augustus 2024 bestaat er een appgroep met de exploitant en de verenigingen, maar reacties blijven sinds de zomer uit. Eigenlijk loopt dit traject met verschillende exploitanten al sinds 2019.’
De stichting die nu exploiteert, draagt de naam Actief Verbindend in Sport en Samenleven. ‘Die naam doet de praktijk geen eer. Het voelt als een verlengstuk van de kickboksschool,’ zegt Riksten. De badmintonvereniging speelt op maandagavond en zaterdagmiddag met jeugdteams, wedstrijden volgen op zondagmiddag. ‘De derde helft hoort bij badminton. De thuisploeg trakteert normaal twee rondjes. Dat kan nu niet.’
Ook sociale momenten verdwijnen. ‘Tijdens ons kersttoernooi volgde een prijsuitreiking in de hal. Proosten op een geslaagd jaar lukte niet. Vrijwilligers kregen noodgedwongen een pakje drinken van het bestuur.’
Basketbalvereniging Flying Oost: ‘Fundamenteel voor clubgevoel’
Bestuurslid Andrei Bocin-Dumitriu van basketbalvereniging Flying Oost sluit zich daarbij aan. ‘Soms verkoopt iemand chips en koffie, soms vindt er een privétraining plaats en mogen we de ruimte niet in. De openingstijden wisselen en houden geen rekening met onze wedstrijdplanning. Er hangt ook nergens een schema met openingstijden.’
Volgens Bocin-Dumitriu staat de ruimte vol met spullen van het kickboksen en blijft het aanbod beperkt. ‘Ik heb twee zoons, een speelt bij Flying Oost en de ander bij Apollo en we komen in veel sporthallen, ook in Utrecht en Leiden. Daar werkt het totaal anders. Voor clubleden vormt de kantine een essentieel onderdeel van de vereniging.’

De situatie leidt tot praktische gevolgen. ‘Soms moeten teams direct na training naar buiten. De sfeer lijdt daaronder.’ Flying Oost denkt ook graag in oplossingen. ‘We klagen niet graag. In mijn werk als projectleider denk ik: dit moet toch oplosbaar zijn? De gemeente kan duidelijke randvoorwaarden stellen bij verhuur.’
Verschil tussen exploitatie en ontmoeting
Wat in Sporthal Zeeburg zichtbaar wordt, is het verschil tussen formele exploitatie en de dagelijkse kantinefunctie zoals verenigingen die kennen. Voor sporters draait een kantine niet alleen om verkoop, maar om ontmoeting, binding en clubcultuur. Dat besef delen alle drie de verenigingen, die wijzen op voorbeelden waar verenigingen zelf exploitatie verzorgen, zoals in de Bibian Mentelhal of bij sporthal Laan van Spartaan.
Begin januari volgt een nieuw overleg tussen gemeente, exploitant en verenigingen. Voor de clubs vormt dat gesprek een belangrijk moment. Niet om te klagen, maar om duidelijk te maken wat een kantine in de sportpraktijk betekent.
Druk op binnensport in groeiend Oost, ook voor zaalcapaciteit
De gemeente Amsterdam ziet de druk op binnensportvoorzieningen in Oost toenemen. De groei van wijken als Zeeburgereiland en de Sluisbuurt vraagt om extra zaalcapaciteit. Volgens stadsdeel Oost krijgt het realiseren van een complete stad, met voldoende ruimte voor sport en bewegen, volle aandacht. Daarbij ondersteunt de gemeente sportverenigingen om wachtlijsten te verkorten, zowel bij ruimtegebrek als bij een tekort aan trainers of coaches.
In de Sluisbuurt verrijst momenteel een permanente sporthal. Overdag gebruikt het Montessori Lyceum Pax deze hal, in de avonduren krijgen sportverenigingen toegang. Oplevering staat gepland voor eind 2026. Met deze toevoeging telt stadsdeel Oost straks zeven sporthallen, wat volgens de gemeente verlichting moet geven op de bestaande capaciteit. Ook vereniging Netzo kan daar in de toekomst mogelijk trainen en spelen.







