In het restaurant zaten drie mensen te wachten op hun eten aan een tafel vlak bij de deur. Het waren moeder en dochter, dat was duidelijk te zien en een lange slungel, een sladood, waarschijnlijk behorende bij de dochter.
De dochter voerde het hoogste woord, met brede armgebaren en af en toe een priemende vinger richting de vrouw die haar ter wereld had gebracht. Die onderging dit lijdzaam.
Met een gepijnigde uitdrukking op haar gezicht.
De slungel bemoeide zich niet met de monoloog. Draaide zijn hoofd af van het gekakel van zijn eega. Hij keek met een lege blik naar de rest van het restaurant, zette een bruine hoornen bril op en verdiepte zich in zijn telefoon.
Toen de dochter zweeg en met een diepe zucht opstond om richting het toilet te vertrekken vertrok hij geen spier en bleef doodleuk doorscrollen op zijn telefoon.
De moeder keek met een droeve blik naar het voor haar staande bord. Als een geslagen hond. Geen oogcontact en geen woordenwisseling. Zelfs geen speld die viel.
De deur vloog open en met nieuwe gasten maakten een wervelende entree. En brachten een koude windvlaag mee. Moeder rilde even de slungel keek verstoord op van zijn telefoon. Dat kon er ook nog wel bij







