Negen jaar gemeenteraad, vele uren vergaderen, werkbezoeken door de hele stad en gesprekken die soms diep raken. Voor Kris van der Veen, raadslid voor GroenLinks in Amsterdam, blijft het werk betekenisvol. ‘Volksvertegenwoordiger zijn, voelt eervol. Je staat midden in de stad en spreekt mensen op momenten die ertoe doen.’

Op woensdag 18 maart zijn de gemeenteraadsverkiezingen, het vierjaarlijkse hoogtepunt van de lokale democratie. Tegelijkertijd is ook de verkiezing voor leden van de stadsdeelcommissie.
oost-online stelt de kandidaten in Oost aan je voor.

Arie Martijn Schenk

Kris groeide op in Friesland en vertrok voor zijn studie naar Groningen. Daar werkte hij als maatschappelijk werker, onder meer in een Blijf van mijn Lijf-huis voor slachtoffers van huiselijk geweld. De praktijk van het dagelijks leven, dichtbij mensen die steun nodig hadden, vormde zijn blik op politiek. Vijf jaar lang zat hij in de gemeenteraad van Groningen, voordat Amsterdam in beeld kwam.

In 2015 verhuisde Kris naar de hoofdstad. Eerst naar de Transvaalbuurt, later naar Cruquiuseiland. Negen jaar woonplezier volgden. ‘De Transvaalbuurt voelde meteen goed. Een levendige authentieke buurt.’

Cruquiuseiland kende in het begin veel onderlinge samenhang. ‘Je kende elkaar, veel bewoners kwamen er nieuw wonen.’ In de loop der jaren veranderde dat beeld. Meer expats, meer bewoners die hun eigen leven leiden. ‘De samenleving in die buurt kreeg een andere vorm.’

Hoewel hij inmiddels elders woont, blijft Oost trekken. ‘Ik ben gek op het stadsdeel’, zegt hij lachend. Zijn beste vriendin woont in de Balistraat. ‘In de lente, als de zon op die magnolia schijnt in haar tuin, dat is een prachtig beeld.’ Ook de Insulindeweg noemt hij. ‘Zeker op een zonnige dag. Die doorkijkjes, dat licht.’

Mensenlevens als drijfveer
Binnen de gemeenteraad richt Kris zich onder meer op jeugdzorg, kunst en cultuur, maatschappelijke opvang en dakloosheid. Thema’s die raken aan levens van mensen. ‘Bij sommige onderwerpen gaat het letterlijk om iemands bestaan. Dat drijft me.’

Hij spreekt over jongeren die gepest raken, eenzaam zijn of worstelen met suïcidale gedachten. Over het belang van veiligheid thuis en op school. ‘Iedere Amsterdammer verdient de ruimte om zichzelf te zijn. Dat vormt voor mij geen bijzaak, maar de reden waarom ik harder loop.’

Dat uitgangspunt klinkt ook door in zijn inzet voor LHBTIQ+-gemeenschappen. In december schreef hij samen met collega-raadsleden een opiniestuk over het verdwijnen van queerhoreca in Amsterdam. Sinds 2010 slonk het aantal cafés en clubs fors. Zes plekken sloten de afgelopen twee jaar hun deuren, waaronder Lola the Green Aardvark in Oost.

‘Dat zijn geen gewone horecazaken’, zegt Kris. ‘Het gaat om plekken waar mensen voor het eerst durfden te bestaan. Waar je gezien wordt, zonder uitleg.’ Juist daarom pleit hij ervoor om deze plekken een centrale rol te geven tijdens WorldPride, dat komend jaar in Amsterdam plaatsvindt. ‘Vrijheid vier je niet alleen op het podium, maar vooral op de plekken waar die elke dag leeft.’

Hij wil begin maart het gesprek organiseren met de queerhoreca in de stad. ‘Samen aanbod creëren. Samen sta je sterker.’

Kunst als levensader van de stad
Ook kunst en cultuur liggen hem na aan het hart. ‘Op papier lijkt het misschien weinig: zo’n 150 miljoen op een gemeentebegroting van 8 miljard. Maar een groot deel van de stad leeft ervan.’ Dagjesmensen, bewoners, makers, buurthuizen, podia – het netwerk loopt door de hele stad.

In gesprekken met kunstenaars merkt hij hoe landelijke bezuinigingen nog altijd doorwerken. ‘De klappen van de bezuinigingen van Halbe Zijlstra werken na al die jaren nog steeds door.’ Kleine theatermakers, musea en initiatieven voelen de druk. Het potje van het Amsterdams Fonds voor de Kunst raakt snel leeg. ‘Daarnaast krijgt vernieuwing zo te weinig ruimte.’

Vooral in Nieuw-West, Noord en Zuidoost ziet hij achterstanden. ‘Daar moet gewoon geld bij. Dat staat ook in ons verkiezingsprogramma.’ Kunst biedt volgens hem meer dan vermaak. ‘Kunst biedt troost. Kunst stelt vragen. Kunst houdt een stad menselijk.’

Dakloosheid zichtbaar in het straatbeeld
Een ander dossier dat hem bezighoudt: dakloosheid. Vorig jaar schreef hij een ingezonden brief in Het Parool onder de titel Wie op straat leeft, verdient het om gezien te worden. Hij bezocht regelmatig het Oosterpark. ‘Je ziet mensen alleen, zoekend, soms volledig naar binnen gekeerd. Dat beeld laat je niet los.’

Meer dan 14.000 Amsterdammers beschikken niet over een vaste verblijfplaats. Een deel vindt tijdelijk onderdak bij vrienden of familie, anderen leven zichtbaar op straat. ‘Dat raakt ook buurten. Bewoners voelen onveiligheid. Maar achter elk gezicht zit een verhaal.’

Eerst zocht hij werk. Maanden later raakte hij verslaafd aan de crack. Mensen glijden af.

Volgens Kris ligt de oorzaak grotendeels bij falend nationaal beleid. Preventieve programma’s verdwenen, terwijl het aantal daklozen juist verdubbelde. ‘Gemeenten moeten steeds meer doen met dezelfde middelen.’ Acht op de tien mensen op straat blijken arbeidsmigranten. Hij vertelt over een Roemeense man die hij meerdere keren sprak in het Oosterpark. ‘Eerst zocht hij werk. Maanden later raakte hij verslaafd aan de crack. Mensen glijden af.’

Kris wil het gesprek ook letterlijk de wijk in brengen. In Oost staat een avond over dakloosheid op zijn agenda, bedoeld om bewoners, professionals en betrokken Amsterdammers samen te brengen. ‘Meer begrip begint bij ontmoeting’, zegt hij. ‘Niet praten óver mensen, maar mét elkaar.’ Eerder organiseerde hij vergelijkbare avonden in Zuid, West en het Centrum. Ook in Oost wil hij ruimte creëren voor verhalen, vragen en ongemak.

Daarom pleit hij voor gebruikersruimtes en aanvullende zorg, zoals een straatpsychiater. ‘Dat werkt. Voor de gezondheid van gebruikers én voor de veiligheid in buurten.’ Zo sprak hij met Zwanine Siedenburg, pastor bij Stichting Drugspastoraat Amsterdam. Zij beweegt zich tussen twee werelden: die van mensen die drugs gebruiken en die van bewoners die daar dagelijks mee geconfronteerd raken.

Ieder mens telt, ook wanneer niemand meer voor hem spreekt

Haar werk draait om nabijheid, luisteren en het vastleggen van levensverhalen van mensen zonder netwerk. ‘Dat raakt mij’, zegt Kris. ‘Te vaak verdwijnen mensen geruisloos uit de stad, zelfs na hun overlijden. Door hun verhalen vast te leggen, blijven ze zichtbaar. Dat sluit precies aan bij hoe ik naar politiek kijk: ieder mens telt, ook wanneer niemand meer voor hem spreekt.’

In de gemeenteraad kwam extra opvang tot stand. ‘Dat lukte snel. De bereidheid om iets voor een ander te doen leeft nog steeds in deze stad. Zeker ook in Oost.’

Rafelranden koesteren
Kris gelooft in een stad met rafelranden. Rond het Muiderpoortstation ziet hij kansen. ‘Waarom daar geen underground nachtclub? Goed bereikbaar, er is weinig nachtleven in Oost. Dansen tot diep in de nacht.’ Ook het plein voor het station vraagt volgens hem aandacht, net als de plek van het Joods monument. ‘Het kan én-én.’

Tijdens een gezamenlijke bijeenkomst van de top twintig van GroenLinks en PvdA voelde hij zich op zijn plek. Jong en oud, verschillende achtergronden. ‘Die diversiteit past bij Amsterdam en bij mij.’ Kris staat op nummer 4 op de lijst van GroenLinks. De 45-jarige politicus kijkt vooruit, vol energie en klaar voor een volgende periode. ‘De stad verandert voortdurend. Juist daarom blijft dit werk zo bijzonder.’