Op IJburg wonen inmiddels meer dan 30.000 mensen. En de komende jaren worden dat er nog veel meer. Behalve veel schoolpleinen zijn er maar weinig buurt- of stadspleinen, waar de inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Oost-online bezocht er één op zaterdag.

Fokko Kuik

Het grootste en bekendste plein op IJburg is het Joris Ivensplein, achter het winkelcentrum op Haveneiland-West. Het is een fors plein met inmiddels al flink uit de kluiten gewassen platanen. Verder vind je er een speelplek voor kinderen en er staan wat bankjes. Maar op doordeweekse dagen ligt het plein er meestal nogal verlaten bij. De winkels aan de achterkant van het winkelcentrum weten dan weinig mensen naar het plein te lokken.

Concurrentie voor de gewone winkels?
Op zaterdag is dat anders. Dan is er de wekelijkse Reuringmarkt met enkele tientallen kramen waar voornamelijk verse producten aan de man worden gebracht. Toen de markt er net was, leverde dat bij sommige bestaande winkeliers wat weerstand op, herinner ik me, want er werden producten verkocht die ook in hun vaste winkels te koop waren: concurrentie! Inmiddels zal dat bezwaar wel wat geluwd zijn, want met het gestaag groeiende aantal inwoners op IJburg en Zeeburgereiland valt er voor iedereen wel wat te verdienen. Die marktbezoekers op zaterdag doen de rest van de week waarschijnlijk ook wel inkopen in het winkelcentrum.

De sociale functie van een markt
Het is vooral een markt voor de IJburgers zelf, heb ik de indruk. Ik hoorde wel wat vreemde talen om mij heen, maar dat waren vast geen toeristen, maar vermoedelijk expats, die ook hier in steeds grotere getale zijn neergestreken. Afgezien van een snackbar is er geen horeca te vinden op het Joris Ivensplein. De marktkraam die op zaterdag koffie verkoopt en er wat zitjes heeft neergezet, heeft daar slim op ingespeeld: het is hét verzamelpunt voor de vele jonge ouders met kinderen die er rondlopen. Precies de sociale functie die zo’n weekmarkt moet hebben. Ook de meeste andere kramen spelen goed in op de behoeftes van de doelgroep die hier rondloopt: het aanbod bestaat uit delicatessen, wijn, brood, bloemen en planten, maar ook veel verse groenten, fruit en noten.

Geen restaurantjes
Bij het slenteren op zo’n weekmarkt gaan mijn gedachten altijd uit naar de sfeer die vindt in een Frans of Italiaans dorpje met zo’n weekmarkt. Ook daar zie je de gouden combinatie van inkopen doen en elkaar ontmoeten. Daar eindigt het bezoek aan zo’n markt meestal in een afsluitende in nabijgelegen restaurantjes. Die vind je helaas niet op het Joris Ivensplein. Zulke restaurantjes zijn er wel rond de haven van IJburg, waar zo’n tien jaar geleden ook een tijdje de Reuringmarkt werd georganiseerd op de Krijn Taconiskade. Maar daar ontbrak dan weer de synergie met het winkelcentrum.

Zo zie je maar weer: stadsplanning is best ingewikkeld. Waar IJburg qua opzet en ligging wel iets wegheeft van een stadje aan het IJsselmeer, de voormalige Zuiderzee, zal de sfeer van dit nieuwbouwgebied niet snel in de buurt komen van die in historische plaatsen als Elburg, Spakenburg of Volendam. Een sfeer die je bijvoorbeeld ook mist in Almere Haven, waar ik onlangs op een zonnige dag doorheen fietste. Best veel gunstig op de zon gelegen horeca rond een flinke havenkom met bootjes, maar het gebrek aan sfeer deed me besluiten om toch nog maar even door te fietsen naar Muiden.

Zoiets heeft tijd nodig, hoorde ik een stedenbouwkundige ooit eens uitleggen: een volwaardige stad heeft ‘groeiringen’ nodig om volwassen te worden, met een verwijzing naar de jaarringen, die je vindt in een doorgezaagde oudere boomstam.

Goed onderhoud is wel belangrijk
Op een relatief jonge plek als IJburg hebben we wat meer geduld nodig, kun je hieruit concluderen. Wat mij daarbij wel van het hart moet is dat het dan wel goed is om het straatmeubilair wat beter te onderhouden. De nog niet eens zo oude houten bankjes op het Ivensplein lijken half verrot en ook het Vinderskunstwerk, een grappig object waar je je verloren sleutels kunt terugvinden, staat er wat pokdalig bij. Op een gezellige zaterdag valt dat niet zo op, maar op een doordeweekse dag zonder reuring juist wel.