De kantinekwestie in Sporthal Zeeburg kreeg woensdagavond een opvallend vervolg in de stadsdeelcommissie Oost. Vijf insprekers namen plaats aan tafel: Denis Korzhov en Micha van den Heuvel van volleybalvereniging Netzo, Han Riksten van Badmintonvereniging Zeeburg en Annemarie ter Veld en Ella Timmermans van Basketbalvereniging Flying Oost. Even leek het alsof zich een extra fractie in de commissiezaal installeerde.
Arie Martijn Schenk
Die brede aanwezigheid maakte duidelijk dat de kwestie verder reikt dan één vereniging of één klacht. Netzo, Flying Oost en Badmintonvereniging Zeeburg vragen al langere tijd om een volwaardige kantinefunctie in Sporthal Zeeburg. Samen vertegenwoordigen zij ongeveer 650 leden.
Korzhov, voorzitter van Netzo, sprak namens de drie verenigingen. Hij benadrukte dat de kantine voor de clubs essentieel is. Niet als luxe, maar als plek voor ontmoeting, vrijwilligers, ontvangst van tegenstanders en clubgevoel. Voor Netzo, de grootste lhbtiq+-volleybalvereniging van Nederland, speelt daar nog iets bij. De vereniging vormt voor veel leden ook een veilige gemeenschap en een tweede thuis. Die plek ontbreekt volgens de verenigingen al anderhalf jaar.
‘Toegang tot een ruimte is geen kantine’
Sinds begin 2025 huurt een nieuwe exploitant de kantineruimte. Volgens de insprekers verdwenen daarna vaste openingstijden, duidelijke communicatie en een echte kantinefunctie. De ruimte bestaat volgens Korzhov feitelijk uit een bank en enkele stoelen.
Op 10 juni kregen de verenigingen te horen dat zaalbeheer de deur kan openen als de ruimte dicht is. Voor de verenigingen lost dat de kern van het probleem niet op. Korzhov vatte het kort samen: toegang tot een ruimte is geen kantine. De drie verenigingen vragen daarom om heroverweging van dat besluit, een pilot voor zelfbeheer in de avonduren en weekenden, een duidelijk aanspreekpunt bij de gemeente en geen automatische verlenging van het huidige contract zonder aantoonbare verbetering en hersteld vertrouwen.
Badmintonvereniging: we zoekt anderhalf jaar naar oplossing
Han Riksten van Badmintonvereniging Zeeburg schetste hoe lang de kwestie al speelt. Volgens hem werken de drie verenigingen al meer dan anderhalf jaar samen om de kantinefunctie goed ingevuld te krijgen. De huidige exploitatie voldoet volgens hem niet op communicatie, inrichting en toegankelijkheid.
Riksten vertelde dat de verenigingen al op 25 juli vorig jaar schriftelijk aan de gemeente lieten weten dat het niet goed ging. Daarna volgden gesprekken in september en januari, ook met de exploitant erbij. Volgens Riksten kwam daar nog steeds geen oplossing uit.
Voor Badmintonvereniging Zeeburg gaat het om meer dan een kop koffie. De vereniging telt jeugdteams, competitiespelers en ook veel zestigplussers. Voor hen vormt de vereniging een basis, een vangnet en een plek om elkaar te ontmoeten.
Ouders zonder koffie, vrijwilligers in de regen
Annemarie ter Veld en Ella Timmermans maakten de gevolgen concreet voor Flying Oost. De basketbalvereniging is vooral een jeugdclub. Ouders brengen kinderen naar trainingen en wedstrijden, soms zelfs vanuit Den Helder. Bij vroege wedstrijden willen zij simpelweg koffie kunnen drinken terwijl hun kinderen sporten.
Volgens Ter Veld kan dat nu niet. Vanuit de dojo is geen zicht op de kinderen en de ruimte functioneert niet als kantine. Daardoor missen ouders en bezoekers een normale voorziening in de sporthal.
Timmermans, secretaris van Flying Oost, sprak namens ongeveer 300 basketballers die wekelijks een of meerdere keren in Oost sporten. Zij noemde de kantine een ontbrekend thuishonk. Zonder fysieke plek gaan leden na training of wedstrijd direct naar huis. Daardoor staat het clubgevoel onder druk. Ze gaf drie voorbeelden uit de afgelopen maand. De vrijwilligerscoördinator sprak vrijwilligers buiten in de regen toe met zelfgebakken taart. De jaarlijkse ledenvergadering trok slechts vijftien leden, omdat een afsluitend toernooi of bijeenkomst niet mogelijk was. Kampioensmedailles liggen na drie weken nog in de kast.
Commissieleden vragen om doorpakken
VVD-stadsdeelcommissielid Niels van der Sangen noemde het probleem helder geschetst. Volgens hem toont de kwestie dat de derde helft net zo belangrijk is als de eerste en tweede. Hij vroeg het dagelijks bestuur om daadkracht en actie. Volgens hem lijkt er op papier sprake van een kantine, terwijl die er in de praktijk niet is.
Ook andere commissieleden vroegen door. Vanuit DENK kwam de vraag of het dagelijks bestuur bereid is een pilot voor zelfbeheer mogelijk te maken. PRO vroeg om concrete beantwoording van de verzoeken van de verenigingen. BIJ1 vroeg naar de grootste blokkade. Het antwoord van de verenigingen was duidelijk: het huidige contract met een exploitant die volgens hen geen intentie toont om de kantinefunctie goed in te vullen.
Vanuit de commissie kwam ook de vraag waarom de huidige ruimte eigenlijk niet als kantine functioneert. Ella Timmermans antwoordde dat het volgens haar in de praktijk geen kantine is, maar vooral een dojo. Een klein voorportaaltje waar soms koffie geschonken kan worden, met een tafel en zes stoelen, voldoet niet als sporthalkantine.
Vroege trekt discussie naar bier en bitterballen
Stadsdeelbestuurder Jan-Bert Vroege erkende dat de klachten al langer bekend zijn. Hij wees tegelijk op de juridische overeenkomst met de huidige exploitant. Volgens Vroege voldoet de stichting aan de contractvoorwaarden en ziet de gemeente op dit moment geen juridische mogelijkheid om het contract te ontbinden.
In zijn beantwoording verschoof de discussie echter opvallend snel richting bier, friet en bitterballen. Vroege stelde dat de exploitant kiest voor een gezonde kantine: geen alcohol, geen frituur. Dat past volgens hem bij gemeentelijk beleid.
Juist dat frame raakt niet aan de kern van de inspraak. De verenigingen vroegen niet om bier en bitterballen. Zij spraken over koffie voor ouders, een tosti voor jeugdleden, een plek voor vrijwilligers, ontvangst van tegenstanders, zitruimte, communicatie en een ruimte waar leden na afloop kunnen blijven. De discussie draait volgens hen niet om ongezond aanbod, maar om het ontbreken van normaal kantinebeheer.
Ook een gezonde sportkantine vraagt om een aantrekkelijk en passend aanbod. Een lege of nauwelijks ingerichte ruimte zonder vaste openingstijden vormt nog geen gezonde kantine. Het beperkte aanbod is volgens de verenigingen geen bewuste invulling van gezond sportbeleid, maar een gevolg van een kantinefunctie die niet goed loopt.
Verenigingscultuur is geen marktwerking
Vroege zei ook dat het creëren van gezellige kantines geen taak van de overheid is. Daarbij maakte hij een verwijzing naar marktdenken van de VVD. Maar juist daar schuurt de discussie met de sportpraktijk. Een sportkantine is in Nederland vaak geen gewone commerciële horecazaak. Bij heel veel sportclubs vormt de kantine een onderdeel van het verenigingsmodel. Vrijwilligers achter de bar schenken koffie, maken tosti’s, ontvangen ouders en spreken nieuwe leden aan. Daar ontstaat verbinding. Daar raken ouders betrokken. Daar vinden bestuurders nieuwe vrijwilligers. En kunnen de medailles worden uitgereikt.
Dat heeft weinig met klassieke marktwerking te maken. Het hoort bij de verenigingscultuur waarop de georganiseerde sport in Nederland leunt. De vraag in Sporthal Zeeburg is dus niet of de overheid een gezellige avond moet organiseren, maar of een gemeentelijke sporthal ruimte biedt aan de sociale functie van sportverenigingen.
Vrijwilligers raken de weg kwijt
De insprekers lieten ook zien hoe ingewikkeld de gemeentelijke route voor vrijwilligers kan zijn. De verenigingen spreken al lange tijd met verschillende onderdelen van de gemeente. Dan spreken ze met afdeling Sport en Bos, dan met afdeling vastgoed, dan met beheer, en dan weer met het stadsdeel.
Toch legt deze kwestie een groter probleem bloot. Vrijwillige bestuurders steken naast hun werk en privéleven veel tijd in hun vereniging. Als zij anderhalf jaar lang langs verschillende loketten gaan zonder duidelijke regie, loopt de energie weg. Dat raakt niet alleen deze kantine, maar ook de kracht van verenigingen. ‘Wat doet de overheid een groep vrijwilligers aan.’
Toezegging over contract en vervolg
Na vragen van Van der Sangen en andere commissieleden zegde Vroege toe dat de gemeente nogmaals kijkt naar de contractuele situatie en de mogelijkheid om de verlenging op termijn stop te zetten. Ook komt er een toelichting op de vraag waarom de gemeente stelt dat de exploitant aan de afspraken voldoet, terwijl de verenigingen juist het tegenovergestelde ervaren. Op de vraag van commissielid Van Maastrigt (PvdD) of het al voor 1 juli kon, kwam een ‘nee’ als antwoord.
‘De eerste vergadering na het reces kom ik met een ongevraagd advies om dit jaar nog tot een oplossing te komen, en ook alvast voorsorteren op de situatie volgend jaar wanneer het contract afloopt’, voegt Van der Sangen na de vergadering nog toe.
Daarmee eindigde de avond zonder directe oplossing, maar wel met politieke druk op het dossier. Voor de drie verenigingen blijft de inzet helder: geen geopende deur op papier, maar een echte kantine in de praktijk.
Sporthal Zeeburg is voor hen meer dan een zaal met lijnen op de vloer. Het is een plek waar kinderen sporten, ouders wachten, vrijwilligers elkaar vinden en teams samen verenigingscultuur opbouwen. Juist die functie ontbreekt nu.





