Nieuwe leden van de stadsdeelcommissie spraken op 4 mei tijdens de herdenking van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Noor Jaarsma van D66 in Betondorp, Jesse Beek van PRO Oost bij het monument voor Keesje Brijde en Marius Ceulen van D66 sprak in de Hofkerk.
Arei Martijn Schenk
Meer dan driehonderd bezoekers bij Keesje Brijdeplantsoen
Rob van Zanten organiseert de bijeenkomst bij het Keesje Brijdeplantsoen. Hij kijkt terug op een mooie herdenking. ‘Ik doe dit nu al zo’n vijftien, zestien jaar, denk ik,’ zegt Van Zanten. ‘In het begin kwamen er dertig bezoekers. Nu meer dan driehonderd, jong en oud.’
De herdenking op Sporenburg draait niet alleen om het moment op 4 mei zelf. Van Zanten werkt samen met scholen uit de buurt. Leerlingen schrijven gedichten en verhalen bij monumenten in het Oostelijk Havengebied. Samen bezoeken zij die plekken. De verhalen en bezoeken komen in filmpjes terug op de website over het monument.
Bijzonder noemt Van Zanten de jaarlijkse bijdrage van de neef van Keesje Brijde, inmiddels in de negentig. ‘Hij vertelt elk jaar een verhaal. Dat is indrukwekkend.’
Jesse Beek over kinderen in oorlogstijd
Jesse Beek sprak namens PRO Amsterdam bij het monument voor Keesje Brijde. In zijn toespraak stond hij stil bij Keesje, maar ook bij andere kinderen die de oorlog niet overleefden of er de rest van hun leven littekens aan overhielden.
‘Door zijn naam te blijven noemen, door zijn verhaal te blijven vertellen, en door jullie gedichten, eren we niet alleen hem, maar alle kinderen die de oorlog niet overleefden en alle kinderen die de oorlog wél overleefden, maar de littekens hun leven lang meedroegen,’ zei Beek.
Na afloop noemde Beek het een grote eer om als stadsdeelcommissielid deel uit te maken van de herdenking. Ook de ontmoeting met een neef van Keesje maakte indruk op hem.
Beek vertelde in zijn toespraak ook over zijn oma. Zij maakte, net als Keesje, de Hongerwinter mee en ging in 1945 met de kinderevacuaties naar het noorden van Nederland. Voor Beek gaat dat verhaal niet alleen over het leed van kinderen in oorlogstijd, maar ook over mensen die anderen hielpen toen zij vluchtten voor oorlog en honger. ‘Achter elk verhaal van een kind dat toen gered is, staan mensen die niet wegkeken maar kozen om te helpen,’ aldus Beek.
‘Dat sloot heel erg aan bij onze herdenking’
Van Zanten vond de persoonlijke lijn in de toespraak van Beek passend bij de bijeenkomst op Sporenburg. ‘Speciaal dat Jesse Beek ook over zijn eigen oma vertelde, die ook een herdenking organiseerde. Dat sloot heel erg aan bij onze herdenking.’
Ook de betrokkenheid van kinderen uit het Oostelijk Havengebied gaf de bijeenkomst extra betekenis. Beek sprak zijn waardering uit voor Elinor van basisschool De Achthoek, die een gedicht schreef en voordroeg. Na afloop bleven veel bezoekers nog even napraten bij koffie en thee.
Betondorp herdenkt 229 Joodse buurtbewoners
In Betondorp stond de herdenking in het teken van de 229 Joodse bewoners uit de buurt die tijdens de Tweede Wereldoorlog uit het leven verdwenen: 94 mannen, 99 vrouwen en 36 kinderen. Het jongste slachtoffer was 6 jaar, het oudste 82 jaar.
Noor Jaarsma van D66 Oost noemde in haar toespraak drie jonge meisjes uit de buurt: Clara Vegt, Anna Kater en Mina Springer. Zij woonden in de Veeteeltstraat, op huisnummers 72, 53 en 68. Alle drie schreven zij een gedicht in het poëziealbum van Louise Bruins, een ander meisje uit de buurt. Die gedichten kwamen jaren later via de dochter van Louise in het digitale Namenmonument terecht. ‘Clara, Mina en Anna zijn geen cijfers uit de geschiedenis,’ zei Jaarsma. ‘Zij waren meisjes uit deze buurt. Met een naam, een adres en een handschrift in een poëziealbum.’
Kinderen poetsen Stolpersteine
Organisator Tanja Oosterbaan ziet de herdenking in Betondorp groeien. ‘Het was mooi. Er komen steeds meer mensen op af. Van een klein groepje groeit de groep in Betondorp die komt herdenken steeds verder’, zegt zij. ‘Ook veel jonge mensen.’
Kinderen speelden dit jaar een duidelijke rol. Zij poetsten Stolpersteine, maakten verhalen en gedichten en volgden een workshop. Een aantal gedichten stond afgedrukt op borden op de Brink. ‘Alles kwam bij elkaar’, zegt Oosterbaan. ‘Twee kinderen lazen het voor, zo mooi. Heel erg knap.’
Saamhorigheid in de buurt
Volgens Oosterbaan groeit ook de inbreng vanuit Betondorp zelf. De krans bestond uit bloemen uit de buurt. Muziek kwam van Betondorpers. Ook dat paste bij de manier waarop de herdenking steeds meer vanuit de buurt zelf vorm krijgt. ‘Steeds meer bewoners van Betondorp pakken dit zelf op’, zegt Oosterbaan. ‘Er ontstaat steeds meer gevoel van saamhorigheid. Dat zie je ook op 4 mei.’
De toespraak van Jaarsma maakte indruk op haar. ‘Een prachtige speech van Noor en muziek van Betondorpers maakten het een waardevolle avond’, zegt Oosterbaan.
Herdenking in de Hofkerk
In de Hofkerk kwamen ongeveer 150 mensen samen. Namens de stadsdeelcommissie sprak Marius Ceulen van D66. Hij stond stil bij de vraag hoe de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend blijft nu steeds minder ooggetuigen hun verhaal kunnen vertellen. Daarbij verwees hij naar Ondergang van Jacques Presser, waarin zichtbaar wordt hoe de vervolging van Joodse Nederlanders begon met ogenschijnlijk administratieve maatregelen en stap voor stap leidde tot uitsluiting en vernietiging.
Ceulen waarschuwde ook voor geschiedvervalsing, onder meer door met AI gemaakte beelden die de werkelijkheid van concentratiekampen vertekenen. Volgens hem krijgt de tekst ‘wij zullen nooit vergeten’ daardoor een nieuwe betekenis voor generaties die de oorlog niet zelf meemaakten: zij mogen niet vergeten. Met een gedicht van Gerard Reve, die om de hoek in Betondorp opgroeide, legde Ceulen de nadruk op luisteren, openstaan voor andersdenkenden en het blijven voeren van gesprek. Vrijheid vraagt volgens hem om voortdurende inzet: tegen onwaarheid, tegen uitsluiting en tegen discriminatie.
Herdenken dicht bij huis
De herdenkingen lieten zien hoe de oorlogsgeschiedenis in Oost dicht bij huis blijft. In Betondorp via de namen, adressen en verhalen van Joodse buurtbewoners. Op Sporenburg via het verhaal van Keesje Brijde, de herinneringen van zijn neef en de bijdragen van kinderen uit de buurt. Juist die lokale betrokkenheid geeft de bijeenkomsten kracht. Herdenken gebeurt niet alleen bij grote monumenten, maar ook op pleinen, straten en plantsoenen waar buurtbewoners elkaar kennen en nieuwe generaties de verhalen doorgeven.






