Natuurlijk benader ik mijn buurman Siep Stuurman (79) als eerste voor deze aflevering van de estafetteserie. Door hem kwam ik op het idee. Als buurtgenoten Siep niet kennen vertel ik trots dat hij hoogleraar ideeëngeschiedenis (met emeritaat) is en dat hij van alle 10.000 boeken in zijn huis precies weet wat er op welke pagina staat. Ik weet zeker dat online zoekmachines zijn ontwikkeld met de werking van zijn brein als voorbeeld. Siep weet namelijk alles van alles. Daar is hij het niet mee eens: ‘Ik weet niet bijna alles Doret, je moet niet overdrijven, het meeste weet ik niet.’
Doret van der Sloot
Ken uw Oosterbuur is een nieuwe estafetteserie met als doel onze ‘Oosterburen’, buurtgenoten uit Amsterdam-Oost, beter te leren kennen. Aan het eind van iedere aflevering krijgt Doret van der Sloot van de geïnterviewde een nieuwe naam en vraag voor de volgende maandag van de maand.
Siep loopt de krakende trap op naar zijn warme werkkamer. De muren zijn van boven tot onder gevuld met boeken. Boeken over politiek, geschiedenis, politieke geschiedenis. Boeken van filosofen, bekend, onbekend. Boeken over het ontstaan van de aarde en boeken over het ontstaan van de mensheid, ook van eigen hand.
Ik stel hem mijn vraag: ‘Wat betekenen woorden voor jou?’ Siep denkt na en steekt van wal: ‘Het antwoord op die vraag is in het geheel niet eenvoudig. Woorden op zichzelf betekenen namelijk niet zoveel. Ze krijgen pas betekenis in de context waarbinnen ze worden gebruikt. Zo leerde ik lezen doordat ik gek was op landkaarten. In die tijd waren er nog geen computers, mijn ouders hadden geen tv en dus bladerde ik eindeloos door de Bosatlas. Eerst zocht ik op waar we zelf woonden, de Mussenstraat in Hengelo.
‘Daarna leerde ik dat dat in de streek Twente, provincie Overijssel lag en dat alle provincies samen Nederland vormden. Nederland bleek onderdeel van Europa, door de continenten te bestuderen begreep ik dat we op een wereldbol leven en dat deze in het heelal hangt. Ik was 7-8 jaar, blij dat ik wist waar ik was en totaal gefascineerd door ver weg en vreemd. Vanuit mijn kamer maakte ik mijn eerste reizen door ruimte en tijd. Mijn interesse in hoe de aarde in elkaar zit leerde me al vroeg lezen, woorden gaven me vervolgens de mogelijkheid om te praten over de wereld om mij heen. In essentie is er eigenlijk niets veranderd, wij mensen hebben woorden nodig.’
‘Iedere tijd en ruimte heeft zijn eigen vocabulaire. Ik was 22, studeerde wis- en natuurkunde en na 4 jaar Leiden veranderde ik van stad en studie. Mijn verlangen naar ‘andere’ verhalen, over hoe samenlevingen tot stand kwamen en functioneerden, leidden me naar de Universiteit van Amsterdam. Ik ging politieke wetenschappen en moderne geschiedenis studeren en al snel raakte ik in de ban van Karl Marx, een van de grondleggers van het socialisme. Door zijn geschriften te bestuderen begonnen dingen in elkaar te passen, kreeg ik een beeld over hoe acties van mensen onze geschiedenissen vormgeven.
‘Daar ontdekte ik ook dat je het geschreven woord kunt gebruiken om stelling te nemen, oppositie te voeren. Zo vond ik dat ons in de collegebanken een veel te eenzijdig beeld werd voorgeschoteld, want waarom leerden we niets over de andere kant van de geschiedenis? En waarom werd er zo weinig naar verschillende groepen binnen onze eigen samenleving geluisterd? Ik verzamelde argumenten en schreef mijn eerste kritische stuk dat direct werd geplaatst door het Algemeen Handelsblad. Ik ontdekte hoe heerlijk het is om te worden meegesleept door de logica van het eigen verhaal en rond mijn dertigste verscheen mijn eerste boek. Het was een 400 pagina’s tellende inleiding in de marxistische politieke theorie, want die was er toen nog niet.’
‘Als telg uit een rechts VVD-nest ontwikkelde ik me tot in de voorhoede van het Amsterdams linkse bolwerk. Mijn generatie- en studiegenoten stonden zeer kritisch tegenover de vorige generatie. Men dacht dat ongelijkheid vanzelf sprak, en dus de norm was. Dat politici in die tijd steeds vaker het woord gelijkheid gingen gebruiken was niet genoeg voor mij. Ik schreef kritisch over de ontwikkelingen in de samenleving, deed onderzoek, doceerde en bedacht het woord ‘moderne gelijkheid’. Hierbij ging het over mensenrechten, ook voor vrouwen. Natuurlijk had die ontwikkeling ook te maken met het feit dat ik dolverliefd was op Selma Leijdesdorff, Dolle Mina van het eerste uur, historicus, hoogleraar, bevlogen onderzoeker en grondlegger van de mondelinge geschiedschrijving (“oral histoy”).’
‘Selma is afgelopen oktober overleden, we zijn 55 jaar samen geweest. Onze gesprekken gingen altijd over hoe de wereld ervoor stond, als hoogleraren leefden we voor de wetenschap. Samen hebben we heel veel woorden geschreven en nu ben ik mijn elfde boek aan het schrijven: ‘Why rich people always want more’.
‘Het antwoord op je vraag ligt in de betekenis die woorden voor de mensheid hebben. Intussen weet ik dat teksten belangrijker zijn dan de auteur en interpretaties belangrijker zijn dan teksten. Uiteindelijk gaat het erom wat mensen met woorden doen. Natuurlijk hoop ik dat mijn woorden een steentje bijdragen aan een betere wereld, want dat is de context waarin ik leef.’
De eerste maandag van februari leest u hier het antwoord van Marijke de Waal op de vraag van Siep: ‘Waarom vind jij boeken belangrijk?’






