Historicus Erik Somers (1958) schreef samen met collega-historicus René Kok meer dan vijftig geschiedkundige boeken en publicaties. Bij hun pensionering in april 2025 kregen beide wetenschappers uit handen van wethouder Moorman de Andreaspenning, een gemeentelijke onderscheiding voor personen met grote verdiensten op sociaal, cultureel, maatschappelijk of economisch gebied.      

Bekend in Oost en ver daarbuiten

Ties van Dijk

Somers, geboren en getogen in Oost, blikt in dit interview terug op een kleurrijke loopbaan die hem over de hele wereld bracht. Maar zijn interesse voor geschiedenis is net zo geworteld in Oost als Somers zelf. Het monumentje voor Kees Brijde, de dertienjarige jongen die in de Hongerwinter, in de Rietlanden op zoek naar kolen, werd doodgeschoten door de Duitsers, legde mede de basis voor zijn historische belangstelling.

Een gesprek met Erik Somers over zijn jeugd, over Ajax en over de krachtige rol van beelden voor de geschiedschrijving.

Katholieke jeugd
Somers bewaart levendige herinneringen aan zijn katholieke jeugd in de Watergraafsmeer: op woensdagmorgen vanuit school naar de kindermis in de Hofkerk, met het hele gezin op zondag naar de kerk van de Heilige Familie in Betondorp waar hij misdienaar was. Op het Fons Vitae in Zuid, waar Somers daarna belandde, gaven nonnen nog les.

Erik Somers gezien door de schoolfotograaf

Maar religie was aan Erik Somers niet besteed, vertelt hij. ‘Als middelste van de vijf kinderen nam ik afstand van het geloof. Mijn ouders hadden daar wel moeite mee, maar ze accepteerden het. Mijn vader stemde altijd KVP en liet dat in aanloop naar de verkiezingen graag zien: dan hing hij een KVP-affiche achter het voorraam aan de straatkant.’
‘Op mijn beurt hing ik recalcitrant een PvdA-affiche achter het raam van het tuinhuis, dat inmiddels mijn slaapkamer was. De enigen die het zagen waren trouwens mijn ouders en de directe buren. Maar het ging mij om het gebaar.’

Ajax om de hoek
Wie in die tijd in de Watergraafsmeer opgroeide, werd groot met Ajax. Zo ook Erik Somers.

De Kruislaan, toen bij Ajax om de Hoek

‘We woonden bij Ajax om de hoek en doordeweeks ging ik na school vaak bij de trainingen kijken’, vertelt hij. ‘Dat was in de tijd van mijn helden Cruijff, Hulshof, Keizer, Krol en Mühren. ‘s Zondags ging ik in mijn eentje naar de thuiswedstrijden. Het was soms haasten om op tijd vanuit de kerk bij het stadion te zijn. Ik zorgde dat ik ruim voor twaalven in De Meer was. Je kocht toen een jongenskaartje voor de staantribune voor vijftig cent, later werd dat een gulden. Ik zag de Ajax-fans en de aanhang van de tegenstander het stadion binnenkomen in afwachting van de spelers die het veld op kwamen. Dat waren magische momenten. Als Ajax bij de toss won en als eerste mocht kiezen, speelden ze de eerste helft met eigen doel aan de stadszijde. Daarom stond ik zelf altijd aan de overkant aan de Diemerzijde. Immers, het aanvallende Ajax speelde altijd op de helft van de tegenstander en hier kon je hun doelpunten het best zien. In de rust snelde ik dan naar de stadszijde.

‘Ik tenniste toen bij VVGA’, vertelt Somers gedreven verder. ‘VVGA was toen al lang geen vereniging meer voor ambtenaren, er voetbalden en tennisten mensen met allerlei beroepen. Ook spelers van Ajax kwamen via de plank over de sloot naar VVGA om een kaartje te leggen en koffie te drinken bij de vrouw van Bobby Haarms, destijds trainer van Ajax. Zij beheerde de kantine. Sommige van die jongens zaten in een flatje in Diemen en verveelden zich daar te pletter. Voetballers als Arnesen, Keizer, Krol en Lerby konden trouwens best goed tennissen. Techniek hadden ze niet, maar wél balgevoel, loopvermogen, lef en een goede timing. Ik heb later eens gedubbeld tegen Piet Keizer, die kon absoluut niet tegen zijn verlies, dan werd hij meteen narrig’, herinnert Somers zich geamuseerd.

Het Ajax-oeuvre van Erik Somers

         Als historicus en Ajax-fan heeft Somers, eveneens met collega René Kok, enkele publicaties over Ajax geschreven: een losbladig verzamelwerk, getiteld ‘Ajax de Complete Werken’ en twee salontafelboeken over Ajax.

Beeld en geschiedschrijving
Maar de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, en met name Amsterdam, is de kern van Somers’ werk als historicus. De kracht van het beeld is daarin een terugkerende thema. Na zijn studie geschiedenis aan de GU, de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam, de huidige UvA, zette hij als werkstudent bij het toenmalige RIOD het fotoarchief op. Daar ontdekte hij hoe groot de betekenis van beeld is voor geschiedschrijving. Het RIOD, (Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie) is de voorloper van het huidige NIOD, Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies.

Bezoek van Koning Willem-Alexander aan het NIOD met een boek van Somers en Kok onder de arm

‘Ik had een werkplek die menig geschiedenisstudent na zijn afstuderen zou ambiëren’, vertelt Somers, ‘Ik ben er dan ook niet meer weggegaan. René Kok en ik publiceerden voor het eerst de foto’s van massa-executies door Nederlandse militairen: gevangenen die levend in beeld waren gebracht, en opnieuw nadat ze waren doodgeschoten. Met die wetenschap hebben wij de oorlog in Nederlands-Indië heel bewust betiteld als ‘koloniale oorlog’.  Tot dan toe werd er altijd eufemistisch gesproken over ‘politionele acties’. Dat viel bij veel veteranen slecht; zij hadden het gevoel als oorlogsmisdadigers te worden afgeschilderd. Maar de beelden logen niet.’

Somers werkte ook als samensteller van diverse historische tentoonstellingen en raakte zo nauw betrokken bij Nederlandse herinneringscentra en musea over de Tweede Wereldoorlog: van het Verzetsmuseum Amsterdam en het Oorlogsmuseum Overloon tot het Anne Frankhuis en het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Die tentoonstellingen waren niet alleen in Nederland te zien, maar hebben ook gereisd naar Duitsland, De Verenigde Staten, Canada en Japan.

René Kok, burgemeester Femke Halsema en Erik Somers met de meest recente boekuitgave

‘Die ervaringen kwamen goed van pas in mijn promotieonderzoek, dat ging over de dynamiek van herinnering’, blikt Somers terug. ‘Het resulteerde in De Oorlog in het Museum, een studie over de vraag hoe we ons de Tweede Wereldoorlog herinneren. En hoe die herinnering in de loop der jaren in musea is verbeeld.’

         ‘Als ik één moment moet aanwijzen dat bepalend was voor hoe ik met die zwaarbeladen geschiedenis leerde omgaan, dan was dat het jaar 1986. In dat jaar stichtten mijn vrouw en ik ons gezin en maakte ik een beladen reis naar Auschwitz, samen met kampoverlevenden en -nabestaanden. Het was een heftige ervaring, niet alleen door wat ik daar zag, maar vooral door de aangrijpende getuigenissen van de overlevenden. Die reis vormde voor mij een keerpunt. Daarna had ik het gevoel dat ik alles aankon en voelde ik de noodzaak om mij blijvend in te zetten voor onderzoek naar geschiedenis met relevantie voor het hier-en-nu. Wat mij daarbij enorm stimuleerde, was de veerkracht, het doorzettingsvermogen en – ja – ook de geldingsdrang van de overlevenden.’

Deadlines
Sinds zijn pensionering wordt Erik Somers nog voortdurend gevraagd voor lezingen en advies. Ook schrijven blijft hij doen, maar vanaf nu wel zonder deadlines.
‘Ik hoop ooit nog eens een historische roman te schrijven’, vervolgt hij energiek, ‘maar tegen onze uitgever hebben we wel gezegd: ‘geen opgelegde deadlines meer.’

Meer bekenden uit Oost