‘Ja, er komt eigenlijk toch heel wat bij kijken voor je een marionet tot leven kunt wekken. En om daar aansprekend theater mee te maken, begeleid door klassieke muziek.’ Zakelijk en artistiek leider en poppenspeler van het Amsterdamse Marionettentheater Frederieke Cannegieter klinkt verbaasd over haar eigen conclusie als we ons gesprek afsluiten. Terwijl ze toch al decennia in de wereld van het marionettentheater vertoeft.
Henny Reubsaet
Ze heeft me net een uur lang rondgeleid in het theater, dat over een eigen houtsnij-atelier beschikt. Een unicum voor Nederland. Het theater zelf, een voormalige smederij bij de Nieuwmarkt, is een knusse ruimte met een groot toneel en een gezellige bar. Aan de muur hangt een vitrine waarin ongeveer twintig hoofden te zien zijn. Een echte blikvanger.
Kin, wang of bovenlip
‘Dit zijn hoofden van klei’, legt Frederieke uit. ‘De oprichter van het theater, Hendrik Bonneur, is ook ontwerper en hij laat zich voor het ontwerpen van de personages regelmatig inspireren door mensen die hij ontmoet. Hij vraagt hen om te poseren en haalt er dan een karakteristieke kin, wang of bovenlip vandaan. Een beeldhouwer vervaardigt vervolgens het ontwerp in klei, zodat het nog gemakkelijk te corrigeren valt voordat het in hout wordt uitgevoerd.’
Ook de lijfjes kennen elk hun eigen ontwerp. Bij het snijden van dat ontwerp wordt zorgvuldig gelet op verhoudingen en balans, handen, voeten, lengte. Je kunt een adellijke dame niet als een bouwvakker laten bewegen tenslotte. ‘Iedere beeldhouwer, houtsnijder, rekwisiteur en kostuummaker die voor het Marionettentheater werkt heeft zijn eigen specialisme’, vertelt Frederieke verder. ‘Ook veel jongeren zijn tegenwoordig gelukkig weer geïnteresseerd in ambacht en authenticiteit. Nu beschikken we over een heel divers team, jong en oud.’
Marionetten stemmen
Als ze de rode toneelgordijnen openmaakt, kan ik Papageno en prinses Pamina bewonderen. Ze staan klaar voor de grote repetitie die deze avond is ingeroosterd van De Toverfluit, de voorstelling die ze vanaf 5 oktober gaan spelen. Beide marionetten hebben een prachtig geborduurd kostuum aan. ‘Zelfs borduren is tegenwoordig weer in’, lacht Frederieke.
Ik word voorgesteld aan medewerkster Gitte, die net Pamina komt ophalen. ‘Gitte is onze touwtjestovenaar’, licht Frederieke toe. ‘Marionetten moeten net als een viool goed gestemd worden, daar moet je echt gevoel voor hebben, en Gitte kan dat als geen ander. Elke marionet beschikt over zo’n twaalf touwtjes, sommige hebben er nog meer, afhankelijk van wat ze allemaal moeten doen.’ Gitte hoort het glimlachend aan, maar gaat onverstoorbaar door met haar werk. De acteurs bij het Marionettentheater zijn nooit ziek, komen nooit te laat en zijn nooit humeurig, maar er mag ook geen schroefje bij hen los zitten natuurlijk. De poppen moeten vanavond op tijd op orde zijn.
Het theater heeft De Toverfluit al eerder opgevoerd, maar er zijn altijd actuele zaken waardoor ze dingen moeten veranderen. Mensen leggen accenten nu anders of sommige woorden kunnen niet meer. Maar de verhalen van hun producties zijn altijd tijdloos, hoor ik, die hoeven niet verbeterd.
Een handje voor Mimoun
Het houtsnij-atelier is boven en ik kijk mijn ogen uit. Alleen al de hoeveelheid gereedschap om het hout te bewerken, het hout zelf en de vele laatjes met schroefjes en boutjes zijn indrukwekkend. ‘We werken circulair, er wordt niet veel weggegooid.’ Maar uiteraard stelen de producten van het atelier de show. Behalve de fantastisch geklede marionetten zijn er ook bewegende rekwisieten te bewonderen. Een zeilschip, een koets, vogels. Ik zie struikgewas dat net echt is, waaruit bloemen kunnen groeien. Alles is heel gedetailleerd gemaakt en prachtig afgewerkt. Handwerk dat met veel liefde is gemaakt, dat is duidelijk. Ook de houten dieren hebben hun eigen persoonlijkheid.
Houtsnijder Paul is net bezig om een handje uit een blokje hout te snijden. Het stuk hout lijkt me eerst veel te groot voor pop Mimoun, een marionet met een Amerikaans college jasje aan, maar als hij het naast het andere handje houdt, blijkt het precies even groot. Dat komt omdat het in 3D gesneden moet worden, licht hij toe.
Huilende maagd Maria
Het marionettentheater bestaat nu veertig jaar, hoe en waarom begin je zo’n onderneming? De oprichter van het marionettentheater, Hendrik Bonneur, blijkt ook druk aan het werk in het atelier, maar gelukkig neemt hij toch even de tijd om die vraag te beantwoorden. Hij voert me terug naar zijn jeugd in Heerlen, waar hij als tienjarig jongetje een voorstelling ziet van een reizend marionettentheater uit Salzburg. Hij raakt gefascineerd door de poppen en de muziek en mag achter de coulissen kijken.
‘Maar misschien is mijn liefde voor poppentheater al eerder begonnen, in de kerk’, vertelt hij lachend. ‘Bij de communiefeesten in mei kwam monseigneur Lemmens altijd naar onze kerk en dan was het houten Mariabeeld prachtig versierd met een enorme hoeveelheid bloemen. Tijdens zijn preek wees hij dan theatraal naar het beeld en dan klonk het “Kijk, hoe Maria weent om alle ellende in de wereld.” Iedereen zag dan een traan over haar wang rollen. Prachtig vond ik dat. Als misdienaar had ik gezien dat er naast Maria een emmertje stond met een slangetje naar het beeld en dat de koster precies op tijd het pompje aan had gezet. Maar het blijft gewoon magisch als een dood voorwerp, een stuk hout eigenlijk, tot leven komt, dat werkt bij mensen op hun verbeelding. De fantasie van mensen prikkelen, heerlijk vind ik dat!’
Waarna hij zich verontschuldigt dat hij weer snel aan het werk moet. Ook bij een repetitie moet alles op tijd klaar zijn. ‘Daardoor ben ik als regisseur grijs geworden’, zegt hij, weer lachend. ‘Ongeacht wat er allemaal gebeurt of misgaat op een dag, als de voorstelling gaat beginnen, moet alles perfect in orde zijn.’

Check www.marionettentheater.nl
















