De Nieuwe Ooster is niet alleen een van Nederlands mooiste (vind ik) begraafplaatsen, maar is ook een prachtig arboretum. Arbor is Latijn voor boom, vandaar. In Oost staan meer dan duizend verschillende boomsoorten! Dat is uniek voor ons land. Er is net een nieuwe wandeling afgerond. Voor een mooie nazomer- of al-bijna-herfst-wandeling.

Anne-Mariken Raukema

Alle vakken hebben nummers, die op de hoeken met bordjes of stenen staan aangegeven. Oost-online ging alvast kijken en was onder de indruk wat twee cursisten (Marie-Katrien en Kees) die de dendrologische (bomen)basiscursus van Johan Mullenders volgden, samenstelden. Het is een soort introductie voor beginnende bomenkenners en -liefhebbers.

Het fijne van het Amsterdamse arboretum is dat veel van de bomen een bordje hebben met daarop de naam, in het Nederlands en Latijn. Toen het arboretum een paar jaar geleden zelfstandig werd, heeft het bestuur niet voor niets gekozen voor het ginkgoblad als logo. Niet alleen zijn de vele vrijwilligers herkenbaar aan hun groene T-shirt of fleecevest met dit blad op de rug, maar het verwijst ook naar de boom (de biloba) die als enige van het geslacht Ginkgo nog bestaat. Er zijn fossielen gevonden van ruim 270 miljoen jaar oud, en dan te weten dat wij hier nog maar 300 à 350.000 jaar rondlopen.

De paden op, de lanen in

De wandeling begint bij de ingang aan de Kruislaan. Als je met de auto komt en je parkeert die (gratis) op de grote parkeerplaats aan de Rozenburglaan, volg dan de bordjes Aula om bij de ingang aan de Kruislaan te komen.

Loop linksaf het park in en direct valt links een grote Treurberk op (Betula pendula ‘Tristis’). Veel berkensoorten hebben een witte schors. Het blad is klein en driehoekig met een getande rand.

Als je doorloopt, dan staat voorbij de portierswoning een Japanse notenboom (Ginkgo biloba), een levend fossiel. Dit is een mannelijke boom met een katjesachtige bloeiwijze. Het blad heeft kenmerkende inkepingen. De nerven waaieren uit vanuit de bladbasis. In de herfst worden de bladeren felgeel.

Als je verder loopt, dan zie je links op de punt van vak 4 een oude monumentale kers, de Weichselboom (Prunus mahaleb). In de lente herken je kersen aan hun uitbundige bloei. Ze bloeien kort, waardoor de bloemen extra opvallen. De schors is vaak roodbruin en heeft veel horizontale lenticellen (huidmondjes). Vervolg het pad.

Aan de linkerkant, op de andere hoek van vak 4, staat een enorme Noorse esdoorn (Acer platanoides). Deze herken je aan het handvormige blad, dat we kennen van de Canadese vlag. Japanse esdoorns zijn geliefd vanwege hun fijne blad in mooie (herfst)kleuren. De zaadjes van de esdoorn worden helikoptertjes genoemd.

De wandeling op dit deel komt nog langs de spar, de den, de meidoorn en de iep – geen meer Amsterdamse boom dan de iep! In het voorjaar geeft deze de kenmerkende iepensneeuw.

Ach, die plataan

Voor platanen heb ik een zwak. Platanenlanen geven me meteen een Mediterraan gevoel.

Meteen in vak 1 staat een grote Esdoornbladige plataan (Platanus x hispanica). Het blad is handvormig, maar net wat bleker aan de onderkant dan dat van de esdoorn. Kenmerkend is de schors, met zijn vlekken. En de vruchten: rond en blijven ‘s winters aan de boom hangen, als bitterballen.

Op de hoek van vak 7 staat een haagbeuk (Carpinus betulus). Hoewel ik het verhaal van de beuk, de haagbeuk en beukenhaag al zeker tien keer heb gehoord, het beklijft bij mij niet. Want de haagbeuk is geen beuk! De stam is weliswaar glad, maar ‘gespierd’. De vruchten hangen in trossen. Van beuken worden ook hagen gemaakt. ‘s Winters zie je het verschil tussen een haagbeuk en een beuk aan de knoppen – die van de haagbeuk liggen als een sikkel langs de tak – die van de beuk zijn lang en spits en staan stekelig op de tak. Het blad van de haagbeuk is ruwer dan dat van de beuk en de randen zijn scherp en dubbelgezaagd (kleine tandjes). Misschien blijft het nu hangen…

Vleugelnoot

Wie de wandeling vervolgt, leert en leest over de eik en de (bijzondere!) vleugelnoot. De monumentale Kaukasische vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia) (foto) is een boom als uit een sprookje. De bladeren zijn groot en geveerd, de bloemen zijn hangende katjes en de gevleugelde noten zitten in lange, slanke, hangende trossen.

Daarna passeren we de tamme kastanje en de beuk; muizen en eekhoorns zijn dol op hun nootjes. Ook op de linde ben ik dol. Els staat er al heel lang, niet te verwarren met de es. In ons steeds warmer wordende klimaat gedijt de olijf ook steeds beter.

De populier is misschien wel de meest beeldbepalende boom van De Nieuwe Ooster. Immers, langs de ‘laan naar de hemel’ staan tientallen Italiaanse populieren (Populus nigra ‘Italica’). Van een ander kaliber is de mammoetboom (Sequoiadendron giganteum), die oorspronkelijk uit Californië in Noord-Amerika komt, waar hij wel 100 meter hoog kan worden. De route volgt langs de trouwe paardenkastanje, die het de laatste jaren hard te verduren heeft, maar op De Nieuwe Ooster goed wordt verzorgd.

Monumentaal

Wie weleens op De Nieuwe Ooster komt, kan zien dat er veel oude, dikke bomen staan. Langs het pad dat midden over vak 13 gaat, staan indrukwekkende, oude beuken. Verderop staan mooie eiken en een linde. Geen begraafplaats zonder treurwilgen (Salix sepulcralis ‘Chrysocoma’). Deze staan buiten de begraafplaats, aan de waterkant.

Hoewel sommigen moeite hebben met het bezoeken van een laatste rustplaats, is De Nieuwe Ooster voor mij een van de mooiste Amsterdamse stads- en bomenparken. Er liggen graven, maar nergens meer tijd voor contemplatie en bezinning dan daar.

Een- of tweehuizig

Sommige boomsoorten planten zich voort via de wind – het stuifmeel vliegt van de ene bloem naar de andere. Andere soorten hebben insecten nodig die het stuifmeel van de ene bloem overbrengen naar een andere bloem. Wie in het voorjaar over het arboretum wandelt, kan dit zien. Je ziet katjes hangen (stuifmeeldraden) – wat ook bloemen zijn. Eenslachtige bomen hebben aparte mannelijke en vrouwelijke bloemen. En die kunnen op hun beurt weer aan een en dezelfde boom groeien – eenhuizige boom – of aan verschillende. Dan spreek je van tweehuizige bomen. Net mensen.

Bladeren en vruchten

Bomen zijn vaak te herkennen aan de vorm van het blad. Coniferen (dennen en sparren) kunnen naalden hebben of schubben (cipressen of de Westerse levensboom). De vorm van bladeren loopt zeer uiteen: van driehoekig, hartvormig, eirond tot handvormig. ’s Winters zie je vaak nog bruin blad onder de boom liggen en kun je ze alsnog daaraan herkennen.

’s Zomers laat een boom zich goed herkennen aan de vruchten. Dat kunnen eetbare zijn (kersen, appels, peren en bessen), maar ook harde noten (eikels en beukennootjes) of afgeplatte peulen (helikoptertjes van de esdoorn), of kegels in naaldbomen en coniferen. Vruchten beschermen de zaden van de boom – denk maar aan de appel – en maken de verspreiding van zaden makkelijker. Uit een zaadje kan weer een nieuwe boom groeien.

De hele wandeling is vanaf maandag 21 september te downloaden op denieuweoosterbomenpark.nl. Soms liggen er ook gedrukte exemplaren in een van de informatiebakjes op De Nieuwe Ooster.

Vorig artikelSamen aan tafel bij De Oogstkeukens
Volgend artikelKracht van Oost is ook groen