Als filmliefhebber en houder van een Cineville-pas zit ik al jaren minstens vier keer per maand in een filmhuis. Het geluid bij de meeste films trekt daarbij nauwelijks mijn aandacht. En terwijl de aftiteling nog draait loop ik net als de meeste andere bioscoopgangers vaak al naar buiten voordat de naam van de verantwoordelijke voor het geluid in beeld komt. Soms is dat de naam van Paul Gies, een medebewoner in de flat waar ik woon.
Fokko Kuik interviewt bekende en minder bekende, oude en nieuwe ondernemers in Oost. Anja van Mil maakte de foto’s
Tijdens een VVE-borrel had hij me wel eens wat verteld over het werk dat hij al jaren doet: geluidsnabewerking voor speelfilms, documentaires en Tv-drama. Tijd om eens langs te gaan bij zijn studio in de Indische Buurt.
Paul (1957), geboren en getogen in West was al als kind gefascineerd door de techniek achter films. Als 12-jarige gaf hij voorstellingen voor buurtkinderen met een eenvoudige projector waarmee hij onder andere Donald Duck- en Laurel & Hardy-filmpjes kon vertonen. Toen er op zijn middelbare school ook nog een enthousiaste tekenleraar was die filmkunde gaf, stond zijn toekomst helemaal vast: iets met film, zonder twijfel.
Mede op basis van zelfgemaakte super-8-filmpjes werd hij toegelaten op de Nederlandse Filmacademie. Na een oriënterend propedeuse jaar, waarin je kennismaakt met alle aspecten van het filmmaken, koos hij voor het vak geluid. ‘Al tijdens de studie sta je dan regelmatig op een set voor opnames van Tv-programma’s, speelfilms en documentaires’ vertelt Paul me in zijn studio. ‘Zo was ik onder andere bij de allereerste opnames van het populaire programma Klokhuis, dat nog steeds bestaat’.
‘Na een paar jaar in de praktijk begon ik me te ergeren aan de toen steeds zwaarder wordende opnameapparatuur en kreeg ik de kans om me in een gespecialiseerde studio in Hilversum te bekwamen in de nabewerking van geluid’, zegt Paul. Hij werkte er zes jaar in vaste dienst, waarin het geluid bij soap series (onder andere Goede Tijden, Slechte Tijden) meer en meer de overhand kreeg. ‘We moesten in één dag het geluid voor vijf afleveringen verzorgen met achter mij de componist die live de muziek inspeelde,’ vertelt Paul.
Hij besloot samen met een vriend/collega als zelfstandige verder te gaan op jacht naar de voor hem wat meer ‘serieuze’ opdrachten. Eerst nog vanuit huis en vervolgens, sinds 1998 in de studio in de Indische Buurt. Inmiddels werkt hij daar nu al ruim 20 jaar samen met kompaan Marc Lizier (1979) die naast geluidstechnicus ook componist van filmmuziek is. Samen zijn ze eigenaar van het bedrijf Klink Audio Post Productie. Op IMBD, de bekende internationale filmwebsite, vind je talloze titels van filmproducties waarvoor zij de geluidsnabewerking hebben verzorgd.
Wat dat inhoudt laat Paul me zien aan de hand van een aantal scenes uit een Deense Tv-serie, waaraan ze momenteel werken. Achter een indrukwekkend mengpaneel en een even imponerend cinema scherm laat Paul me zien en vooral ook horen hoe hij bijvoorbeeld achtergrondgeluiden kan toevoegen en dialogen kan verduidelijken ten opzichte van het basismateriaal dat ze aangeleverd hebben gekregen.
Qua techniek is het geluidsvak enorm gegroeid in de jaren dat Paul dit uitoefent. ‘Ik heb ook nog wel het ouderwetse plak en knipwerk toegepast’, vertelt Paul. ‘Maar in de loop der tijd zijn er zoveel meer digitale mogelijkheden bij gekomen, op dit moment vooral op het gebied van AI. Het is van groot belang om het vak goed bij te houden’.
Een onmisbaar en ook grappig aspect van dit vakgebied is de toepassing van zogenaamde ‘foley’ geluiden: voetstappen, piepende deuren, kleding, geruis etc. ‘Veel van dit soort geluiden zijn ook wel te vinden in digitale bibliotheken, maar als het heel specifiek moet zijn laten we dit opnemen door een speciale ‘foley artist’, legt Paul uit. ‘Of we doen het zelf’. Zo laat Paul me een aantal verschillend klinkende toetsenborden zien die voor een Deense serie zijn gebruikt als achtergrondgeluid voor een scene in een drukke kantoorruimte. ‘Inmiddels is er een groot, eigen, archief ontstaan met zelf opgenomen, unieke, geluiden die je niet snel in een standaard geluidsbibliotheek zult vinden’, aldus Paul.
Dankzij hun staat van dienst komen er regelmatig mooie opdrachten binnen. ‘Maar we doseren het wel’, zegt Paul ‘Het is namelijk nogal arbeidsintensief. Met zo’n best ingewikkelde serie ben je al gauw maanden bezig. Gelukkig hebben we een aantal freelancers (de zogenaamde ‘medeklinkers’) die ons in drukke tijden kunnen bijstaan’.
Aan het eind van een project volgt er bijna altijd een controle in een grote zaal. Soms leidt dat nog tot kleine aanpassingen. En bij een première, zoals laatst tijdens het Rotterdamse Filmfestival, testen we altijd van tevoren nog even of het geluidsvolume wel goed staat’ legt Paul uit, ‘Dat gaat nog wel eens mis in sommige bioscopen, en zeker bij een première moet uiteraard alles kloppen,’ voegt hij eraan toe.
Als bioscoopbezoeker – ‘niet te vaak, want ik zit overdag al lang genoeg voor een groot scherm’ – is Paul wel alerter op het audio bij een film dan de gemiddelde bioscoopbezoeker. ‘En dan is de zaal zelf ook nog eens heel belangrijk’ zegt hij. Met de zalen van bioscoop Eye heeft hij de beste ervaringen. Maar gelukkig groeit het aantal echt goede zalen in Amsterdam.
Gezien zijn leeftijd zou hij eigenlijk al met pensioen kunnen gaan. ‘Maar’, zegt Paul, ‘het is een fascinerend vakgebied, ik vind het nog te leuk om er mee te stoppen en werk met twintig jaar jongere collega’s, dat houdt mij ook jong.’ Met mijn inkijkje in zijn studio kan ik me daar alles bij voorstellen. Ik neem me voor om bij een volgend bioscoopbezoek wat beter op het geluid te gaan letten. Maar eigenlijk werkt het precies andersom, komen we samen tot de conclusie: juist als het niet goed is, ga je erop letten.
Op de www.klinkaudio.nl van Paul en Marc vind je een aantal projecten waar ze momenteel aan werken of die recent zijn afgerond. Mijn nieuwsgierigheid is er in elk geval mee gewekt.







